Meise

Zitting van 16 12 2025

Van 19.45 uur tot 22.35

Aanwezig:

Ilse Spooren, voorzitter;

Gerda Van den Brande, burgemeester;

Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe en Diana Tierens, schepenen;

Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy, raadsleden;

Caroline De Ridder, algemeen directeur.

Verontschuldigd:

Jozef Emmerechts, Valère Lauwers, Frédéric Maes en Isabelle Van Den Brande, raadsleden;

 

raadslid Roger Heyvaert vervoegt de vergadering vanaf punt 9.

raadslid Jorn Lathouwers verlaat de vergadering vanaf punt 51.

raadslid Sofie Van Assche verlaat de vergadering vanaf punt 51.

raadslid Sofie Van Assche vervoegt de vergadering vanaf punt 53.

raadslid Jorn Lathouwers vervoegt de vergadering vanaf punt 56.

 

Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Goedkeuring notulen

BESLUIT

Artikel 1

De gemeenteraad keurt de notulen van de gemeenteraad van 18 november 2025 goed.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Kennisname auditrapport

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van de definitie van het begrip 'dagelijks bestuur' en bevoegdheidsbepaling voor daden van beheer, daden van beschikking, het aangaan van leningen en goedkeuring van aanpassing van de ramingen

MOTIVERING

Feiten en context
De raad heeft in zitting van 17 januari 2022 het begrip “dagelijks bestuur” en de bevoegdheidsbepaling voor daden van beheer, daden van beschikking, het aangaan van leningen en de goedkeuring van interne kredietaanpassingen goedgekeurd.

De raad heeft op 20 december 2021 het afsprakenkader “kredietbewaking” goedgekeurd.

Het college heeft op 13 december 2021 de procedure voor “aanpassing van de ramingen” (voordien interne kredietaanpassingen) goedgekeurd.

Het is noodzakelijk de beslissing van de raad van 17 januari 2022 aangaande het begrip "dagelijks bestuur" te actualiseren.

A. Delegatie van bevoegdheden bij overheidsopdrachten
De gemeenteraad beslist in het kader van het budget over de opportuniteit om een bepaalde overheidsopdracht uit te voeren (artikel 41 Decreet Lokaal Bestuur). Artikel 41, 10° van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat in beginsel de gemeenteraad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vastlegt. De gemeenteraad kan dit delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.

Het bestuur wenst in te zetten op meer flexibiliteit bij het in de markt zetten en het doorlopen van een plaatsingsprocedure inzake overheidsopdrachten.

        Een eerste delegatie betreft de opdrachten van dagelijks bestuur. De gemeenteraad bepaalt wat onder het begrip "dagelijks bestuur" inzake overheidsopdrachten moet worden verstaan (artikel 41, 8° Decreet Lokaal Bestuur). Deze opdrachten van dagelijks bestuur kunnen aan het college van burgemeester en schepenen worden toegewezen en het college kan de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vastleggen. Deze opdrachten van dagelijks bestuur kunnen bij delegatie aan de algemeen directeur worden toegewezen (artikel 57 Decreet Lokaal Bestuur).

        Een tweede delegatie betreft de opdrachten die nominatief aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd. In dat geval is het college van burgemeester en schepenen bevoegd om de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vast te leggen.

Het college van burgemeester en schepenen blijft bevoegd voor het eigenlijke voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (artikel 56, §3, 4° Decreet over het Lokaal Bestuur).

Inzake opdrachten van dagelijks bestuur is ook het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht (artikel 56, §3, 5° Decreet Lokaal Bestuur).

Het college van burgemeester en schepenen is ook bevoegd:

        voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht die nominatief aan het college van burgemeester en schepenen werd toevertrouwd (artikel 56, §3, 6° Decreet Lokaal Bestuur).

        om beslissingen te nemen op eigen initiatief in gevallen van dwingende en onvoorziene omstandigheden (art. 56, §4 Decreet Lokaal Bestuur)

Samengevat geeft dit volgend schematisch overzicht voor de delegatiemogelijkheden van bevoegdheden bij overheidsopdrachten:

Het is wenselijk om te bepalen wat onder het begrip "dagelijks bestuur" moet worden verstaan.

De bevoegdheden die worden opgenomen in het begrip "dagelijks bestuur" worden door de gemeenteraad gedelegeerd aan het college.

De gemeenteraad stelt de definitie van het begrip "dagelijks bestuur" vast voor overheidsopdrachten.

B. Daden van beheer / daden van beschikking
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen (artikel 56§3, 1° DLB) en daden van beschikking (artikel 56§3, 8° DLB).

“Daden van beheer” zijn alle handelingen die betrekking hebben op het in stand houden, onderhouden, exploiteren en normaal beheren van gemeentelijke of OCMW eigendommen, inclusief de daarmee verband houdende inkomsten en uitgaven. Dit kan gaan over verhuur van een onroerend goed, inkomsten innen, facturen betalen, geld beleggen en alle rechtshandelingen die kaderen binnen het normaal beheer van een goed, uitgezonderd voor het aangaan van dadingen.

“Daden van beschikking” zijn handelingen waarbij een eigendom of zakelijk recht uit het vermogen van het lokaal bestuur verdwijnt of een nieuw zakelijk recht wordt gevestigd (verkoop, schenking, erfpacht, opstal, hypotheek,...).

Om de inhoud van deze bevoegdheden duidelijker af te bakenen is het wenselijk dat de gemeenteraad een paar concrete bevoegdheden expliciet toewijst aan het college van burgemeester en schepenen, inzonderheid inzake contracten, verkoop van goederen en tarieven.

C. Leningen
Het aangaan van leningen valt niet meer onder de wetgeving overheidsopdrachten van 17 juni 2016. De bevoegdheid om te bepalen of en hoe een leningsovereenkomst tot stand moet komen, behoort toe aan de gemeenteraad. Overeenkomstig artikel 41, 1ste lid, kan de gemeenteraad deze bevoegdheid bij reglement toewijzen aan het college.

De basisbeginselen van het overheidsonderhandelen moeten hierbij evenwel gerespecteerd worden, inzonderheid het gelijkheidsbeginsel, de werking van de vrijemarkteconomie, het principe van behoorlijk bestuur, …

D. Aanpassing van de ramingen
Deze werden opgenomen in het afsprakenkader “kredietbewaking” en de procedure “aanpassing van de ramingen”.

Juridische gronden
Artikel 41, 8° van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 geeft aan de gemeenteraad de bevoegdheid om vast te stellen wat onder het begrip dagelijks bestuur moet worden verstaan.

Het college van burgemeester en schepenen is conform artikel 41, 10°, a van het Decreet over het Lokaal Bestuur bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht, wanneer de opdracht past binnen het begrip dagelijks bestuur.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald de artikels 41, 56, 57, 217 tot 220 en de artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.

Advies/argumentatie
Overwegende dat de continuïteit en de vlotte werking van de gemeentelijke diensten dient te worden verzekerd;

Overwegende dat een goed afgewogen definitie van het begrip “dagelijks bestuur” op maat van onze organisatie van enorm belang is en onverwijld dient genomen te worden om debevoegdheidsregeling (gemeenteraad – college) binnen ons bestuur duidelijk af te lijnen en de administratieve procedures te kunnen bijsturen;

Overwegende dat het ook wenselijk is om, in functie van een soepele werking van de organisatie, de bevoegdheid tot goedkeuring van de lastvoorwaarden en gunningswijze van overheidsopdrachten van “beperkte waarde” en voor meerjarige verbintenissen tot het drempelbedrag (actueel 143.000 €, excl. BTW) van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking te delegeren aan het college;

Financiële gevolgen
Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Artikel 1
Vanaf het dienstjaar 2026 en tot herroeping worden als opdrachten van dagelijks bestuur, in de zin van artikel 41, 8° en artikel 56§3, 5°-6° en artikel 56§4 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, beschouwd:

        alle  opdrachten/ handelingen en beslissingen die betrekking hebben op het aangaan van een verbintenis waarvan de financiële impact is voorzien op het exploitatiebudget van het meerjarenplan en voor zover de verbintenissen die eruit voortvloeien in normale omstandigheden binnen het boekjaar uitvoerbaar zijn of, al dan niet met inachtneming van een opzegtermijn, jaarlijks opzegbaar zijn.
Deze bepaling geldt ook voor alle opdrachten zoals voornoemd waarvoor in het lopende budgetjaar reeds kredieten werden voorzien in het exploitatiebudget, maar die uitdrukkelijk verlengd of hernieuwd moeten worden in het daaropvolgende boekjaar.

        alle opdrachten waarvan de financiële impact is voorzien op het investeringsbudget van het meerjarenplan en het bedrag van de opdracht het drempelbedrag van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking niet overschrijdt;

        alle meerjarige verbintenissen waarvoor de kredieten zijn voorzien op het exploitatie- en investeringsbudget en het bedrag van de opdracht het drempelbedrag van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking niet overschrijdt;

        alle beheersdaden zonder financiële impact die niet expliciet tot de bevoegdheid van de gemeenteraad horen;

        de bevoegdheid om, binnen de grenzen van het goedgekeurde budget, wijzigingen aan te brengen aan overeenkomsten.

        beslissingen op eigen initiatief in geval van dringende en onvoorziene omstandigheden.

        vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten die nominatief aan het College worden toevertrouwd.

Artikel 2
Als “daden van beheer” over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen door het college van burgemeester en schepenen, gesteld met toepassing van artikel 56§3, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur, worden beschouwd:

        de vestiging en verbreking van pacht-, (ver)huur- en concessiecontracten betreffende onroerende goederen van maximaal 9 jaar.

        Het vaststellen van de tarieven voor gemeentelijke evenementen en/of uitbatingen, zoals:

o Inkomgelden

o Deelnameprijs

o Verkoopprijs drank, versnaperingen, brochures, kaarten, vlaggen, …..

o ……

        Het vaststellen van de bedragen van toelagen, subsidies, premies, werkingsmiddelen,…, voor zover die op basis van een gemeentelijk reglement, goedgekeurd door de raad, eenduidig kunnen bepaald worden.
Voor subsidies, toelagen, premies, werkingsmiddelen,…., waarvoor op basis van het beschikbare budget nog een verdeelsleutel en/of verdeling moeten worden goedgekeurd, blijft de raad bevoegd.

Artikel 3
Als “daden van beschikking” over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen door het college van burgemeester en schepenen, gesteld met toepassing van artikel 56§3, 8° van het Decreet Lokaal Bestuur, worden beschouwd:

        De verkoop of afvoer van roerende goederen, die niet (meer) worden gebruikt, afgeschreven zijn of moeten afgevoerd worden, zoals: wagens, materieel, meubilair, gevonden en verloren voorwerpen (fietsen/bromfietsen/…. ) , goederen die eigendom zijn geworden van het bestuur (uitdrijvingen, inbeslagname), ICT-materiaal, toestellen, ….
Ingeval van verkoop dient een bekendmaking conform de vigerende regelgeving te gebeuren. Een openbare verkoop wordt minimaal gepubliceerd op de gemeentelijke website.

        de vestiging en verbreking van pacht-, (ver)huur- en concessiecontracten betreffende onroerende goederen van meer dan 9 jaar, behalve het vaststellen van de contractvoorwaarden waarvoor de gemeenteraad bevoegd blijft.

Artikel 4
De bevoegdheid om te bepalen of en hoe een leningsovereenkomst tot stand moet komen wordt, overeenkomstig artikel 41, 1ste lid, van het decreet Lokaal Bestuur toegewezen aan het college.
Deze bevoegdheid is beperkt tot de kredieten, opgenomen in het goedgekeurd meerjarenplan.

De basisbeginselen van het overheidsonderhandelen moeten hierbij gerespecteerd worden, inzonderheid het gelijkheidsbeginsel, de werking van de vrijemarkteconomie, het principe van behoorlijk bestuur, …

Artikel 5
Het college rapporteert aan de gemeenteraad omtrent deze toegewezen bevoegdheden:

        Opdrachten van dagelijks bestuur: jaarrekening

        Daden van beheer: jaarrekening

        Leningen: jaarrekening

        Aanpassing van de ramingen: jaarrekening

Artikel 6
Dit delegatiebesluit treedt in werking op 1 januari 2026. Het delegatiebesluit, goedgekeurd door de raad op 17 januari 2022, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 7
Deze beslissing op te nemen in het organisatiebeheersingssysteem.

Met 15 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 7 onthoudingen (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Goedkeuring globaal preventieplan 2026-2031 en jaaractieplan 2026

MOTIVERING

Feiten en context
Het welzijn van de medewerkers vormt een essentiële pijler binnen het personeels- en organisatiebeleid van de gemeente. Een veilige en gezonde werkomgeving draagt niet alleen bij tot het welzijn van elke medewerker, maar versterkt ook de kwaliteit en de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening.

Om dit welzijnsbeleid op een gestructureerde en planmatige wijze vorm te geven, is de gemeente wettelijk verplicht om een Globaal Preventieplan (GPP) en een Jaaractieplan (JAP) op te stellen.

Het Globaal Preventieplan is een strategisch meerjarenplan voor de periode van zes jaar:

        Het brengt de belangrijkste risico’s binnen de organisatie in kaart.

        Het bepaalt de algemene doelstellingen, de prioriteiten en de preventiemaatregelen die moeten bijdragen tot het bevorderen van veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk.

De opbouw van het plan is gebaseerd op de Codex over het Welzijn op het Werk.
Ter voorbereiding stelde de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk een basisdocument op. Dit document diende als uitgangspunt voor de verdere uitwerking door de beleidsmedewerker organisatie in nauw overleg met de algemeen directeur, de directeur grondgebiedszaken en de HR-teamcoördinator.

Het Jaaractieplan is de praktische uitwerking van het Globaal Preventieplan voor het komende jaar.

Het heeft een dynamisch karakter: de lijst wordt aangevuld met specifieke acties, verantwoordelijken en termijnen in functie van prioriteiten enzovoort.

Dit plan maakt het mogelijk om het welzijnsbeleid systematisch op te volgen, te evalueren en waar nodig bij te sturen.

Samen zorgen het Globaal Preventieplan en het Jaaractieplan voor een integraal, duurzaam en beleidsmatig onderbouwd preventiebeleid, waarmee de gemeente haar wettelijke verplichtingen nakomt en haar engagement voor het welzijn van alle medewerkers bevestigt.

De plannen werden opgemaakt voor de gemeente en het OCMW samen.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 56 betreffende de bevoegdheden van het college en artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De plannen zijn gebaseerd op de volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

        Welzijnswet van 4 augustus 1996, refererende naar het dynamisch risicobeheersingssysteem (DRBS).

        Het Koninklijk Besluit van 27 maart 1998, betreffende het welzijnsbeleid.

        De wet van 28 februari 2014 tot aanvulling van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk wat de preventie van psychosociale risico's op het werk betreft, waaronder inzonderheid geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

        De wet van 28 maart 2014 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk wat de gerechtelijke procedures betreft.

        Het Koninklijk Besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico's op het werk. Dit nieuwe uitvoeringsbesluit heft het voorgaande KB van 17 mei 2007 op.

        De codex over het welzijn op het werk.

        Op 15 mei 2024 publiceerde het Belgisch Staatsblad een Koninklijk Besluit over ergonomie op het werk en preventie van musculoskeletale aandoeningen (MSA) op het werk. Dit Koninklijk Besluit trad in werking op 25 mei 2024 en vormt een onderdeel van de codex over het welzijn op het werk.

Advies/argumentatie
De voorliggende plannen sluiten aan bij het wettelijk kader inzake het welzijn van werknemers bij de uitvoering van hun werk. Zij beogen een geïntegreerde en preventieve aanpak van de risico’s op het vlak van veiligheid, gezondheid, psychosociaal welzijn en ergonomie, conform de bepalingen van de Welzijnswet en de uitvoeringsbesluiten.

Het Globaal Preventieplan 2026-2031 loopt over 6 jaar en dient als basis voor het Jaaractieplan 2026.

De plannen werden opgesteld door leden van de hiërarchische lijn in overleg met de interne preventieadviseur.

Het globaal preventieplan 2026-2031 en het jaaractieplan 2026 werden voor advies voorgelegd aan het HOC en BOC van 27 november 2025.

Financiële gevolgen
Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Artikel 1
Het globaal preventieplan 2026-2031 wordt goedgekeurd.

Artikel 2
Het jaarlijks actieplan 2026 wordt goedgekeurd.

Artikel 3
De beleidsmedewerker organisatie en de betrokken diensthoofden zijn verantwoordelijk voor de opvolging van de uitvoering van dit globaal preventieplan en dit jaaractieplan.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het subsidiereglement ter ondersteuning van de private organisatoren van kinderopvang in Meise

MOTIVERING

Feiten en context
Het lokaal bestuur Meise wil inzetten op kwaliteitsvolle en duurzame kinderopvang en wil daarom graag een startsubsidie verlenen aan vergunde organisatoren van kinderopvang voor baby's en peuters met kinderopvanglocaties te Meise.

Het toekennen van een subsidie aan startende opvanginitiatieven voor kinderen tussen de 0-3 jaar is een investering in de toekomst van de kinderen, de gezinnen en de samenleving. Het biedt ouders de mogelijkheid om werk en zorg te combineren, vermindert sociale ongelijkheid, versterkt de gemeenschap en draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen in de cruciale vroege jaren van hun leven. Door deze initiatieven te ondersteunen, helpt de gemeente een solide basis te leggen voor een gezonde en evenwichtige samenleving waarin ieder kind de kans krijgt om zich optimaal te ontwikkelen.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in  het bijzonder artikelen 40  en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

Advies/argumentatie
Het lokaal overleg kinderopvang heeft op 17 oktober 2025 over de projectfiche ‘Uitwerken aanmoedigingspremie voor aanbieders van opvang voor baby’s en peuter’ het volgend advies opgemaakt:

Het is een waardevol initiatief om startende organisatoren van opvang voor baby’s en peuters te ondersteunen door middel van een subsidie. Het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) stelt zich echter de vraag of een bedrag van 200 euro per kindplaats (met een maximum van 8.000 euro, te verdelen over alle startende initiatieven) toereikend zal zijn.

Financiële gevolgen
Het krediet voor 2026 en volgende jaren zal worden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.  Om deze financiering mogelijk te maken, zal de toekenning van de geboortepremie worden gesupprimeerd.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/64910000/09450
Subsidie voor startende opvanginitiatieven

AC 5.3.2
Meise voorziet in kwaliteitsvolle opvang en activiteiten

    € 3 000,00

    € 3 000,00  (25/11/25)

BESLUIT

Artikel 1
Het subsidiereglement ter ondersteuning van de private organisatoren van kinderopvang in Meise, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuurenovergemaaktaandetoezichthoudendeoverheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 4
Het reglement geboortepremie en adoptiepremie zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 21 oktober 2019 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Erfgoed Brabantse Kouters - Goedkeuring beleidsplan 2027-2032 i.k.v. vernieuwde samenwerkingsovereenkomst Vlaamse Overheid

MOTIVERING

Feiten en context
De projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters verenigt twaalf gemeenten in een intergemeentelijke samenwerking rond bouwkundig, landschappelijk en archeologisch erfgoed: Asse, Grimbergen, Kraainem, Machelen, Meise, Merchtem, Steenokkerzeel, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Zaventem en Zemst. De IOED-werking wordt ondersteund door het Regionaal Landschap Brabantse Kouters vzw via een structurele samenwerking voor de uitvoering van het erfgoedbeleid.

De projectvereniging werd in 2023 door de Vlaamse Overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) erkend als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED). Hierdoor ontvangt zij voor de beleidsperiode 2024-2026 Vlaamse subsidies voor de basisdienstverlening op basis van een samenwerkingsovereenkomst en een gezamenlijk beleidsplan.
In het kader van de hernieuwing voor de volgende periode is een nieuw beleidsplan 2027–2032 opgesteld, gebaseerd op:

 · de interne evaluatie van de huidige werking.
· de bevraging van gemeentelijke diensten en erfgoedpartners.
· de nieuwe Vlaamse richtlijnen voor IOED-beleidsplannen en de visienota van minister Ben Weyts.
· feedback vanuit de Raad van Bestuur.
· de door alle gemeenten reeds goedgekeurde meerjarenbegroting 2027–2032.

Het beleidsplan dat nu bij alle aangesloten gemeenten ter goedkeuring voorligt, omvat de missie, visie en strategische lijnen van de IOED, de verdiepende werking per erfgoeddomein, de geplande acties per jaar, en de opvolgings- en evaluatiestructuur.

De gemeenteraden van alle aangesloten gemeenten keurden eerder reeds de verlenging van de projectvereniging en de financiële meerjarenbegroting goed. Hierin werden ook de gemeentelijke bijdragen al vastgelegd. Voor de gemeente Meise gebeurde dit op de gemeenteraad van 15 juli 2025. De huidige beslissing betreft daarom nog uitsluitend de goedkeuring van het inhoudelijke beleidsplan als basis voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst van de IOED met de Vlaamse overheid.

De gemeente Merchtem heeft beslist om in de beleidsperiode 2027–2032 geen deel meer uit te maken van de IOED-werking. Merchtem blijft na 2026 echter wel lid van de projectvereniging zonder recht op IOED-dienstverlening en zonder financiële verplichting ten aanzien van de projectvereniging, conform de statutaire bepalingen. Deze regeling met de gemeente Merchtem heeft geen impact op de gemeentelijke bijdragen van de andere aangesloten gemeenten zoals die ook opgenomen is in de reeds goedgekeurde meerjarenbegroting 2027–2032 voor de projectvereniging.

Gelijktijdig met de nieuwe samenwerkingsovereenkomst wordt bijgevolg wel een aanpassing van de erkenning aangevraagd bij de Vlaamse overheid, zodat het werkingsgebied van de IOED formeel wordt vastgesteld op 11 gemeenten. Dit werkingsgebied telt 281.231 inwoners en een oppervlakte van 273,09 km², waarmee de IOED ruimschoots blijft voldoen aan de minimale erkenningsvereisten voor een IOED.

Zowel de aanpassing van de erkenning als het nieuwe beleidsplan werden reeds goedgekeurd op de bestuursvergadering van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters op dinsdag 4 november 2025.

Juridische gronden
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, tweede lid, °4 en artikelen 401-412.

Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, in het bijzonder Hoofdstuk 3 Instanties en actoren van het onroerend erfgoedbeleid, afd. 3 Erkenning als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst.

De vernieuwde statuten van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 juli 2025.

Advies/argumentatie
De goedkeuring van het beleidsplan is vereist om het aanvraagdossier voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de IOED en de Vlaamse overheid en de aanpassing van de erkenning tijdig te kunnen indienen bij de Vlaamse overheid.

Een erkende IOED levert een belangrijke meerwaarde op voor de deelnemende gemeenten door:
· het aanbieden van deskundige ondersteuning rond inventarisatie, beheer en herbestemming;
· het uitwerken van gezamenlijke erfgoedprojecten en publiekswerking;
· de integratie van erfgoed in ruimtelijke beleidsprocessen;
· de afstemming en kennisdeling tussen lokale besturen.

Financiële gevolgen
Dit besluit houdt geen bijkomend financieel engagement in van de gemeente. De meerjarige financiële verbintenis vanuit de gemeente zoals beschreven in artikel 20 van de statuten werd reeds goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 15 juli 2025 en zal opgenomen worden in het meerjarenplan 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/AR/BI 64900000/07290
Subsidiebijdrage aan projectvereniging erfgoed Brabantse Kouters

 

€ 6.000,00

€ 6.000,00

BESLUIT

Artikel 1
Akkoord te gaan met de aanpassing van de erkenning bij de Vlaamse overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) overeenkomstig het gewijzigde werkingsgebied van de IOED, en de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters te mandateren om deze wijziging officieel te melden bij de Vlaamse Overheid.

Artikel 2
Het beleidsplan 2027–2032 van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters goed te keuren.

Artikel 3
Akkoord te gaan met het indienen van dit beleidsplan bij de Vlaamse Overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) als onderdeel van het aanvraagdossier voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst van de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst (IOED) met de Vlaamse overheid.

Met 19 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Havicrem - buitengewone algemene vergadering op 17 december 2025 - goedkeuring agenda

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeente Meise is deelnemer van de intergemeentelijke vereniging voor crematoriumbeheer in het arrondissement Halle-Vilvoorde (IGS Havicrem), opgericht op 10 juni 2003 en verlengd in haar bestaansduur tot 10 juni 2035.

De agenda van de buitengewone algemene vergadering van IGS Havicrem die plaatsvindt op woensdag 17 december 2025 om 18:30 uur op de maatschappelijke zetel van de intergemeentelijke vereniging (crematorium Daelhof, Erasmuslaan 50 te 1804 Zemst)
en volgende punten omvat:

1. Notulen van de algemene vergadering van 25 juni 2025: goedkeuring
2. Terugblik op de werking in 2025
3. Ondernemingsplan 2026-2031
4. Jaaractienota en begroting 2026
5. Varia

Het ondernemingsplan 2026-2031 en de jaaractienota en begroting 2026, beide vastgesteld door de raad van bestuur van Havicrem van 4 november 2025.

Juridische gronden
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid de bepalingen van artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- artikel 432 betreffende de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordigers dat voor elke algemene vergadering dient te worden herhaald.

De artikels 31 tot 33 van de gecoördineerde statuten van IGS Havicrem.

Financiële gevolgen
Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Artikel 1
De agendapunten 1, 3 en 4 van de buitengewone algemene vergadering van IGS Havicrem op 17 december 2025 worden goedgekeurd.

Artikel 2
De effectief vertegenwoordiger van de gemeente, Tom Heyvaert, is gemandateerd om de agendapunten 1, 3 en 4 van de buitengewone algemene vergadering van IGS Havicrem op 17 december 2025 goed te keuren.

Artikel 3
De plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente, Isabelle Van Den Brande, is gemandateerd om de agendapunten 1, 3 en 4 van de buitengewone algemene vergadering van IGS Havicrem op 17 december 2025 goed te keuren.

Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.

Met 15 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 7 onthoudingen (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Incovo - bijzondere algemene vergadering op 19 december 2025 - goedkeuring agenda

MOTIVERING

Feiten en context
De raad van bestuur van Incovo nodigt het lokaal bestuur Meise uit op de bijzondere algemene  vergadering die zal plaatsvinden op vrijdag 19 december 2025 om 18.00 uur in de C. Buyssestraat 5 te Vilvoorde en volgende agenda omvat:

1. Vaststelling van de geldigheid tot vergaderen, overeenkomstig art. 22 van de statuten.
2. Goedkeuring van de notulen van de algemene vergadering d.d. 27 juni 2025.
3. Ondernemingsplan 2026-2031: goedkeuring.
4. Ondernemingsstrategie en te ontwikkelen activiteiten 2026: goedkeuring.
5. Begroting 2026: goedkeuring.
6. Vaststelling van de vennotenbijdrage 2026: goedkeuring.
7. Kapitaalsverhoging - aanpassing overeenkomstig evolutie inwonersaantallen, conform artikel 21 van de statuten: goedkeuring.
8. Vaststelling van de presentiegelden en vergoedingen: goedkeuring.
9. Varia.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Financiële gevolgen
Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Artikel 1
De agenda van de bijzondere algemene vergadering van Incovo van 19 december 2025 wordt goedgekeurd.

Artikel 2
De vertegenwoordigers van de gemeente Meise, Ella De Neve en Ingrid De Bondt, worden gemandateerd deze vergadering bij te wonen.

Artikel 3
Incovo zal van deze beslissing in kennis worden gesteld.

Met 15 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 7 onthoudingen (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
Artikel 254 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen bepaalt dat in het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan dient te worden vastgesteld.

Het nieuwe meerjarenplan gaat van start in 2026 en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen, dus tot 2031. Als gevolg van de integratie van gemeente en OCMW Meise heeft het decreet over het lokaal bestuur ook bepaald dat gemeente en OCMW één meerjarenplan opstellen.

Het bestuur maakte een meerjarenplan op dat voldoet aan het regelgevend kader over de beleids- en beheerscyclus voor de lokale besturen (BBC). Die regelgeving bepaalt de samenstelling en de minimale inhoud van het meerjarenplan. Voor de opmaak van dit meerjarenplan 2026-2031 gelden er aangepaste regels, schema's en rekeningstelsels. Dit is het gevolg van twee uitvoeringsbesluiten over de BBC, die in 2023 zijn goedgekeurd om de lees- en bruikbaarheid van de beleidsrapporten voor gemeenteraadsleden te verbeteren.

De administratie maakte een ambtelijk memorandum dat diende als inspiratienota voor het bestuur.

Er werd door de mandatarissen een bestuursakkoord opgemaakt.

De omgevingsanalyse voor onze gemeente werd gefinaliseerd. Zowel de interne als de externe omgevingsanalyse werden als bijlage gevoegd. De bekomen resultaten zijn hierin terug te vinden.

Alvorens met de participatiemarkten van start te gaan, werkte het college in samenwerking met het managementteam, een aantal thema's/verschillende speerpunten uit.

Er werd participatie georganiseerd naar onze inwoners toe. Gedurende de maand april trokken de medewerkers van gemeente en OCMW Meise met vier participatiemarkten naar verschillende locaties in onze gemeente.

De thema’s die werden bevraagd tijdens de participatiemarkten, waren een vervolg en synergie op het bestuursakkoord, voorgedragen door het bestuur, en het ambtelijk memorandum, voorgedragen door de administratie.

Onderstaande thema’s vormden de speerpunten van de participatiemarkt.

Speerpunt 1: Vlot onderweg in een veilige buurt

Speerpunt 2: Een groene en nette/aangename omgeving

Speerpunt 3: Een bloeiende lokale economie

Speerpunt 4: Een bruisende gemeente

Speerpunt 5: Zorgen voor iedereen

Speerpunt 6: Financieel gezond, klantgericht en efficiënt

Het doel van de participatiemarkt bestond eruit om in contact te komen met de inwoners en ervoor te zorgen dat de verschillende thema's gevoed werden met ideeën om Meise in de toekomst mooier, beter, aangenamer te maken. Op basis van deze ideeën en voorstellen gingen de leden van het schepencollege en de leden van het managementteam aan de slag.

Deze gaven het bestuur en het managementteam inspiratie om deze speerpunten concreet uit te werken. In de budgetconclaven die doorgingen op 17 en 18 september 2025 werd gebrainstormd en werden deze voorstellen meegenomen als inspiratie voor de opmaak van een doelstellingenboom. Hierin werden de speerpunten, beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties bepaald, alsook hun prioriteiten. De acties en actieplannen werden duidelijk en zeer concreet geformuleerd.

Uiteindelijk werd een doelstellingenboom gecreëerd die verder werd verfijnd en bekeken. Hierop geënt kwam het meerjarenplan 2026-2031 tot stand.

Het meerjarenplan zelf bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

A. Strategische nota:
De minimale inhoud van de strategische nota is gewijzigd.

Deze omvat voortaan ook:

1) een beleidsverklaring met beknopte omschrijving van het geplande beleid en de financiële kerncijfers voor elk jaar waarop het meerjarenplan betrekking heeft;

De beleidsverklaring vertrekt vanuit de politieke visie van het bestuur en plaatst de beleidskeuzes die het bestuur maakt, op de voorgrond.

De kerncijfers in de beleidsverklaring waarvoor minimaal de absolute waarde per jaar moet weergegeven worden, zijn:

a) de autofinancieringsmarge

b) het beschikbaar budgettair resultaat

c) de financiële schuld

d) de investeringsuitgaven voor materiële en immateriële vaste activa en de toegestane investeringssubsidies;

e) de uitgaven voor toegestane werkings- en investeringssubsidies aan de politiezone;

f) de uitgaven voor toegestane werkings- en investeringssubsidies aan de hulpverleningszone;

g) de personeelsuitgaven;

h) de aanslagvoet en de ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting;

i) de aanslagvoet en de ontvangsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing;

j) de ontvangsten uit algemene en specifieke werkingssubsidies;

k) het aantal inwoners op 1 januari 2025.

2) het overzicht met een beschrijving van alle beleidsdoelstellingen (doelstellingenboom).

Aan elke beleidsdoelstelling zijn ook meerdere actieplannen gekoppeld. Een actieplan is de verzameling van de acties die het bestuur binnen een welbepaalde tijd uitvoert om een beleidsdoelstelling te realiseren.

3) de omschrijving van de prioritaire acties en de bijhorende verwachte ontvangsten en uitgaven voor elk jaar waarop het meerjarenplan betrekking heeft, met een verwijzing naar de beleidsdoelstelling waarbij ze aansluiten.

4) een verwijzing naar de plaats waar het overzicht ter beschikking is met de omschrijving van alle beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties, en de bijbehorende ramingen van ontvangsten en uitgaven.

B. Financiële nota:
De financiële nota bestaat net als voorheen uit de volgende 3 schema's:

        Het financiële doelstellingenplan (schema M1);

        De staat van het financiële evenwicht (schema M2);

        Het overzicht van de kredieten (schema M3).

C. De toelichting:
De toelichting is een integraal onderdeel van het meerjarenplan en bevat minstens volgende schema's en overzichten:

        het overzicht van geraamde ontvangsten en uitgaven volgens functionele indeling in beleidsdomeinen die de raad bepaalt (schema T1);

        het overzicht van verwachte ontvangsten en uitgaven volgens economische indeling naar soort (schema T2);

        het overzicht met de verwachte evolutie van de financiële schulden (schema T3);

        het overzicht van de geplande investeringen;

        het overzicht van de personeelsinzet (schema T2);

        het overzicht van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en andere verbonden entiteiten;

        Een overzicht van de financiële risico’s: een omschrijving van de financiële risico’s die het bestuur loopt en van de middelen en mogelijkheden waarover het bestuur beschikt of kan beschikken om die risico’s te dekken;

        een beschrijving van de grondslagen en assumpties die gehanteerd werden voor de raming van de ontvangsten en uitgaven die in het meerjarenplan zijn opgenomen;

        Een verwijzing naar de plaats waar de documentatie bij het meerjarenplan beschikbaar is.

Het ontwerp van het  meerjarenplan 2026-2031 werd uitvoerig besproken door het college van burgemeester en schepenen in samenwerking met de algemeen directeur en financieel directeur. Ook het managementteam verleende advies over het meerjarenplan 2026-2031.

Minstens een keer per jaar zal het meerjarenplan worden aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld. Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.

Bij elke aanpassing van het meerjarenplan zal het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen worden verwerkt. De periode van het meerjarenplan blijft altijd de periode, vermeld in artikel 254, tweede lid, van het decreet lokaal bestuur maar de financiële nota zal altijd de financiële consequenties voor ten minste drie toekomstige boekjaren beschrijven.

Een aanpassing van het meerjarenplan zal minstens een aangepaste financiële nota, een toelichting en de eventuele wijzigingen van de strategische nota omvatten.

Het college van burgemeester en schepenen zal, voor 1 maart van het lopende boekjaar, bepalen welk gedeelte van de kredieten voor de gemeente voor investeringen en financiering, die voor het vorige boekjaar opgenomen waren in het meerjarenplan maar nog niet zijn aangewend, overgedragen worden naar het lopende boekjaar.

Het decreet over het lokaal bestuur heeft een specifieke wijze van goedkeuren opgesteld voor het vaststellen van het meerjarenplan 2026-2031. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen elk over hun deel van elk beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn. Elke raad stemt telkens over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport. In afwijking daarvan kan elk raadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de betrokken raad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming. Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de raad. Als de andere raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt die raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.

Juridische gronden
Artikel 40 §2 van het decreet lokaal bestuur: de gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen

Artikel 41 §1 3° van het decreet lokaal bestuur: de volgende bevoegdheden worden uitdrukkelijk aan de gemeenteraad toevertrouwd: het vaststellen van de beleidsrapporten van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 249.

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen deel 2 Titel 4 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

Advies
Het LOK en de jeugdraad hebben hierover advies uitgebracht.

Financiële gevolgen
De financiële gevolgen, onder meer in de financiële nota en toelichting zijn opgenomen als bijlage.

Het meerjarenplan 2026-2031 is financieel in evenwicht indien het geraamde beschikbaar budgettair resultaat voor 2026-2031 groter is dan of gelijk aan nul. Het structureel evenwicht wordt bepaald door de autofinancieringsmarge. Wanneer de gezamenlijke autofinancieringsmarge 2026-2031 en de geconsolideerde autofinancieringsmarge 2026-2031 groter dan 0 is, dat is het meerjarenplan 2026-2031 financieel in evenwicht.

BESLUIT

Artikel 1
De samenstelling van de beleidsdomeinen, alsook de beleidsvelden die er deel van uitmaken, vast te stellen.

Artikel 2
De prioritaire acties vast te stellen.

Artikel 3
Het deel van de gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 bevattende de strategische nota, de financiële nota en de toelichting vast te stellen.

Artikel 4
Het deel van het OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 goed te keuren.

Artikel 5
Het meerjarenplan 2026-2031 wordt in zijn geheel vastgesteld.

Artikel 6
Het geconsolideerd financieel evenwicht van het meerjarenplan 2026-2031 vast te stellen.

STEMMING OVER AMENDEMENT 1 - VERLAGING VAN DE PERSONENBELASTING

Met 5 stemmen voor (Roel Anciaux, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes en Rathi Goovaerts), 16 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 2 onthoudingen (Thomas Goethals en Sofie Van Assche)

STEMMING OVER AMENDEMENT 2 - SCHOOLBUSSEN TERUGBRENGEN

Met 7 stemmen voor (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche), 16 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

STEMMING OVER AMENDEMENT 3 - RENOVATIE 'T VERLOREN UURKE

Met 2 stemmen voor (Roel Anciaux en Billie Kawende), 16 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 onthoudingen (Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

STEMMING OVER AMENDEMENT 4 - VERBETEREN VAN DE FIETS- EN VOETPADEN

Met 7 stemmen voor (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche), 16 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

STEMMING OVER AMENDEMENT 5 - SCHRAPPEN AANKOOP GRONDEN VAN WOONMAATSCHAPPIJ IN EVERSEM

Met 2 stemmen voor (Roel Anciaux en Billie Kawende), 16 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 onthoudingen (Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

STEMMING OVER AMENDEMENT 6 - AANLEG BASKET- EN VOETBALPLEINTJE IN DE WIJK VAN OPPEM

Met 7 stemmen voor (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche), 16 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

STEMMING OVER AMENDEMENT 7 - STOPZETTING CONTRACT MET TAAS EN IN EIGEN BEHEER NEMEN VAN TRAJECTCONTROLES

Met 2 stemmen voor (Roel Anciaux en Billie Kawende), 19 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 2 onthoudingen (Thomas Goethals en Sofie Van Assche)

STEMMING OVER AMENDEMENT 8 - ORGANISATIE VAN EEN 21 JULI-FEEST

Met 2 stemmen voor (Roel Anciaux en Billie Kawende), 19 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 2 onthoudingen (Thomas Goethals en Sofie Van Assche)

STEMMING OVER AMENDEMENT 9 - VERHOGING VAN HET BUDGET VAN DE GROS

Met 4 stemmen voor (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Billie Kawende en Sofie Van Assche), 19 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

STEMMING OVER AMENDEMENT 10 - VOORZIEN VAN EEN BUDGET VOOR RENOVATIE VAN JEUGDINFRASTRUCTUUR

Met 5 stemmen voor (Roel Anciaux, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes en Rathi Goovaerts), 16 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 2 onthoudingen (Thomas Goethals en Sofie Van Assche)

STEMMING OVER HET GEHEEL

Met 16 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 stemmen tegen (Roel Anciaux, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes en Rathi Goovaerts), 2 onthoudingen (Thomas Goethals en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Aanvullende belasting op de personenbelasting: aanslagjaren 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
De aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2016-2019 werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 december 2015. De belasting werd vastgesteld op 8,2%.

De aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2020-2025 werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019.

De belasting werd voor de aanslagjaren 2020 en 2021 vastgesteld op 8,2% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.

De belasting werd voor het aanslagjaar 2022 vastgesteld op 8,1% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.

De belasting werd voor het aanslagjaar 2023 vastgesteld op 8,0% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.

De belasting werd voor de aanslagjaren 2024 en 2025 vastgesteld op 7,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.

Voor de nieuwe legislatuur dient een nieuw belastingreglement vastgesteld te worden voor de aanslagjaren 2026-2031.

De gemeenteraad is bevoegd om dit reglement vast te stellen.

Juridische gronden
De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170§4.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, tweede lid, 14° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, artikelen 464 tot en met 470/2.

Het decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gewijzigd decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen vastgesteld op 3 mei 2024, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 31 mei 2024, met onmiddellijke inwerkingtreding op datum van 10 juni 2024.

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Advies/argumentatie
Gunstig advies.

De belastingen zijn opgenomen in het meerjarenplan om aan de voorwaarden tot het bereiken van het financieel evenwicht te voldoen zoals bepaald in het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst wordt voorzien onder budgetsleutel AR 73010000 aanvullende belasting op de personenbelasting/ 00200 Fiscale aangelegenheden.

Deze ramingen zullen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031:

        Begrotingsjaar 2026: € 12.507.593,35

        Begrotingsjaar 2027: € 12.851.829,71

        Begrotingsjaar 2028 : € 13.213.792,32

        Begrotingsjaar 2029 : € 13.619.544,86

        Begrotingsjaar 2030 : € 13.557.740,17

        Begrotingsjaar 2031 : € 13.799.532,54.

BESLUIT

Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 2
De belasting wordt voor de aanslagjaren 2026 en 2031 vastgesteld op 7,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.

Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

Artikel 3
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

Artikel 4
Het belastingreglement vervangt het belastingreglement inzake de aanvullende personenbelasting, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2019.

De beslissing treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 5
Dit belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 tot en met 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur. De toezichthoudende overheid wordt hiervan in kennis gesteld overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet.

Met 16 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 2 stemmen tegen (Roel Anciaux en Billie Kawende), 5 onthoudingen (Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing: aanslagjaren 2026 tot 2031

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2018-2020 werden goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 december 2017. De opcentiemen bedroegen 755,67.

De gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2020-2025 werden goedgekeurd door de gemeenteraad van 16 december 2019. De opcentiemen bedragen 755.

Voor de nieuwe legislatuur is het wenselijk dat de opcentiemen worden goedgekeurd voor de aanslagjaren 2026 tot 2031. De gemeenteraad is bevoegd om deze opcentiemen vast te stellen.

Juridische gronden
Gelet op artikel 170§4, van de Grondwet;

Gelet op artikel 464/1, 1°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

Gelet op artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;

Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 40§3, artikel 41, 14° en artikel 41, derde en vierde lid;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente.

Advies/argumentatie
Gunstig advies.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst, op budgetsleutel GE/73000000/00200 wordt geraamd op:

2026: 9 100 676,00 euro

2027: 9 324 818,00 euro

2028: 9 646 747,00 euro

2029: 9 921 734,00 euro

2030: 10 194 812,00 euro

2031: 10 474 593,00 euro

Voor de meerjarenplanning 2026-2031 komt dit neer op een totale geraamde ontvangst van 58 663 380,00 euro (gebaseerd op de ontvangen mail van de belastingdienst d.d. 11/09/2025).

BESLUIT

Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van de gemeente 755 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.

Artikel 2
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

Artikel 3
Het belastingreglement vervangt het belastingreglement inzake opcentiemen onroerende voorheffing 2020-2025, goedgekeurd door de gemeenteraad op 16 december 2019.

De beslissing treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 4
De beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het lokaal decreet en aan VLABEL overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB 2019/2.

Met 18 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 onthoudingen (Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Opcentiemen op onbewoonbare/ ongeschikt verklaarde woningen: aanslagjaren 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
De Vlaamse overheid heft een gewestelijke belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen.

De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording:

Artikel 23 van de Grondwet waarborgt het recht op een menswaardig leven, waaronder behoorlijke huisvesting. Elke woning in Vlaanderen moet voldoen aan minimale normen inzake veiligheid, gezondheid en comfort, zoals vastgelegd in de Vlaamse Codex Wonen (VCW).

Woningen die niet aan deze normen voldoen, kunnen na een conformiteitsonderzoek door de burgemeester ongeschikt en/of onbewoonbaar worden verklaard (artikel 3.12 VCW). De woningen worden opgenomen in de Vlaamse inventaris (VIVOO). Na één jaar opname is een Vlaamse heffing verschuldigd, tenzij een vrijstelling geldt.

Gemeenten kunnen ofwel een eigen belastingreglement opstellen (waarbij de Vlaamse heffing vervalt en de gemeente zelf instaat voor de volledige inning en administratie), ofwel opcentiemen heffen boven op de Vlaamse heffing, waarbij de Vlaamse Belastingdienst instaat voor de inning en doorstorting.

Door het heffen van honderd opcentiemen wordt de druk op eigenaars verhoogd om hun panden opnieuw in gebruik te nemen of te renoveren. Dit ondersteunt het lokale beleid inzake ruimtelijke ordening en economische herontwikkeling.

Om in aanmerking te komen voor aanslagjaar 2026 moet het reglement voor 1 maart 2026 gemeld worden via het loket lokale besturen en op die manier komt het ook terecht bij VLABEL.

Juridische gronden
De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170§4.

Het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, artikelen 464 tot en met 470/2.

Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, tweede lid, 14° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gewijzigd decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen vastgesteld op 3 mei 2024, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 31 mei 2024, met onmiddellijke inwerkingtreding op datum van 10 juni 2024.

Artikel 2.5.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.

Besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Gezien de financiële toestand van de gemeente de invoering vergt van alle rendabele belastingen.

Advies/argumentatie
Gunstig advies.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst wordt geraamd op 156 000,00 euro en moet worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 onder AR 73750000/00200 Opcentiemen op ongeschikt en/of onbewoonbare woningen.

BESLUIT

Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 tot 31 december 2031, worden honderd (100) opcentiemen geheven op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen.

Artikel 2
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning en doorstorting van deze opcentiemen.

Artikel 3
Deze beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 tot en met 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur. De toezichthoudende overheid wordt hiervan in kennis gesteld overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het belastingreglement op seksuitbatingen en vitrine(s) van een raamprostitutiepand 2026 - 2031

MOTIVERING

Feiten en context
Per legislatuur dient de gemeenteraad de belasting- en retributiereglementen vast te stellen. In dit kader wordt een nieuwe belasting ingevoerd op seksuitbatingen en vitrines van raamprostitutiepanden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Met deze maatregel wil het lokaal bestuur bijdragen aan een gereguleerde uitbatingsomgeving en een billijke financiële bijdrage van deze specifieke sector aan de gemeentelijke werking. De belasting past binnen het bredere beleid rond leefbaarheid, openbare orde en lokale regie op seksgerelateerde economische activiteiten.

Juridische gronden
De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170§4.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, tweede lid, 14° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gewijzigd decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen vastgesteld op 3 mei 2024, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 31 mei 2024, met onmiddellijke inwerkingtreding op datum van 10 juni 2024.

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Advies/argumentatie
De belastingen zijn opgenomen in het meerjarenplan om aan de voorwaarden tot het bereiken van het financieel evenwicht te voldoen zoals bepaald in het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Motivering voor de invoering van deze belasting:

De invoering van een belasting op seksuitbatingen en vitrines van raamprostitutiepanden is essentieel in het streven naar een evenwichtige en rechtvaardige belastingheffing. De belasting op seksuitbatingen dient enerzijds voor een bijdrage in de kosten voor het bestrijden van de overlast met betrekking tot de openbare rust en zedelijkheid. Er dienen regelmatig controles uitgevoerd te worden op de seksuitbatingen, met bijzondere aandacht voor aspecten als illegaliteit, pooierschap en mensenhandel.

Daarnaast wordt met deze belasting beoogd om uitbaters van dergelijke activiteiten op een proportionele manier te laten bijdragen aan de bijkomende maatschappelijke en administratieve lasten die hun aanwezigheid met zich meebrengt. De belasting erkent dus de economische aard van deze activiteiten, maar houdt ook rekening met hun specifieke impact op de publieke ruimte en de noodzaak aan lokale regulering.

Tot slot zorgt deze belasting voor een duidelijke, transparante en juridisch verantwoorde omkadering van seksuitbating binnen het gemeentelijk belastingbeleid, in overeenstemming met het beginsel van fiscale billijkheid.

Financiële gevolgen
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 zal deze nieuwe belasting een jaarlijkse opbrengst genereren. De inkomsten worden geboekt op algemene rekening GE/73499100 – belasting op seksuitbatingen en vitrine(s) van een raamprostitutiepand, onder beleidsitem 00200. Deze structurele ontvangst draagt bij aan de financiering van het betreffende beleidsdomein.

In het meerjarenplan 2026–2031 zal deze belastingontvangst jaarlijks opnieuw worden opgenomen als fiscale inkomstenbron.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/73499100/00200

 

€ 12 000,00

€ 12 000,00

Nadien jaarlijks geïndexeerd

BESLUIT

Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op seksuitbatingen en vitrines van raamprostitutiepanden. De gemeenteraad stelt hiertoe het bijgevoegde belastingreglement vast, waarin de voorwaarden, tarieven en modaliteiten van deze belasting zijn opgenomen.

Artikel 2
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

Artikel 3
Het belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 tot en met 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur. De toezichthoudende overheid wordt hiervan in kennis gesteld overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het belastingreglement op detailhandel in niet- gespecialiseerde winkels, waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen voor de aanslagjaren 2026 - 2031

MOTIVERING

Feiten en context
Per legislatuur dient de gemeenteraad de belasting- en retributiereglementen vast te stellen.

In dit kader wordt er voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een nieuwe belasting ingevoerd op detailhandel in niet- gespecialiseerde winkels, waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen. Het gaat hier voornamelijk over de supermarkten/ warenhuizen met een grote bebouwde vloeroppervlakte (> 750m²).

Mobiliteit is een belangrijk aspect wanneer we het hebben over het bezoeken van warenhuizen. Mensen gaan regelmatig naar warenhuizen en dit heeft gevolgen voor de mobiliteit in een gebied (verkeersdrukte, filevorming, ...).

Hierbij enkele redenen waarom het bestuur van mening is dat de grote warenhuizen ook dienen bij te dragen aan de gemeentelijke inkomsten:

- Verkeersdrukte en filevorming: Warenhuizen, vooral grote ketens, trekken vaak veel klanten aan, wat kan leiden tot verkeersdrukte in de omgeving van de winkel/het winkelgebied. Dit zorgt voor extra druk op de infrastructuur, vooral tijdens piekuren zoals in de weekends of tijdens feestdagen. Veel mensen rijden met de auto naar het warenhuis, wat kan leiden tot files en langere reistijden. Dit effect is zeer sterk merkbaar aan plaatsen met doorgaand verkeer, waar de verkeersinfrastructuur al druk is.

- Gebruik van de wegenis van lokaal bestuur Meise: slijtage door gebruik, waarbij de onderhoudskost voor wegen stijgt.

- Parkeerproblematiek: een ander probleem dat samenhangt met de mobiliteit naar warenhuizen is de beschikbaarheid van parkeerplaatsen.

Conclusie:

De mobiliteit naar warenhuizen heeft een grote invloed op zowel de verkeersstromen als de bredere economische en milieukwesties. Door te investeren in duurzamere mobiliteitsoplossingen, zoals beter openbaar vervoer, fietsvoorzieningen, en slim gebruik van technologie, kunnen overheden en warenhuizen bijdragen aan een efficiëntere, duurzamere en klantvriendelijkere mobiliteit.

Met deze maatregel wil het lokaal bestuur bijdragen aan een evenwichtige economische ontwikkeling binnen de gemeente, waarbij enerzijds de lokale handelsstructuur wordt ondersteund en anderzijds bijkomende inkomsten worden gegenereerd om te investeren in de leefbaarheid van de dorpskernen.

Juridische gronden
De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170§4.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, tweede lid, 14° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gewijzigd decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen vastgesteld op 3 mei 2024, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 31 mei 2024, met onmiddellijke inwerkingtreding op datum van 10 juni 2024.

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Advies/argumentatie
Motivering voor de invoering van deze belasting:

Het lokaal bestuur van Meise wil met deze maatregel bijdragen aan een evenwichtige ontwikkeling van het lokale handelsweefsel. De aanwezigheid van grote handelszaken (zoals supermarkten en warenhuizen) oefent een aanzienlijke invloed uit op de lokale kleinhandel en op de ruimtelijke ordening binnen de gemeente. Door een beperkte belasting in te voeren, wordt een billijke bijdrage gevraagd van handelszaken die een groot vloeroppervlak innemen en een aanzienlijke economische activiteit ontplooien, vaak met een bovenlokale aantrekkingskracht.

Het bestuur wil via deze belasting een financiële hefboom creëren om de leefbaarheid van de dorpskernen en de lokale middenstand te ondersteunen. De opbrengsten zullen worden aangewend voor initiatieven die de lokale economie versterken, zoals kernversterkende maatregelen, de heraanleg van publieke ruimte, stimulansen voor duurzame mobiliteit rond de handelszones en de ondersteuning van kleinschalige, lokale ondernemers.

Daarnaast sluit de invoering van deze belasting aan bij de principes van lokale fiscale autonomie en kostentoewijzing, waarbij entiteiten die een grotere belasting op de lokale infrastructuur en mobiliteit veroorzaken, proportioneel bijdragen aan de gemeentelijke middelen. Grote warenhuizen/ supermarkten genereren immers extra verkeersstromen, parkeerdruk en onderhoudskosten voor de openbare ruimte.

De maatregel draagt bij aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente, door de inkomsten deels te investeren in projecten die de ecologische voetafdruk van de lokale economie verkleinen en de aantrekkelijkheid van de handelskernen vergroten.

Financiële gevolgen
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 zal deze nieuwe belasting een jaarlijkse opbrengst genereren. De inkomsten worden geboekt op algemene rekening GE/73499100/ Belasting op detailhandel in niet- gespecialiseerde winkels, waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen, onder beleidsitem 00200. Deze structurele ontvangst draagt bij aan de financiering van het betreffende beleidsdomein.

De bebouwde oppervlakte van de belastingplichtigen zal worden nagegaan in de omgevingsvergunningen.

Na vaststelling van dit reglement, zal de belastingontvangst jaarlijks in het meerjarenplan 2026–2031 worden opgenomen als fiscale inkomstenbron.

Het krediet zal voorzien worden in de meerjarenplanning 2026-2031 en wordt als volgt geraamd.

Budgetsleutel

Actie

 

Voorziene budget 2026

GE/2026-2031/73499100/00200
Belasting op detailhandel in niet- gespecialiseerde winkels, waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen

 

 

 

€ 28.000,00  

Nadien jaarlijks geïndexeerd

Totale inkomsten MJP 2026-2031:

€ 176.627,39

BESLUIT

Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op detailhandel in niet- gespecialiseerde winkels, waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen. De gemeenteraad stelt hiertoe het bijgevoegde belastingreglement vast, waarin de voorwaarden, tarieven en modaliteiten van deze belasting zijn opgenomen.

Artikel 2
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

Artikel 3
Het belastingreglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 tot en met 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur. De toezichthoudende overheid wordt hiervan in kennis gesteld overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement op huwelijksplechtigheden vanaf 1 januari 2026

MOTIVERING

Feiten en context
Huwelijksplechtigheden hebben voor de gemeente kosten tot gevolg en het is bijgevolg billijk om hiervoor een retributie te treffen.

Het retributiereglement op de huwelijksplechtigheden, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 17 juni 2019 en gewijzigd in gemeenteraadszitting van 21 september 2020, naar aanleiding van coronamaatregelen, dient herzien te worden. 

Voor huwelijken die buiten de gewone diensturen worden voltrokken, worden bijkomende diensten van het personeel vereist. Het is wenselijk een verschil te hanteren tussen huwelijken die tijdens de openingsuren worden voltrokken en huwelijken die op vrijdagnamiddag of zaterdagvoormiddag doorgaan.

Ter gelegenheid van de voltrekking van een huwelijk wordt heden aan een beperkte groep aanwezigen (30 personen) een gratis receptie aangeboden. De praktijk leert ons dat dit vaak niet voldoende is.  Het past dit aantal op te trekken tot 50 personen. Het is billijk om ook de retributie hiervoor op te trekken naar 100 euro.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 40, 41, 285 tot 288 en330 inzake de bevoegdheden van de gemeenteraad en de bekendmaking van reglementen.

De omzendbrief KB/ABB-2019/2 d.d. 15 februari 2019 vanwege het Agentschap voor Binnenlands Bestuur betreffende de gemeentefiscaliteit.

Het retributiereglement op de huwelijksplechtigheden, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 17 juni 2019 en aangepast in gemeenteraadszitting van 21 september 2020.

Advies/argumentatie
Gunstig advies

Financiële gevolgen
Het krediet zal voorzien worden in de meerjarenplanning 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget 2025

Voorziene budget

GE/2026-2031/70091000/01301
Retributieopbrengsten op uitvoeren van huwelijksplechtigheden

 

 

€ 10.000,00

€ 12.000,00

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement op huwelijksplechtigheden, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.  Het is van toepassing op huwelijken met aangiftedatum vanaf 1 januari 2026.

Artikel 3
Het retributiereglement op huwelijksplechtigheden zoals vastgesteld in de zitting van de gemeenteraad d.d. 17 juni 2019 en aangepast in gemeenteraadszitting d.d. 21 september 2020 naar aanleiding van de geldende coronamaatregelen, wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Artikel 4
Dit retributiereglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot 287 van het decreet lokaal bestuur en overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement op de vergunningen voor individueel bezoldigd personenvervoer en op de bestuurderspassen

MOTIVERING

Feiten en context
Conform het decreet betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer en het besluit van de Vlaamse regering omtrent de exploitatievoorwaarden kan een retributie gevorderd worden voor individueel bezoldigd personenvervoer.

Het basisbedrag van de retributie voor vergunningen bedraagt 350,00 euro per jaar en per in de akte van de vergunning vermeld voertuig. De Vlaamse Regering kan dit basisbedrag differentiëren naar beneden tot minimaal 250,00 euro, op basis van de parameters bepaald door de Vlaamse Regering.

De gemeenteraad is bevoegd om dit retributiereglement vast te stellen.

Juridische gronden
De grondwet, artikel 173;

Decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2019 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer;

Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.

Advies/argumentatie
Gunstig advies.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst wordt geraamd op 9.500,00 euro (2026) en dan jaarlijks geïndexeerd met 2% (conform de evolutie van de consumptieprijsindex). 

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget MJP 2026-2031

GE/2026-2031/GE/70043000/02900  Andere retributies inzake individueel bezoldigd personenvervoer"

 

 

€ 9.500,00(

Jaarlijks geïndexeerd met 2%

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement op de vergunningen voor individueel bezoldigd personenvervoer en op de bestuurderspassen, zoals toegevoegd als bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Het retributiereglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikels 286 tot 287 van het decreet lokaal bestuur en overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031.

Artikel 4
Het retribitiereglement op de vergunnningen voor individueel bezoldigd personenvervoer, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 17 februari 2020, wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Raamovereenkomst: Aankoop speelgoed lokaal bestuur Meise (1/1/2026-31/12/2029) - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze

MOTIVERING

Feiten en context
In het kader van de opdracht “Raamovereenkomst: Aankoop speelgoed lokaal bestuur Meise (1/1/2026-31/12/2029)” werd een bestek met nr. 2025439 opgesteld door de aankoopdienst van lokaal bestuur Meise.

Deze opdracht heeft als doel de aankoop en levering van speelgoed voor diverse gemeentelijke diensten, waaronder vier basisscholen, toezicht, vrije tijd en animatiemomenten binnen het OCMW. Het betreft zowel artikelen uit de bijgevoegde inventaris als bijkomende artikelen uit het volledige aanbod van de inschrijver.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 37 190,08 (excl. btw) of € 45 000,00 (incl. 21% btw).

De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 48 maanden.

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.

Gemeente Meise treedt op als aankoopcentrale voor OCMW Meise bij de gunning en de uitvoering van de opdracht.

Juridische gronden
 De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143 000,00 niet), en in het bijzonder artikel 2, 6° en 7°a (de aanbestedende overheid verricht gecentraliseerde aankoopactiviteiten voor de verwerving van leveringen of diensten die bestemd zijn voor aanbesteders) en artikel 43.

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht en artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 90, 1°.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

Advies/argumentatie
Desbetreffende diensten verlenen een gunstig advies.

Financiële gevolgen
De uitgaven voor deze opdracht dienen te worden voorzien in de exploitatiebudgetten van 2026-2029, op budgetcodes:

- GE/2026/60100000/08001/alle materialen die gebruikt worden voor het aanbieden van onderwijs (GBS De Leertuin)

- GE/2026/60100000/08002/alle materialen die gebruikt worden voor het aanbieden van onderwijs (GBS Fusieschool)

- GE/2026/60100000/08003/alle materialen die gebruikt worden voor het aanbieden van onderwijs (GBS Klim Op)

- GE/2026/60100000/08004/alle materialen die gebruikt worden voor het aanbieden van onderwijs (GBS Sint-Brixius-Rode)

- GE/2026/61300000/08700/Aankoop materiaal toezicht

- GE/2026/61602000/07510/De Spin, dag vd animator, buitenspeeldag, sinterklaasfeest, kinderkunstendag, pop-up speelwijk, legacy league, kleuterhappening

- OC/2026/61602000/09530/Activiteiten.
 

BESLUIT

Artikel 1
Het bestek met nr. 2025439 en de raming voor de opdracht “Raamovereenkomst: Aankoop speelgoed lokaal bestuur Meise (1/1/2026-31/12/2029)”, opgesteld door de aankoopdienst van lokaal bestuur Meise, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 37 190,08 (excl. btw) of € 45 000,00 (incl. 21% btw).

Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Artikel 3
In toepassing van artikel 2, 6°a en 7°a van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, zal gemeente Meise optreden als aankoopcentrale in die zin dat ze leveringen en/of diensten verwerft die bestemd zijn voor aanbestedende overheden of aanbestedende entiteiten, meer bepaald voor OCMW Meise.

Artikel 4
De uitgave voor deze opdracht dient te worden voorzien in de exploitatiebudgetten van 2026-2029, op budgetcodes 60100000/08001, 60100000/08002, 60100000/08003, 60100000/08004, 61300000/08700, 61602000/07510, 61602000/09020.

De kredieten voor de volgende jaren zullen toegevoegd worden in het meerjarenplan 2026-2031.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Instappen raamovereenkomst Creat: Voeding december 2025 voor gemeente Meise (1/12/2025-30/11/2029) - Goedkeuring gunning en lastvoorwaarden

MOTIVERING

Feiten en context
Op 21 januari 2025 is de gemeente Meise als openbaar aankoper lid geworden van Creat Services dv, hierdoor kan het lokaal bestuur te allen tijde toetreden tot alle raamovereenkomsten die bij hen op dat moment lopende zijn.

Aangezien hun huidige raamovereenkomst “Voeding april 2023” afloopt op 30 november 2025 en het lokaal bestuur de continuïteit voor de leveringen van voedingswaren wil garanderen, kan het lokaal bestuur hierdoor beroep doen op hun volgende raamovereenkomst “Voeding december 2025”.

Creat services dv treedt hierbij enkel op als aankoopcentrale voor de gemeente Meise. Meer informatie aangaande dit dossier is te vinden in bijlage.

De uitgave voor de opdracht wordt geraamd op € 65 000,00 (excl. btw) of € 68 900,00 (incl. 6% btw).

De aankoopdienst stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, in te stappen op de raamovereenkomst “Voeding december 2025 voor gemeente Meise (1/12/2025-30/11/2029)”, in de markt gezet door Creat Services dv en gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van prijs), zijnde Sligro, Java foodgroup, Wingepark 10, te 3110 Rotselaar. De gemeente stapt in tegen het ramingsbedrag van € 65 000,00 (excl. btw) of € 68 900,00 (incl. 6% btw). 

Juridische gronden
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 26, en in het bijzonder artikelen 2, 6° en 47 §2 die de aanbestedende overheden vrijstelt van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren wanneer ze een beroep doen op een aankoopcentrale.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

Advies/argumentatie
De dienst vrije tijd en de personeelsdienst verlenen een gunstig advies.

Financiële gevolgen
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2025, op budgetcodes 61409000/01192,
61602000/01120,
61602000/07030,
61602000/07100,
61602000/07410,
61602000/07510
en 61610000/0500.

Een aanvraag tot het verkrijgen van het vereiste visum werd ingediend op 10 november 2025. De financieel directeur verleende op 14 november 2025 visum met nummer 2025471.

De uitgave is voorzien in het budget.

Budgetsleutel

Acties

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2025/61409000/01192
Dranken, broodjes personeel vergaderingen, fruitmanden voor gans GE

//

 22 300,00

 9 603,65(10/11/2025)

GE/2025/61602000/01120
Uitbouwen van een HR-beleid -bedankingen personeel, nieuwjaarsgeschenk, activiteiten op de werkvloer, nieuwjaarsfeest, teambuildingsdag

//

 25 000,00

 11 521,94(10/11/2025)

 

GE/2025/61602000/07030
Acties en lezingen, activiteiten, broodjes, melk en koffie,...

//

 7 400,00

 2 486,01(10/11/2025)

 

GE/2025/61602000/07100
Feestelijke aangelegenheden (herdenkingen oudstrijders, Bevrijdingsfeesten, Jaaz in Maazz, seniorenfeest)

//

 21 918,25

 3 316,01(10/11/2025)

 

GE/2025/61602000/07410
Activiteiten sportdienst - Recreathlon, Springkastelenfestival, ...

//

 35 727,32

  615,19(10/11/2025)

 

GE/2025/61602000/07510
De Spin, dag vd animator, buitenspeeldag, sinterklaasfeest, kinderkunstendag, pop-up speelwijk, legacy league, kleuterhappening

//

 42 000,00

 10 231,11(10/11/2025)

 

GE/2025/61610000/05000
Werkingsbudget lokale economie

//

 20 000,00

 8 869,50(10/11/2025)


Er dient krediet te worden voorzien op de exploitatiebudgetten 2026-2029 in het meerjarenplan 2026-2031, op volgende budgetsleutels:

GE/2026-2029/61505000/05000
GE/2026-2029/61505000/01120
GE/2026-2029/61505000/07100
GE/2026-2029/61505000/07510
GE/2026-2029/61505000/07030
GE/2026-2029/61505000/07410
en GE/2026-2029/61409000/01192.

BESLUIT

Artikel 1
Het dossier met nr. 2025453 en de raming voor de opdracht “Instappen raamovereenkomst Creat: Voeding december 2025 voor gemeente Meise (1/12/2025-30/11/2029)”, opgesteld door de aankoopdienst, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het dossier en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 65 000,00 (excl. btw) of € 68 900,00 (incl. 6% btw).

Artikel 2
Er wordt kennis genomen van de omschrijving van de opdracht en de technische bepalingen die terug te vinden zijn in bijlage.

Artikel 3
De instap in de raamovereenkomst “Voeding december 2025 (1/12/2025-30/11/2029)”, dat in de markt werd gezet door Creat Services dv en door hen gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van prijs), zijnde Sligro, Java foodgroup Wingepark 10, te 3110 Rotselaar, tegen de voorwaarden vermeld in de offerte van de inschrijver, wordt goedgekeurd.

Artikel 4
De afname door de gemeente Meise, die zal geplaatst worden via bovenstaande raamovereenkomst tegen het maximum bestelbedrag van € 65 000,00 (excl. btw) of € 68 900,00 (incl. 6% btw), wordt goedgekeurd.

Artikel 5
Creat services dv heeft deze opdracht in de markt gezet met een openbare procedure en een looptijd van 48 maanden. De termijn start vanaf de goedkeuring van de toetreding en eindigt op 30 november 2029.

Artikel 6
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het dossier met nr. 2025453. Iedere afroep maakt deel uit van een aparte bestelling. Afname kan uitsluitend door de gemeente Meise.

Artikel 7
De betaling zal gebeuren met de kredieten ingeschreven in het exploitatiebudget van 2025, op budgetcodes 61409000/01192, 61602000/01120, 61602000/07030, 61602000/07100, 61602000/07410, 61602000/07510 en 61610000/05000.

In het meerjarenplan 2026-2031 zal op de exploitatiebudgetten 2026-2031 voor de jaren 2026-2029 op volgende budgetsleutels voldoende krediet worden voorzien:

GE/2026-2029/61505000/05000, GE/2026-2029/61505000/01120, GE/2026-2029/61505000/07100, GE/2026-2029/61505000/07510, GE/2026-2029/61505000/07030, GE/2026-2029/61505000/07410 en GE/2026-2029/61409000/01192.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

In-house gunning van de opdracht “Dienstverlening informatiebeheer” aan de Welzijnskoepel (archief gemeente) - Goedkeuring gunning en lastvoorwaarden

MOTIVERING

Feiten en context
Als lokaal bestuur zijn we verantwoordelijk voor het beheer van al onze bestuursdocumenten, zowel analoog als digitaal.

Een goed informatiebeheer is essentieel om onze werking efficiënt, transparant en conform de wetgeving te organiseren.

Met het oog op de verdere professionalisering van het informatiebeheer binnen ons bestuur, wordt voorgesteld gebruik te maken van de dienstverlening “informatiebeheer” van de Welzijnskoepel en dit via een in-house gunning voor een periode van zes jaar.

Doel van het informatiebeheer
De inzet van een gespecialiseerde informatiebeheerder biedt de nodige expertise en ondersteuning om onze archieven en informatieprocessen op orde te brengen.

Daarbij denken wij aan onderstaande taken en verantwoordelijkheden:

- Algemeen

        Opstellen van informatiebeheersplannen en richtlijnen voor medewerkers, zodat het archief volledig toegankelijk wordt.

        Invullen en up-to-date houden van het serieregister.

        Zorgen voor een uniforme werkwijze die conform is met de regelgeving van de Vlaamse overheid.

        Opvolgen van de evoluerende wetgeving inzake informatiebeheer.

        Bewaken van de maximale bewaartermijnen van documenten.

        Selectie en aanvragen voor vernietiging van bestuursdocumenten, om ruimtegebrek op servers en in archiefdepots te beperken.

- Papieren archieven

        Opstellen van overdrachtslijsten voor een gestructureerde en efficiënte overdracht van dossiers naar het archiefdepot.

        Uitwerken van plannen voor verhuis of herinrichting van het archiefdepot, met als doel extra opslagcapaciteit te creëren.

- Digitale archieven

        Opmaken van richtlijnen rond substitutie, digitalisering en duurzaamheid van digitale documenten.

        Ontwikkelen en implementeren van digitale mappenstructuren.

        Uitvoeren van opschoonacties op servers om de digitale opslag te optimaliseren.

Voordelen voor het lokaal bestuur

        Toegang tot een gestructureerd en duurzaam archief, zowel analoog als digitaal.

        Voldoen aan de wettelijke vereisten inzake informatiebeheer opgelegd door de Vlaamse overheid.

        Efficiënter werkproces voor medewerkers door duidelijke richtlijnen en een logisch opgebouwde archiefstructuur.

        Ruimtewinst in fysieke en digitale opslag.

        Professionele ondersteuning door een ervaren informatiebeheerder die de noden van lokale besturen kent.

Motivering toepassing in-house gunning (artikel 30 Wet Overheidsopdrachten) zie statuten in bijlage.

- Art. 30 §1,1°:  Lokaal bestuur Meise oefent samen met de andere deelnemende lokale besturen een beslissende invloed uit op zowel de strategische doelstellingen als de belangrijke beslissingen van de Welzijnskoepel. De Welzijnskoepel staat onder toezicht van de aangesloten besturen via haar bestuursorganen, die uitsluitend bestaan uit vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten. Er is dus sprake van een controle die vergelijkbaar is met de controle die de gemeente uitoefent op haar eigen diensten.

- Art. 30 §1,2°: De Welzijnskoepel verricht het merendeel van haar activiteiten (meer dan 80%) ten behoeve van de deelnemende besturen.
De dienstverlening aan derden is van bijkomstige aard en heeft geen invloed op de onderlinge controleverhouding.

- Art. 30 §1,3°: In de Welzijnskoepel is geen enkele private partij aandeelhouder of stemgerechtigd. De entiteit bestaat uitsluitend uit publieke rechtspersonen.

Motivering looptijd
De gekozen looptijd van zes jaar wordt als redelijk en proportioneel beschouwd in het licht van de aard van de dienstverlening en de doelstellingen van de samenwerking.
Het opzetten en implementeren van een duurzaam en gestructureerd informatiebeheersysteem vergt immers een aanzienlijke investering in tijd en middelen, zowel van de Welzijnskoepel als van het lokaal bestuur. Een langere looptijd biedt de nodige continuïteit om de werking op te bouwen, te verankeren en te optimaliseren.
Daarnaast laat een periode van zes jaar toe om tussentijds te evalueren en bij te sturen waar nodig, terwijl na afloop van deze termijn een grondige evaluatie kan plaatsvinden met het oog op een eventuele verlenging of hernieuwing van de samenwerking.

In het kader van de opdracht “In-house gunning van de opdracht “Dienstverlening informatiebeheer” aan de Welzijnskoepel” werd een technische beschrijving met nr. 2025467 opgesteld door de ontwerper.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 49 586,77 (excl. btw) of € 59 999,99 (incl. 21% btw).

Er wordt voorgesteld de opdracht via een in-house gunning te gunnen aan de Welzijnskoepel overeenkomstig artikel 30, §1 1° van de Wet Overheidsopdrachten van 17 juni 2016.

De ontwerper stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, de opdracht “In-house gunning van de opdracht dienstverlening informatiebeheer” te gunnen aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de prijs), zijnde Welzijnskoepel, Kapelleveld 8 te 1742 St-Katherina-Lombeek tegen het nagerekende offertebedrag van € 49 586,77 (excl. btw) of € 59 999,99 (incl. 21% btw).

Het visum met nummer 2025472 werd verkregen op 14 november 2025.

Juridische gronden
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 30, §1, betreffende de mogelijkheid tot gunning van opdrachten aan een gecontroleerde rechtspersoon (in-house gunning);

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 90, 1°.

De statuten van de Welzijnskoepel, zoals goedgekeurd door de deelnemende besturen.

Advies/argumentatie
Een goed informatiebeheer is de sleutel tot een transparante, efficiënte en conforme organisatie.
De inzet van een gespecialiseerde informatiebeheerder via de Welzijnskoepel biedt een structurele en duurzame oplossing voor de uitdagingen waarmee we vandaag geconfronteerd worden.

Financiële gevolgen
De uitgave voor deze opdracht zal worden voorzien in de exploitatiebudgetten van het meerjarenplan 2026-2031, op budgetcode 64990000/01130.

Een aanvraag tot het verkrijgen van het vereiste visum werd ingediend op 7 november 2025. De financieel directeur verleende visum met nummer 2025472.

De uitgave is voorzien in het budget.

Budgetsleutel

Acties

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026-2031/64990000/01130
Welzijnskoepel archivaris - archief

______

 10 000,00

 10 000,00(

BESLUIT

Artikel 1
De technische beschrijving met nr. 2025467 en de raming voor de opdracht “In-house gunning van de opdracht dienstverlening informatiebeheer”, opgesteld door de ontwerper, worden goedgekeurd. De raming bedraagt € 49 586,77 (excl. btw) of € 59 999,99 (incl. 21% btw).

Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund via in-house gunning aan de Welzijnskoepel, Kapelleveld 8 te 1742 St-Katherina-Lombeek met ondernemingsnummer 0467270576, overeenkomstig artikel 30, §1 1° van de Wet Overheidsopdrachten van 17 juni 2016 tegen het geraamde bedrag van € 49 586,77 (excl. btw) of € 59 999,99 (incl. 21% btw).

Artikel 3
De gemeenteraad bevestigt dat aan alle voorwaarden van een in-house gunning is voldaan: de gemeente oefent samen met de andere deelnemers een controle uit zoals op eigen diensten, meer dan 80% van de activiteiten van de Welzijnskoepel worden uitgevoerd voor de deelnemende besturen en er is geen participatie van private partijen. De gekozen samenwerking is noodzakelijk om het informatiebeheer duurzaam te professionaliseren en continuïteit te verzekeren.

Artikel 4
De samenwerking met de Welzijnskoepel wordt aangegaan voor een periode van zes (6) jaar, ingaande op 02 januari 2026. Na afloop van deze periode kan de gemeenteraad beslissen over verlenging of hernieuwing van de samenwerking.

Artikel 5

De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst informatiebeheer, opgesteld door de Welzijnskoepel en machtigt de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad om deze te ondertekenen.

Artikel 6
De betaling zal gebeuren overeenkomstig de bepalingen voorzien in de offerte en met het krediet ingeschreven in het exploitatiebudgetten van 2026-2031, op budgetcode GE/64990000/01130.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Aankoop van software voor inschrijvingen kinderopvang en activiteiten in het kader BOA-decreet (2026-2030) - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze

MOTIVERING

Feiten en context
In het kader van de opdracht “Aankoop van software voor inschrijvingen kinderopvang en activiteiten in het kader BOA-decreet (2026-2030)” werd een bestek met nr. 2025448 opgesteld door de aankoopdienst van lokaal bestuur Meise.

Deze opdracht betreft de aankoop van een softwarepakket dat een oplossing biedt voor de inschrijving (reserveringen en annulering) en betaling van buitenschoolse kinderopvang en vrijetijdsactiviteiten in Meise. Het softwarepakket maakt gebruik van één gezamenlijke klantendatabase en is tezelfdertijd toegankelijk op verschillende locaties. Het pakket omhelst zowel het aanbod van buitenschoolse opvang als het aanbod van activiteiten voor jeugd (zowel op schooldagen als vakantiedagen) en deze zijn beschikbaar in één centrale webshop.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 95 000,00 (incl. btw). Het maximale bestelbedrag bedraagt € 78 512,39 (excl. btw) of € 94 999,99 (incl. 21% btw).

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.

Juridische gronden
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143 000,00 niet) en artikel 43.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 90, 1°.

Advies/argumentatie
De dienst vrije tijd verleent een positief advies.

Financiële gevolgen
De uitgave voor deze opdracht zal worden voorzien in de exploitatiebudgetten van het meerjarenplan van 2026-2031, op budgetcode GE/61402000/09451.

Budgetsleutel

Acties

Budget MJP 2026-2031

 

GE/2026-2031/61402000/09451
Digitaal BOA-platform

AC 5.3.1/ AP 5.3

 20.000,00
 

 

BESLUIT

Artikel 1
Het bestek met nr. 2025448 en de raming voor de opdracht “Aankoop van software voor inschrijvingen kinderopvang en activiteiten in het kader BOA-decreet (2026-2030)”, opgesteld door de aankoopdienst van lokaal bestuur Meise, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 95 000,00 (incl. btw).

Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Artikel 3
De uitgave voor deze opdracht zal worden voorzien in de exploitatiebudgetten van het meerjarenplan van 2026-2031, op budgetcode GE/2026-2031/61402000/09451 met actie 5.3.1 en actieplan 5.3.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Goedkeuring van de actualisering van de uurtarieven en wijziging van de samenwerkingsovereenkomsten tussen de intercommunale Haviland en de gemeente Meise

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeente Meise is als deelnemer van de dienstverlenende vereniging Haviland in de mogelijkheid om een beroep te doen op de diensten van voormelde vereniging.

De gemeente Meise heeft verschillende samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur met Haviland gesloten, waarin de uurtarieven voor de dienstverlening werden vastgelegd.

Overwegende dat de raad van bestuur van Haviland op 13 oktober 2025 goedkeuring verleende aan de actualisering van de verschillende uurtarieven en deze aldus worden gewijzigd als volgt:

        Dienst ruimtelijke ordening, mobiliteit, GIS en omgevingshandhaving: € 118,00

        Dienst milieu, burenbemiddeling: € 106,50

        Dienst informatieveiligheid, communicatie: € 110

        Juridische dienst: € 125

        Dienst infrastructuur: € 129

Gelet op kennisgeving van Haviland 23/10/2025 waarin de motieven werden opgenomen inzake de actualisering van de uurtarieven, met name:

        De uurtarieven werden bepaald in 2016. Hoewel de uurtarieven telkens werd geïndexeerd op basis van de aanpassing van de lonen in de openbare sector, is de gemiddelde loonkost ten gevolge van baremieke aanpassingen en de aanwerving van meer gespecialiseerde profielen meer gestegen.

        Een benchmark leert dat de huidige tarieven 10 tot 15% lager liggen dan de meest toegepaste tarieven bij collega streekintercommunales en tot 20% lager dan op de private markt. De nieuwe uurtarieven zijn dus marktconform.

De nieuwe uurtarieven zijn geldig voor alle nieuwe projecten die worden opgestart, en voor alle dienstverleningen waarvoor een contract van onbepaalde duur is afgesloten. De contracten van bepaalde duur wijzigen niet.

De gemeente Meise maakt momenteel van de dienstverlening van Haviland gebruik voor:

        preventie en welzijn op het werk

        opvolging van de GAS-inbreuken

        ondersteuning dienst ruimtelijke ordening.

De gemeenteraad is bevoegd om deze wijzigingen goed te keuren.

Juridische gronden
Het decreet over het Lokaal Bestuur dd. 22 december 2017, inzonderheid artikel 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;

Advies/argumentatie
Gunstig advies.

Financiële gevolgen
De uitgaven voor de lopende overeenkomsten zullen vanaf 1 januari 2026 stijgen met ongeveer 10%. De verwachte meeruitgave kan op jaarbasis worden geraamd op €35.000.

Er dient bij het meerjarenplan 2026-2031 extra krediet voorzien te worden op de verschillende budgetsleutels.

De financieel directeur verleende op 19 november 2025 een visum met nummer 2025473. Het visum is als bijlage toegevoegd.

Budgetsleutels

Actie

Initieel budget

beschikbaar budget

GE/2026/61310020/01140 - organisatiebeheersing

GE/2026/61310020/04800 - dossierkosten Haviland

 

€ 125.000

 

€ 800.000

€ 125.000

 

€ 800.000

BESLUIT

Artikel 1
De gemeenteraad keurt de actualisering van de uurtarieven van HAVILAND goed, zoals voorgesteld op de raad van bestuur dd. 13 oktober 2025. De nieuwe tarieven treden in werking op 1 januari 2026 en zijn van toepassing op alle nieuwe contracten die worden afgesloten en op de contracten van onbepaalde duur.

Artikel 2
De gemeenteraad keurt de gewijzigde samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur met Haviland, overeenkomstig het bijgevoegde addendum, goed.

Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van deze beslissing.

Artikel 4
De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur worden gemachtigd de documenten te ondertekenen.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement vastgoedinformatie voor 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeenteraad heeft in zitting van 21 november 2022 de aansluiting tot het Vastgoedplatform met een verwerkingsovereenkomst goedgekeurd en de vernieuwing van het retributiereglement voor het afleveren van vastgoedinformatie vastgesteld. Dit reglement trad in werking op 1 januari 2023.

De VVSG deelde op 28 november 2022 mee dat de toegang tot het Vastgoedinformatieplatform voor particulieren pas in voege zal gaan op 1 januari 2024. In de eerste fase werden vanaf 1 januari 2023 enkel notarissen en vastgoedmakelaars toegelaten. Aangezien alle voorgaande reglementen inzake vastgoedinformatie werden opgeheven was het noodzakelijk om een nieuw retributiereglement voor particulieren vast te stellen voor aanvraag van vastgoedinformatie en conformiteitsattesten.

De gemeenteraad heeft in zitting van 19 februari 2024 de ingebruikname van het vastgoedplatform en de vernieuwing van het retributiereglement vastgoedinformatie vastgesteld.  Dit reglement trad in werking op 22 februari 2024.

De raad is bevoegd om het vernieuwde  retributiereglement vastgoedinformatie vast te stellen.

Juridische gronden
Artikel 173 van de Grondwet;

Artikel 40, §3, van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

Het VIP-decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

Artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

Vlaamse Codex Wonen.

De beslissing van de gemeenteraad in zitting van 21 november 2022 waarin de aansluiting tot het Vastgoedplatform met een verwerkingsovereenkomst werd goedgekeurd en de vernieuwing van het retributiereglement voor het afleveren van vastgoedinformatie werd vastgesteld.

De beslissing van de gemeenteraad in zitting van 19 december 2022 waarin het retributiereglement voor het opzoeken, samenstellen en afleveren van vastgoedinformatie en conformiteitsattesten aan particulieren werd vastgesteld.

De beslissing van de gemeenteraad in zitting van 19 februari 2024 waarbij de ingebruikname van het vastgoedplatform en de vernieuwing van het retributiereglement vastgoedinformatie werd vastgesteld. 

Advies/argumentatie
Het gemeentebestuur dient haar budget in evenwicht te houden;

Aanvragers wensen informatie over onroerende goederen van verschillende overheidsinstanties, waaronder gemeenten, centraal en gebundeld te ontvangen;

De gemeente vindt het belangrijk dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed;

Gemeenten zijn op zoek naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen;

Het Vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen, en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvragers;

Het Vastgoedinformatieplatform wordt beheerd wordt door het Vlaams Datanutsbedrijf (ook “Athumi” genoemd) zoals geregeld in het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

De gemeente kan via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie verzamelen in een product en dit product met vastgoedinformatie  ontsluiten;

Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoedinformatie en het samenvoegen van deze vastgoedinformatie in een product, op verzoek van aanvragers brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee;

De gemeente Meise wenst de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager ervan te verhalen;

Wordt voorgesteld het bedrag van de retributie voor vastgoedinformatie vast te stellen:

        Vastgoedinformatie: €150 per perceel

Financiële gevolgen
De opbrengsten worden op jaarbasis geraamd op €100.000,00.

Het krediet wordt voorzien in het meerjarenplan 2026_2031.

Budgetsleutel

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70003000/06000
Retributen notarissen

€100 000,00

€100 000,00

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement vastgoedinformatie 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Het retributiereglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het retributiereglement vastgoedinformatie, vastgesteld in de gemeenteraadszitting van 19 februari 2024, gepubliceerd op de website op 22 februari 2024, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 18 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 onthoudingen (Roel Anciaux, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement op het gebruik/inname van openbaar domein en het plaatsrecht op de markten

MOTIVERING

Feiten en context
Het retributiereglement op het gebruik van het openbaar domein zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2022, vervalt op 31 december 2025.

Het belastingreglement op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 16 december 2019, gewijzigd door de beslissing van de gemeenteraad van 20 april 2020 inzake COVID-19 en gepubliceerd op de website op 29 april 2020, vervalt op 31 december 2025.

Daarnaast is het wenselijk dat het bestuur een uniforme regeling heeft voor het gebruik van de evenementen- en marktkasten door marktkramers, foorkramers, circussen, ambulante handel en allerhande verenigingen.

De gemeenteraad is bevoegd om dit reglement vast te stellen.

Juridische gronden
Artikelen 41, 162 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Artikelen 40, §3, en 41, tweede lid, 14°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.

De Omzendbrief gemeentefiscaliteit van de Vlaamse Regering (15 februari 2019) die richtlijnen geeft voor de vestiging en invordering van retributies.

Het belastingreglement op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 16 december 2019, gewijzigd door de beslissing van de gemeenteraad van 20 april 2020 inzake COVID-19 en gepubliceerd op de website op 29 april 2020.

Het gemeentelijk marktreglement, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 18 november 2025.

Advies/argumentatie
Het openbaar domein is bestemd voor algemeen gebruik. Tijdelijke innames (bijvoorbeeld voor bouwwerken, evenementen, terrassen, containers) beperken deze beschikbaarheid en veroorzaken bijkomende kosten voor toezicht, signalisatie, onderhoud en herstel.

Door een retributie in te voeren, worden deze kosten billijk verhaald op de gebruiker en wordt oneigenlijk gebruik ontmoedigd, zodat het domein sneller terug beschikbaar is voor zijn publieke functie.

Het lokaal bestuur heeft ook, verspreid over haar grondgebied, een aantal markt- en evenementenkasten geplaatst en is bereid deze ter beschikking te stellen aan bepaalde gebruikers.

Het lokaal bestuur heeft financiële inspanningen geleverd om deze markt- en evenementenkasten te laten plaatsen en dient het onderhoud en de keuringen te verzekeren. Op deze manier kan gebruik gemaakt worden van een voordelige, beveiligde en gekeurde aansluiting op het elektriciteitsnet bij de organisatie van een occasionele activiteit.

Deze terbeschikkingstelling van markt- en evenementenkasten ten behoeve van derden brengt voor de gemeente extra kosten met zich mee. Met dit reglement beoogt de gemeente dan ook de doorrekening van deze kosten, alsook de kosten van het elektriciteitsverbruik, naar de effectieve gebruikers.

De inkomsten uit deze retributie worden aangewend voor beheer, onderhoud en herstel van het openbaar domein, en dragen bij tot een kostendekkende werking van gemeentelijke diensten.

Financiële gevolgen
Het krediet voor 2026 en volgende jaren is voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

De ontvangsten worden geraamd op € 100 500,00 per jaar.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70062000/02000
Andere retributies inzake gebruik van openbaar domein

 

GE/2026/70050000/05000

Retributieopbrengsten op plaatsrecht markten

   /

 

 

 

   /

   € 0,00

 

 

 

   € 0,00

   € 0,00  (01/12/25)

 

 

 

   € 0,00 (01/12/25)

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement op het gebruik/inname van openbaar domein en het plaatsrecht op de markten voor de jaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en  287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het retributiereglement op het gebruik van het openbaar domein, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 19 december 2022 en het belastingreglement op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 20 april 2020, worden opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement op het weghalen en bewaren van goederen

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeenteraad stelde op 16 december 2019 het belastingreglement op het weghalen en bewaren van goederen vast.

Voor de nieuwe legislatuur dient een nieuw retributiereglement te worden vastgesteld met ingang van 1 januari 2026.

Juridische gronden
Artikelen 41, 162 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Artikelen 40, §3, en 41, tweede lid, 14°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.

De omzendbrief gemeentefiscaliteit van de Vlaamse Regering (15 februari 2019) die richtlijnen geeft voor de vestiging en invordering van retributies.

Het belastingreglement op het weghalen en bewaren van goederen vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2019.

Advies/argumentatie
Overwegende dat de gemeente, luidens de Wet van 4 februari 2020, de kosten die zij gemaakt heeft voor het weghalen en bewaren van de gevonden of op de openbare weg geplaatste goederen mag aanrekenen aan de eigenaar of zijn rechtverkrijgenden.

Overwegende dat de gemeente de teruggave van de goederen, met uitzondering van die waarvan sprake is in artikel 1408,§1, van het Gerechtelijk Wetboek, of de teruggave van de opbrengst van de verkoop daarvan, vóór het verstrijken van de in de Wet gestelde termijnen, kan afhankelijk stellen van de voorafgaande betaling van die kosten.

Overwegende dat de gemeente haar budget in evenwicht dient te houden.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst van € 1 500,00 zal worden opgenomen in het meerjarenplan 2026 - 2031 onder AR 70310000 voor 2026 en de volgende jaren.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70062000/01191
Uithuiszettingen/uitdrijvingen

 

€ 1 500,00

€ 1 500,00

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement op het weghalen en bewaren van goederen voor de jaren 2026 tot en met 2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Hetbelastingreglementinzakehetweghalenenbewarenvan goederen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019, wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement voor de uitvoering van werken en/of logistieke ondersteuning voor derden door de gemeente

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeenteraad stelde op 16 december 2019 het retributiereglement vast voor de uitvoering van werken en/of logistieke ondersteuning voor derden door de gemeente. Voor de nieuwe legislatuur dient een nieuw retributiereglement te worden vastgesteld met ingang van 1 januari 2026.

De gemeentelijke personeelsleden worden regelmatig ingezet voor herstellingen van het openbaar domein naar aanleiding van verkeersongevallen, vandalisme, verwijderen overhangende takken op het openbaar domein ....

Het gebeurt tevens dat, wanneer burgers werken niet (tijdig) uitvoeren, de gemeente deze - in het kader van de openbare veiligheid - in de plaats van de nalatige burger uitvoert.

Het gemeentebestuur moet daarbij vaak niet alleen technische, maar ook administratieve prestaties leveren om deze werken ten laste van derden te organiseren, zoals het uitvoeren van een plaatsbezoek, het nemen van foto’s, het opvragen van offertes, het opmaken van een bestek, het opmaken van een vorderingstaat…

De kosten die de gemeente moet maken om dit soort problemen, meestal als gevolg van fouten, nalatigheden of in gebreke blijven van de veroorzaker, op te lossen, kunnen niet worden verhaald op de gemeenschap.

Aan de burgers wordt voor de uitvoering van dergelijke werken een retributie aangerekend. Voor de correcte berekening van onkostennota’s bij dat soort werken, dient een vooropgestelde prijs gehanteerd te worden voor werkuren, verplaatsingskosten,…. Het is daarbij geenszins de bedoeling om via de aanrekening van een retributie een sanctioneringsmiddel in te stellen.

Het bestuur wenst deze werking voor derden uit te breiden naar lokale organisaties en verenigingen.

Er wordt immers vastgesteld dat lokale organisaties en verenigingen bij de organisatie van hun evenementen of in hun werking niet over voldoende/ de geschikte middelen (materiaal of mankracht) beschikken om bepaalde taken uit te oefenen.

Anderzijds zorgt de inzet van gemeentelijk personeel voor een belangrijke financiële kost voor de gemeente, dit terwijl de organisatie hierdoor soms wel inkomsten bekomt. Om de realisatie van evenementen mogelijk te maken en tegelijk om een objectieve ondersteuning te bieden aan alle verenigingen (en derhalve te waken dat de gemeenschapsmiddelen ingezet worden in het algemeen belang), zal de materiële ondersteuning van de verenigingen gekoppeld worden aan voorwaarden en gebeuren tegen vergoeding.

De gemeenteraad is bevoegd om het retributiereglement vast te stellen.

Juridische gronden
Artikelen 41, 162 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Artikelen 40, §3, en 41, tweede lid, 14°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.

De omzendbrief gemeentefiscaliteit van de Vlaamse Regering (15 februari 2019) die richtlijnen geeft voor de vestiging en invordering van retributies.

Het retributiereglement voor de uitvoering van werken en/of logistieke ondersteuning voor derden door de gemeente, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting 16 december 2019.

Advies/argumentatie
Overwegende dat het billijk is dat de gemeente een retributie aanrekent voor prestaties voor derden en/of logistieke ondersteuning van verenigingen.

Overwegende dat de gemeente haar budget in evenwicht dient te houden.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst wordt geraamd op €1000€ en zal worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70200002/02000
Werken voor derden

 

€ 1000

€ 1000

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement voor de uitvoering van werken en/of logistieke ondersteuning voor derden door de gemeente voor de jaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het retributiereglement voor de uitvoering van werken en/of logistieke ondersteuning voor derden door de gemeente, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019,  wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het belastingreglement op rioolaansluitingen

MOTIVERING

Feiten en context

De gemeenteraad stelde op 16 december 2019 het belastingreglement op riool- en hemelwateraansluitingen vast voor de aanslagjaren 2020-2025. Het belastingreglement ging in op 1 januari 2020 en werd gewijzigd bij beslissingen van de gemeenteraad van 20 december 2021 (met name schrapping van een boeteclausule) en 20 februari 2023 (met name inzake aanpassingswerken op privaat domein zonder aanpassing van de rioolaansluiting).

De gemeenteraad stelde op 24 juni 2024  het belastingreglement op riool- en hemelwateraansluitingen vast voor de periode van 1 juli 2024 tot 31 december 2025.

Per legislatuur dient de gemeenteraad de belasting- en retributie- reglementen vast te stellen. De vernieuwing van deze reglementen dient te gebeuren binnen het jaar na de indiensttreding van een nieuwe bestuursmeerderheid.

De in het nieuwe reglement opgenomen bedragen beogen een gewogen gemiddelde van de factuurkosten die aan de gemeente worden aangerekend. In de afgelopen jaren zijn de kosten voor het uitvoeren van aansluitingen echter aanzienlijk gestegen. De huidige bedragen dekken deze kosten niet volledig.

Voor aansluitingen op grotere diepte (>1,20 m), die niet door onze interne diensten kunnen worden uitgevoerd, wordt een beroep gedaan op De Watergroep in het kader van de Riopact-overeenkomst. De kosten voor deze aansluitingen, die ongeveer één derde van het totaal aantal aansluitingen betreffen, liggen doorgaans tussen de 2.000,00 en 5.000,00 euro.
De laatste jaren bedroeg het aantal aanvraagdossiers tussen 40 en 50.

Het is daarom aangewezen de tarieven in het reglement aan te passen zodat de kosten grotendeels worden gerecupereerd en de gemeente niet volledig opdraait voor de uitgaven. Op deze manier blijft het reglement actueel en financieel verantwoord, terwijl de dienstverlening aan de burgers kan worden gegarandeerd.

De gemeenteraad is bevoegd om het belastingreglement vast te stellen.

Juridische gronden

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170§4.

Het waterwetboek van 30 september 2018.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, tweede lid, 14° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gewijzigd decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen vastgesteld op 3 mei 2024, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 31 mei 2024, met onmiddellijke inwerkingtreding op datum van 10 juni 2024.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Het reglement aangaande de naleving van de keuring van de privéwaterafvoer en het toezicht op het openbaar domein vastgesteld door de gemeenteraad van 16 december 2019.

Het belastingreglement op riool- en hemelwateraansluitingen voor de periode van 1 juli 2024 tot 31 december 2025 vastgesteld door de gemeenteraad stelde in zitting van 24 juni 2024.

Advies/argumentatie

De milieuraad verleende op 25 november 2025 een gunstig advies.

Overwegende dat het lokaal bestuur verantwoordelijk is voor de aanleg, het onderhoud en de uitbreiding van het gemeentelijk rioleringsnetwerk;

Overwegende dat deze infrastructuur noodzakelijk is om te voldoen aan de Vlaamse en Europese verplichtingen inzake afvalwaterbeheer en om de volksgezondheid en het leefmilieu te beschermen;

Overwegende dat de kosten verbonden aan deze werken aanzienlijk zijn en niet uitsluitend door algemene middelen kunnen worden gedragen zonder andere beleidsprioriteiten in het gedrang te brengen;

Overwegende dat het billijk is dat de belasting wordt geheven volgens het profijtbeginsel, waarbij wie voordeel haalt uit een aansluiting op de openbare riolering, bijdraagt aan de kosten ervan;

Overwegende dat het invoeren van een belastingreglement bijdraagt aan een transparante en rechtszekere regeling voor inwoners en eigenaars;

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

Financiële gevolgen

Op basis van de voorgestelde aanpassing van de tarieven, kan aangenomen worden dat de te verwachten ontvangsten kunnen ingeschat worden op 90.000,00 euro voor 2026, met indexatie voor de volgende jaren.
Deze ontvangst wordt geboekt op 73301000/00200 op rioolnet aangesloten en aansluitbare gebouwen.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/73301000/00200

Belasting op riool- en hemelwateraansluitingen (contantbelasting)

 

€ 90.000,00

€ 90,000,00

BESLUIT

Artikel 1
Het belastingreglement op rioolaansluitingen voor de aanslagjaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het belastingreglement op rioolaansluitingen zoals laatst vastgesteld door de gemeenteraad van 24 juni 2024 en alle voorafgaande belastingreglementen op rioolaansluitingen en/of hemelwateraansluitingen, worden opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het belastingreglement op het indienen of melden van omgevingsprojecten en andere ruimtelijke attesten of vergunningen

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeenteraad keurde op 14 maart 2017 en gewijzigd op de gemeenteraad van 13 juni 2017 het belastingreglement op het indienen of melden van omgevingsvergunningen en andere ruimtelijke attesten of vergunningen goed. Het belastingreglement werd opnieuw goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019.

Per legislatuur dient de gemeenteraad de belasting- en retributie- reglementen vast te stellen. De vernieuwing van deze reglementen dient te gebeuren binnen het jaar na de indiensttreding van een nieuwe bestuursmeerderheid.

Juridische gronden
De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170§4.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, tweede lid, 14° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid (afgekort als DIHV).

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (afgekort als VCRO).

Het decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gewijzigd decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen vastgesteld op 3 mei 2024, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 31 mei 2024, met onmiddellijke inwerkingtreding op datum van 10 juni 2024.

Het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort als DABM).

Het besluit van 23 juli 1998tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Het Besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne van 1 juni 1995 (afgekort Vlarem II of titel II van het Vlarem), in het bijzonder de indelingslijst bijlage 1.

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2019 houdende goedkeuring van het belastingreglement op het indienen of melden van omgevingsvergunningen en andere ruimtelijke attesten of vergunningen.

Advies/argumentatie
Omgevingsprojecten, als bedoeld in het Decreet betreffende de omgevingsvergunning, verenigen:
de vergunningsplicht en de meldingsplicht voor de stedenbouwkundige handelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening)
• de vergunningsplicht en de meldingsplicht voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, de tweede, of de derde klasse (bedoeld in artikel 5.2.1 van het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid)
• de vergunningsplicht voor kleinhandelsactiviteiten (bedoeld in artikel 11 van het decreet integraal handelsvestigingsbeleid)
• de vergunningsplicht voor wijzigingen van vegetatie en van kleine landschapselementen (bedoeld in hoofdstuk IV van het uitvoeringsbesluit bij het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu).

Het komt gerechtvaardigd voor om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van omgevingsprojecten als bedoeld in het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, alsmede voor het afleveren van andere ruimtelijke attesten of vergunningen.

De gemeente voerde hiertoe een belastingreglement in dat in werking is getreden bij de inwerkingtreding van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

De voornaamste aanpassingen kunnen als volgt samengevat worden:
• een verhoging van de basistarieven op basis van de indexeringen sedert de invoering
• een verhoging van het tarief voor de aanvraag van een stedenbouwkundig attest
• de invoering van een tarief voor de opname in het vergunningenregister
• de invoering van een tarief voor verdeling van gronden
• de invoering van een tarief voor het planologisch attest.

De milieuraad verleende op 25 november 2025 een unaniem gunstig advies.

Financiële gevolgen
De kredieten voor 2026 en de volgende jaren zijn voorzien In het meerjarenplan 2026-2031. De te verwachten inkomsten bedragen voor 2026 € 110.000 en worden nadien jaarlijks geïndexeerd met 2 %.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/73700000/00200: bouwen: Bouwtaks + dossierkost

 

€ 110.000,00
 

€ 110.000,00

BESLUIT

Artikel 1
Het belastingreglement op het indienen of melden van omgevingsprojecten en andere ruimtelijke attesten of vergunningen voor de aanslagjaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het belastingreglement op het indienen of melden van omgevingsvergunningen en andere ruimtelijke attesten of vergunningen zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het belastingreglement op hinderlijke inrichtingen voor de aanslagjaren 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeente hanteert reeds vele jaren een gemeentebelasting op hinderlijke inrichtingen.

De gemeenteraad keurde op 16 december 2019 het belastingreglement goed inzake hinderlijke inrichtingen, gewijzigd door de beslissing van de gemeenteraad van 20 april 2020 inzake COVID-19 en door de gemeenteraad in zitting van 22 april 2025.

Per legislatuur dient de gemeenteraad de belasting- en retributie- reglementen vast te stellen. De vernieuwing van deze reglementen dient te gebeuren binnen het jaar na de indiensttreding van een nieuwe bestuursmeerderheid.

Juridische gronden
De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170§4.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, tweede lid, 14° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Het decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gewijzigd decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen vastgesteld op 3 mei 2024, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 31 mei 2024, met onmiddellijke inwerkingtreding op datum van 10 juni 2024.

Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II).

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

De gemeenteraadsbeslissingen van 16 december 2019 en 20 april 2020 houdende de goedkeuring van het belastingreglement op hinderlijke inrichtingen, zoals laatst gewijzigd in gemeenteraadszitting van 22 april 2025.

Advies/argumentatie
Op grond van het Decreet Lokaal Bestuur beschikt de gemeente over de bevoegdheid om eigen belastingen in te voeren, mits naleving van de wettelijke bepalingen inzake bekendmaking en toezicht. Het invoeren van een belasting op hinderlijke inrichtingen kadert binnen deze autonomie. Hinderlijke inrichtingen veroorzaken bijkomende administratieve lasten en toezichtskosten voor de gemeente en belasten mens en milieu door emissies (lozingen, geluidsemissies, emissies in de lucht) waarvan het remediëren, beperken van de impact of compenseren een kost oplevert voor de gemeenschap, zodat de kost terecht wordt aangerekend aan de veroorzaker.

De belasting ondersteunt het gemeentelijk beleid inzake leefbaarheid, milieu en ruimtelijke ordening door hinderlijke activiteiten niet te verbieden, maar wel te responsabiliseren. Het belastingreglement op hinderlijke inrichtingen is een legitiem en proportioneel instrument om gemeentelijke kosten te dekken, de belastingdruk eerlijk te verdelen en de beleidsdoelstellingen inzake duurzaamheid en leefbaarheid te ondersteunen.

De belastingtarieven zijn gebaseerd op objectieve criteria, met name de indelingslijst bijlage 1 bij Vlarem II. Deze indelingslijst en dus ook de belasting rangschikt inrichtingen en activiteiten volgens de mate waarin ze geacht worden gevaarlijk, ongezond of hinderlijk te zijn.
Voor inrichtingen of activiteiten ingedeeld in de eerste of tweede klasse wordt de belasting geïnd per rubriek, voor klasse 3-inrichtingen wordt gewerkt met een forfaitair bedrag.
Dankzij deze werkwijze worden grotere klasse 1- of 2-bedrijven hoger belast dan kleinere klasse 1- of 2-bedrijven.

De basisbedragen zijn in beginsel de basisbedragen van het belastingreglement van 2019, maar dan geïndexeerd: zodat bijvoorbeeld € 250,00 als basisbedrag voor een klasse 2-inrichting nu € 300,00 wordt.

Met het oog op het ontraden van verder gebruik van fossiele brandstoffen, wordt de belasting op brandstofverdeelpunten verhoogd: indien enkel gebruikt voor eigen voertuigen: verhoging van € 300,00 naar € 500,00, maar vooral de klassieke tankstations worden extra belast: van € 1.500,00 naar € 2.500,00.

Met het oog op het bewaren van het landschapsbeeld en een propere leefomgeving en om opslag van schroot en voertuigwrakken te ontraden, verhoogt ook de belasting op schroot, afgedankte, geaccidenteerde en andere niet-rijklare voertuigen en voertuigwrakken.

De indexering is niet langer gekoppeld aan de gezondheidsindex, maar aan de consumptieprijsindex.

Dit reglement integreert oudere belastingreglementen (belasting op schroot, belasting op motoren, belasting op brandstofverdeelinstallaties). De integratie werd gerealiseerd door het werken met correctiefactoren (bijvoorbeeld voor rubrieken met motoren) en het voorzien van bedragen (zoals voor schrootopslag en voor brandstofverdeelinstallaties).

Een aantal inrichtingen is vrijgesteld, waaronder tijdelijke inrichtingen en inrichtingen gekoppeld aan de woonfunctie (zoals warmtepompen). Watergerelateerde rubrieken zijn niet opgenomen aangezien deze deel uitmaken van de jaarlijkse waterfactuur en een dubbele belasting niet wettelijk is. De vrijstelling voor de landbouwgerelateerde rubrieken is ter bescherming van de landbouwsector en aldus ter vrijwaring van het landschapsbeeld van Meise.

Meise etaleert zich als een diervriendelijke gemeente. Dierenwelzijn is een belangrijk aandachtspunt. In het kader van dierenwelzijn wordt het slachten van dieren ontmoedigd. Het verdoofd, ritueel slachten in het kader van het Islamitisch offerfeest (rubriek 45.1.c) wordt, mits naleving van de wettelijke en reglementaire voorschriften, evenwel toegelaten, maar doordat dergelijke activiteiten steeds enige hinder voor de omgeving zorgen, wordt voorgesteld om deze forfaitair te belasten.

De milieuraad verleende op 25 november 2025 volgend gunstig advies:
Unaniem gunstig voor het invoeren van een belasting op rituele slachtingen, waarbij 600,00 euro als een billijk bedrag wordt ervaren.
Voorstel om de belasting uit te breiden naar alle slachtplaatsen zodat een bepaalde groep zich niet geviseerd voelt en alle slachtplaatsen gelijk behandeld worden.

Het advies van de milieuraad wordt hierbij gevoegd.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst wordt geraamd op € 60.000,00. Dit bedrag wordt geïndexeerd en zit in dezelfde grootteorde als de opbrengsten van de vorige jaren. De ontvangst zal opgenomen worden in het meerjarenplan 2026-2031 onder 73401000/00200 Exploitatie hinderlijke inrichtingen.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/00200/73401000
exploitatie hinderlijke inrichtingen

 

€ 60.000,00
jaarlijks geïndexeerd

€ 60.000,00

BESLUIT

Artikel 1
Het belastingreglement op de hinderlijke inrichtingen voor de aanslagjaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het belastingreglement van 16 december 2019 op de exploitatie van hinderlijke inrichtingen, zoals gewijzigd door de beslissingen van de gemeenteraad van 20 april 2020 en 22 april 2025, worden opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement verwijderen laanbomen voor de aanslagjaren 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeenteraad keurde op 16 december 2019 het retributiereglement met betrekking tot de aanrekening van een vergoeding bij de verwijdering van straat- of laanbomen op het gemeentelijk domein op vraag van natuurlijke personen en rechtspersonen goed.

Per legislatuur dient de gemeenteraad de belasting- en retributiereglementen vast te stellen. De vernieuwing van deze reglementen dient te gebeuren binnen het jaar na de indiensttreding van een nieuwe bestuursmeerderheid.

Juridische gronden
De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170§4.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, tweede lid, 14° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gewijzigd decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen vastgesteld op 3 mei 2024, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 31 mei 2024, met onmiddellijke inwerkingtreding op datum van 10 juni 2024.

Het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

De gemeenteraadsbeslissing van 21 oktober 2024 houdende goedkeuring van het LOB (loket onderhoud buitengebied) en het bomenbeleidsplan.

De gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2019 houdende de goedkeuring van het retributiereglement met betrekking tot de aanrekening van een vergoeding bij de verwijdering van straat- of laanbomen op het gemeentelijk domein op vraag van natuurlijke personen en rechtspersonen 2020 - 2025.

Advies/argumentatie
Straat- of laanbomen dragen in belangrijke mate bij aan de creatie van een gezonde, aangename leefomgeving en de openbare groenvoorziening.

Bij het opstellen van plannen voor het bouwen van een nieuwe constructie/gebouw dienen de architect en de bouwheer voldoende rekening te houden met de locatie van bestaande straat-/laanbomen op het openbaar domein van de gemeente ter hoogte van het (de) te bebouwen perce(e)l(en).

De gemeente wordt hierdoor soms geconfronteerd met verzoeken tot verwijdering van bestaande straat-/ laanbomen op het gemeentelijk domein, die de vlotte toegang tot een nieuw te bouwen constructie of gebouw zouden belemmeren of zelfs na jaren als hinderlijk worden beschouwd voor bestaande constructies, gebouwen en opritten.

De gemeenteraad keurde op 21 oktober 2024 het bomenbeleidsplan goed. In dit beleidsplan wordt aangegeven, hoe het bestuur wenst om te gaan met verzoeken voor het vellen van hoogstammige bomen. Eén van de doelstellingen is het behoud van het huidige bomenbestand (2.6). Bomen die moeten verdwijnen in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling dienen op basis van de waardebepaling financieel gecompenseerd te worden. De nodige inspanningen worden gedaan om bomen te behouden bij het creëren van nieuwe toegangswegen naar privaatpercelen. Enkel in uitzonderlijke gevallen kan een boom gerooid worden.

Het past om enerzijds de waardevermindering van het openbaar domein en anderzijds de kosten verbonden aan het verwijderen van de straatboom door te rekenen aan de aanvrager.
Het retributiereglement op het verwijderen van straat- of laanbomen voorziet dat het verwijderen op verzoek dient gecompenseerd / betaald te worden, waarbij het bedrag o.a. afhankelijk is van de boomwaarde en de eventuele passende compensatie. Het reglement genereert geen grote opbrengst, maar leidt er anderzijds toe dat er een terughoudendheid is rond aanvragen voor het vellen van straat- en laanbomen.
De berekening van de boomwaarde volgt de uniforme methode voor de waardebepaling van straat-, laan- en parkbomen van de V.V.O.G.. De methode kan ook toegepast worden bij schade door een ongeval.

Het voorgestelde reglement bevat geen fundamentele wijzigingen ten opzichte van het reglement van 2019.

De milieuraad formuleerde op 25 november 2025 een unaniem gunstig advies, maar formuleerde wel enkele bemerkingen: de gecompenseerde boom dient permanent en niet tijdelijk behouden te blijven, de nuance in artikel 5 is ongewenst en het vergunningenbeleid dient reeds bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aandacht te besteden aan de mogelijke impact op de aanwezige straatbomen.

Financiële gevolgen
Dit reglement heeft vooral een ontradend effect. Het reglement heeft de vorige jaren geen aanleiding gegeven tot ontvangsten.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70092000/02000 retributieopbrengsten voor het verwijderen van straat- en laanbomen
 

/

 

0 euro

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement met betrekking tot de aanrekening van een vergoeding voor de verwijdering van straat- of laanbomen op het gemeentelijke domein op vraag van natuurlijke personen en rechtspersonen voor de aanslagjaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het gemeentelijk retributiereglement vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019 met betrekking tot de toepassing van een retributie bij de verwijdering van straat- of laanbomen op het gemeentelijk domein op vraag van natuurlijke personen en rechtspersonen, alsmede alle voorgaande retributiereglementen met betrekking tot deze aangelegenheid, worden opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement op opruimen sluikstorten voor de aanslagjaren 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
Op 18 september 2023 stelde de gemeenteraad het retributiereglement op het opruimen van sluikstorten vast.

Ondanks het verbod op sluikstorten, opgenomen in zowel het Materialendecreet, het Vlarema als het gemeentelijk politiereglement, worden gemeenten nagenoeg dagelijks geconfronteerd met sluikstorten en het achterlaten van zwerfvuil. De handhaving gebeurt vooral via afvalintercommunale Incovo (inzet van verborgen camera's), de lokale politie, de gemeenschapswachten en andere aangestelde vaststellers. De opruiming gebeurt voornamelijk door Incovo, soms door eigen diensten. Vaststellingen worden overgemaakt aan de sanctionerend ambtenaar, die bij veroordeling een gasboete oplegt.

De kosten, gekoppeld aan de opruiming van het sluikstort, kunnen aangerekend worden op basis van een retributiereglement.

Per legislatuur dient de gemeenteraad de belasting- en retributie- reglementen vast te stellen. De vernieuwing van deze reglementen dient te gebeuren binnen het jaar na de indiensttreding van een nieuwe bestuursmeerderheid.

Juridische gronden
De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170§4.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41, tweede lid, 14° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gewijzigd decreet van 30 mei 2008 aangaande de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen vastgesteld op 3 mei 2024, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 31 mei 2024, met onmiddellijke inwerkingtreding op datum van 10 juni 2024.

Het materialendecreet of decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, in het bijzonder artikel 12.

Het Vlarema of besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, in het bijzonder artikels 4.6.1 en 4.6.2.

De algemene politieverordening politiezone K-L-M, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 21 oktober 2024, gepubliceerd op de gemeentelijke website op 24 oktober 2024.

De beslissing van de gemeenteraad van 18 september 2023 houdende vaststelling van het retributiereglement op het opruimen van sluikstorten.

De omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Advies/argumentatie

Algemene motivering

Sluikstorten vormen een ernstige bedreiging voor het milieu. Afval dat onjuist wordt weggegooid, kan de bodem, lucht en wateren vervuilen, wat schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van mensen, dieren en ecosystemen. Dit reglement beoogt de verantwoordelijkheid voor het opruimen van sluikstort te leggen bij de veroorzakers, zodat de negatieve impact op het milieu zoveel mogelijk wordt beperkt en hersteld.

Het betreft een retributiereglement en geen belastingreglement.
De boete die wordt opgelegd door de sanctionerende GAS-ambtenaar zorgt ervoor dat een sluikstorten niet zonder gevolgen blijft. Echter, er zijn ook financiële lasten gekoppeld aan het opruimen van illegaal gedeponeerd afval. Overeenkomstig het principe van 'de vervuiler betaalt' is het terecht dat de kosten voor de opruiming aangerekend worden aan de veroorzaker. Degenen die bewust hun afval illegaal dumpen, worden financieel verantwoordelijk gesteld voor de schade die zij aanrichten, wat tevens de motivatie versterkt om deze ongewenste praktijken te vermijden. De inning van deze retributie gebeurt trouwens pas nadat de vermoedelijke dader effectief wordt veroordeeld. Dit zorgt ervoor dat degenen die bewust hun afval illegaal dumpen, financieel verantwoordelijk worden gesteld voor de schade die zij aanrichten, wat tevens de motivatie versterkt om deze ongewenste praktijken te vermijden.

De kosten van het opruimen van sluikstorten kunnen aanzienlijk zijn en door de retributie op te leggen, kan de gemeente voldoende middelen verkrijgen om dit proces op een efficiënte en snelle manier uit te voeren. De opbrengsten uit de retributie worden ingezet voor het financieren van de kosten die de gemeente ontvangt naar aanleiding van een sluikstort: niet enkel de opruim- en verwerkingskosten, maar ook de kosten verbonden aan de externe beoordeling van elk dossier. Kosten voor bestrijding en voor de preventie van dergelijke gedragingen in de toekomst zijn zelfs niet eens opgenomen.

Het retributiereglement is wel een aansporing tot een correct afvalstoffenbeheer. De sluikstorter wordt aangemoedigd gebruik te maken van de reguliere afvalinzamelingssystemen en de bestaande milieuvriendelijke oplossingen. Niet de gemeenschap betaalt de opruiming, maar de sluikstorter zelf.

Het eindresultaat (minder sluikstorten) resulteert in een propere en aangename leefomgeving, bevordert de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid hiertoe en verbetert de sociale cohesie.

Het reglement is helder, de verplichtingen voor alle betrokkenen zijn duidelijk, zodat het ook beter handhaafbaar is.

Concrete motivering

De gemeente en Incovo maken reeds jaren werk van een strenge aanpak van sluikstorten, waarbij het verbaliseren en sanctioneren een noodzakelijke laatste stap is. Het achterlaten van sluikstorten kan geverbaliseerd worden op basis van artikel 12 van het materialendecreet of artikels 4.1.6 en 4.1.7 van het Vlarema en op basis van het gemeentelijk politiereglement. Op basis van het politiereglement worden GAS-boetes uitgeschreven van minstens € 70,00 of hoger. Verbalisering op basis van het Materialendecreet gebeurt slechts sporadisch.

Dankzij de inzet van camera's en vaststellers, is de pakkans in Meise intussen aanzienlijk toegenomen. Veelal betreft het kleinere sluikstorten, zoals het achterlaten van glas of een recipiënt voor glas ter hoogte van glasbollen of afval aan de voet van straatvuilbakjes (omdat ze vol zijn) of textielcontainers, soms gebeurt het uit vergetelheid, nonchalance of gemakzucht, soms bewust en doordacht.

Naar aanleiding van een sluikstort, wordt de gemeente ook geconfronteerd met de kosten verbonden aan het opruimen van het achtergelaten sluikstort alsmede het verwerken van het GAS-dossier door de sanctionerende ambtenaar.

Tot op heden rekent het retributiereglement op het opruimen van sluikstorten enkel de kosten aan die het gemeentebestuur heeft voor het weghalen van sluikstorten.
Het retributiereglement van 2019 bestaat uit 2 delen: enerzijds de retributie op het opruimen en anderzijds de retributie op het afvoeren, het verwerken en sorteren of verbranden.
Bij uitvoering door gemeentelijke diensten worden de arbeidsuren in rekening gebracht, bij uitvoering door derden, veelal Incovo, wordt de factuur van Incovo in rekening gebracht.
Tevens worden 50,00 euro administratieve kosten aangerekend.

Een retributie dient kostendekkend te zijn en redelijk in verhouding tot de kostprijs van de verleende dienst. Het werken met forfaitaire minimumbedragen werd dan ook reeds geschrapt.

Anderzijds dient de gemeente voor elk dossier dat de sanctionerende overheid behandelt, een behandelingskost te betalen, welke momenteel 54,00 euro bedraagt. Deze kosten werden tot op heden nog niet doorgerekend aan de veroordeelde, zodat het past deze kosten aan te rekenen in geval van veroordeling. Bij niet-veroordeling vallen deze lasten, alsmede de opruimkosten ten laste van het lokaal bestuur.

De voornaamste wijzigingen in het retributiereglement zijn:
• de verwijzing naar het retributiereglement voor de uitvoering van werken en/of logistieke ondersteuning voor derden door de gemeente bij werken in eigen beheer
• het eveneens aanrekenen van de kosten van de sanctionerende ambtenaar voor de behandeling van het dossier.

De milieuraad verleende op 25 november 2025 een unaniem gunstig advies.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst wordt geraamd op 15.000,00 euro en zal worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 onder 70036000/03000 Sluikstorten.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70036000/03000

Retributie op sluikstorten

nvt

€ 15.000,00

€ 15.000,00

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement op het opruimen van sluikstorten voor de aanslagjaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het retributiereglement op het opruimen van sluikstorten, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 18 september 2023 wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het subsidiereglement voor de aanleg en het beheer van kleine landschapselementen

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeente beschikt sedert 1998 over een subsidiereglement voor het aanplanten of aanleggen en onderhouden van kleine landschapselementen. Dit werd sedertdien niet aangepast, behalve de omzetting van BEF naar EUR.
De bedragen in dit reglement zijn niet meer in overeenstemming met de huidige kostprijzen, zodat een aanpassing zich opdringt.

Het subsidiereglement is in lijn met de beleidsvisies hieromtrent die door de gemeenteraad werden vastgesteld:
• het klimaatactieplan Meise-Londerzeel van 21 november 2022, inzonderheid de acties rond bebossen en vergroenen
• het lokaal energie- en klimaatpact 2.1 van 18 september 2023, inzonderheid de acties rond werf 1 "laten we een boom opzetten" - extra bomen
• het bomenbeleidsplan en loket onderhoud buitengebied van 21 oktober 2024, inzonderheid de actie: opmaken van een nieuw subsidiereglement kleine landschapselementen.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

De gemeenteraadsbeslissing van 21 oktober 2024 houdende goedkeuring van het loket onderhoud buitengebied en het bomenbeleidsplan.

De gemeenteraadsbeslissingen van 18 september 2023, 21 november 2022 en 18 oktober 2011 houdende ondertekening van respectievelijk het lokaal energie- en klimaatpact 2.1, 2.0 en 1.0.

De gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2022 houdende vaststelling van het klimaatactieplan Meise-Londerzeel.

De gemeenteraadsbeslissing van 27 augustus 1998 houdende goedkeuring van het gemeentelijk subsidiereglement voor de aanplanting en het onderhoud van kleine landschapselementen.

De gemeenteraadsbeslissing van 19 december 1997 houdende goedkeuring van het gemeentelijk natuurontwikkelingsplan.

Advies/argumentatie
Het originele subsidiereglement gaf uitvoering aan acties 1.1, 6.1 en 6.2 van het gemeentelijke natuurontwikkelingsplan of GNOP. Het werd sedertdien niet meer aangepast.
Met het oog op de gewenste vergroening en de optimalisering van het beheer van de bestaande kleine landschapselementen werd het subsidiereglement geactualiseerd, rekening houdende met de de-minimisregeling binnen de Europese Unie. Het subsidiereglement voorziet een beduidende maar veelal niet kostendekkende vergoeding aan grondgebruikers voor het onderhoud van de kleine landschapselementen in het buitengebied en stimuleert de aanplant of aanleg van nieuwe.

De gemeentelijke milieuraad verleende op 23 september 2025 een unaniem gunstig advies, maar formuleerde wel opmerkingen (zie advies in de bijlage). De inhoudelijke opmerking met betrekking tot het vermijden van invasieve exoten werd mee opgenomen, de overige opmerkingen gaven geen aanleiding tot een gewenste aanpassing van het ontwerp.

Financiële gevolgen
Sedert 2003 werden een 28-tal dossiers ingediend voor een totaalbedrag van ruim € 2.800,00 of dus gemiddeld € 100,00 per dossier. De wijziging zal in principe een aanzienlijke verhoging teweegbrengen (naar € 3.000,00 per jaar), maar dit wordt voorzien in het meerjarenplan.

Het krediet is voorzien in het budget 2025 en wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2025/64900000/03900: Rechtstreekse premies gezinnen (dak- en muurisolatie, beglazing, ...) en verenigingen (subs Dubo aankoop natuur- en bosterreinen)

3-1-6 uitwerken energiezuinig beleid

€ 105.000,00

€ 48.060,49 (27 oktober 2025)

BESLUIT

Artikel 1
De gemeenteraad stelt het subsidiereglement voor het aanplanten, het aanleggen en het beheren van kleine landschapselementen, zoals toegevoegd als bijlage vast.

Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3
Het gemeentelijk subsidiereglement betreffende de aanplanting en het onderhoud van kleine landschapselementen goedgekeurd bij gemeenteraadsbeslissing van 27 augustus 1998, evenals alle voorgaande, worden bij inwerkingtreding van dit reglement opgeheven.

Artikel 4
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het lokaal decreet.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het subsidiereglement afkoppelingen

MOTIVERING

Feiten en context
Overeenkomstig Vlarem II (Art. 6.2.2.1.2) is een volledige scheiding tussen het afvalwater en het hemelwater, afkomstig van dakvlakken en grondvlakken, verplicht op het ogenblik dat een gescheiden riolering wordt aangelegd of heraangelegd, tenzij er voor het betreffende gebouw uitzonderingen van toepassing zijn.

Wanneer in de openbare weg gescheiden riolering wordt aangelegd, moet het huishoudelijk afvalwater aangesloten worden op de droogweerafvoer (DWA) en het regenwater gebufferd met het oog op 1e opvang voor hergebruik, 2e infiltratie op eigen terrein, 3e buffering met vertraagd lozen en 4e vertraagde afvoer naar de regenwaterafvoer (RWA).

Overeenkomstig de nieuwe Gewestelijke Hemelwaterverordening goedgekeurd op 10 februari 2023 (inwerkingtreding 1 november 2023) en overeenkomstig de provinciale stedenbouwkundige verordening van 26 september 2023 met betrekking tot de afvoer van hemelwater (inwerkingtreding 1 januari 2024) moet, afwijkend van Vlarem II, het hemelwater op het eigen terrein behouden blijven en mag het niet meer afgevoerd worden naar de openbare riolering noch naar een ander terrein. Voor vooral oudere woningen die nog niet correct zijn afgekoppeld, kan deze verplichting aanzienlijke kosten genereren.

Het stimuleren van de opvang van hemelwater met hergebruik, infiltratie, buffering en vertraagde afvoer is opgenomen in de beleidsengagementen: hemelwater- en droogteplan, klimaatactieplan, lokaal energie- en klimaatpact.

De aanleg van gescheiden riolering wordt gesubsidieerd door de hogere overheid, maar een voorwaarde is dat alle gebouwen zijn afgekoppeld. Het is dus van belang dat eenieder de nodige aanpassingswerken uitvoert.

Het past dan ook om een tegemoetkoming te voorzien voor deze onvoorziene kosten.

Juridische gronden
Het waterwetboek van 30 september 2018.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

Het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending en latere wijzigingen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement.

Het besluit van de Vlaamse regering van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer.

Het ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerpen en de aanleg van rioleringssystemen.

De provinciale stedenbouwkundige verordening van 26 september 2023 met betrekking tot de afvoer van hemelwater.

Het reglement voor de lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de openbare riolering en de afkoppeling van hemelwater, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 15 april 2024.

De beslissing van de gemeenteraad van 24 juni 2024 houdende de vaststelling van het subsidiereglement voor tussenkomst in de kosten van afkoppelingen met behoud van hemelwater op het privaat domein.

Advies/argumentatie
Het lokaal bestuur hanteert reeds sedert 2011 een subsidiereglement voor de afkoppeling.

Het huidige subsidiereglement dateert van 24 juni 2024 zodat er geen essentiële inhoudelijke beperkingen worden voorgesteld.

De voornaamste aanpassingen betreffen een beperking van de subsidiebedragen:
• de maximale subsidie wordt beperkt tot € 500,00 in plaats van € 1.000,00 en € 250,00 in plaats van € 500,00 ingeval bijkomende meergezinswoningen
• het maximale subsidiepercentage wordt beperkt tot 50 % in plaats van 80 %
• de subsidie wordt niet geïndexeerd
• de totaliteit van de subsidies wordt beperkt tot 80 %.

Anderzijds wordt ook een versoepeling voorzien: er kan afgeweken worden van het ontwerpplan van de afkoppelingsdeskundige op voorwaarde dat de wettelijke en reglementaire bepalingen nageleefd worden. Bepaalde afkoppelingsstudies zijn in feite achterhaald doordat de regelgeving en/of visie intussen wijzigde. Dankzij deze aanpassing kan de uiteindelijke afkoppeling in overeenstemming gebracht worden met deze gewijzigde regelgeving en/of visie.

De milieuraad verleende op 25 november 2025 een advies.
• Inzake het toepassen van een indexering van de subsidiebedragen:
10 leden zijn voorstander (geldt immers ook voor belastingen)
1 lid onthoudt zich
4 leden zijn hier geen voorstander van (subsidies zijn een cadeau en hoeven bijgevolg niet geïndexeerd te worden, is veel gedoe en niet verhogen is een aanmoediging om het zo snel mogelijk te doen).
• Inzake de voorgestelde halvering is er geen eenduidig advies: 4 leden wensen de huidige subsidie te behouden, 5 leden adviseren de aanpassingen gunstig en 6 leden onthouden zich o.a. omdat ze geen zicht hebben op het grotere kostenplaatje.
• Als algemeen advies wordt gesteld dat er controle moet gevoerd worden of er correct wordt afgekoppeld.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse uitgave bedraagt momenteel € 12.000,00. Met deze aanpassing wordt een besparing van € 4.500,00 beoogd.

Het krediet voor 2026 en volgende jaren is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/64910000/03100
Afkoppeling en regenwatersubsidie aan gezinnen

 

€ 10.000,00

€ 10.000,00 (25/11/2025)

BESLUIT

Artikel 1
De gemeenteraad stelt het subsidiereglement voor tussenkomst in de kosten van afkoppelingen met behoud van hemelwater op het privaat domein, zoals toegevoegd in bijlage, vast.

Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3
Het subsidiereglement voor tussenkomst in de kosten van afkoppelingen met behoud van hemelwater op het privaat domein van 24 juni 2024 evenals alle voorgaande subsidiereglementen voor afkoppeling worden opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Artikel 4
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het subsidiereglement duurzaam (ver)bouwen

MOTIVERING

Feiten en context
Sedert 2010 hanteert het lokaal bestuur een subsidiereglement voor duurzaam (ver)bouwen bij particulieren. Het subsidiereglement voorziet een aanvullende subsidie voor dakisolatie, muurisolatie, beglazing, een luchtdichtheidsmeting en duurzaam planadvies.

Het huidige subsidiereglement linkt de subsidie aan deze van "MijnVerbouwPremie", de website voor subsidieaanvragen van de overheid.

Juridische gronden
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)

De wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, in het bijzonder artikel 20.

Het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, in het bijzonder artikel 8, §1.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

Het besluit van de gemeenteraad van 21 november 2022 houdende de vaststelling van het klimaatactieplan Meise-Londerzeel.

Het besluit van de gemeenteraad van 21 oktober 2024 houdende de vaststelling van het gemeentelijk subsidiereglement voor duurzaam (ver)bouwen bij particulieren - aanpassing 2014-2019.

De gemeenteraadsbeslissing van 21 oktober 2024 houdende de vaststelling van het gemeentelijk subsidiereglement duurzaam (ver)bouwen bij particulieren.

Advies/argumentatie
Het subsidiereglement past binnen de engagementen om de uitstoot van broeikasgassen geleidelijk te verminderen zoals voorzien in het klimaatactieplan (klimaatmitigatie).
Doelstelling: inzetten op diepgaande renovaties met een doorgedreven energiebesparing en een versnelling van de vernieuwingsgraad van de residentiële gebouwen.
Anderzijds werd naar aanleiding van de aanpassing in 2013 reeds vooropgesteld om de subsidies geleidelijk af te bouwen, in het bijzonder voor alternatieve energiebronnen.
Het klimaatactieplan voorziet net als het lokaal energie- en klimaatpact (LEKP) maatregelen om de energiebehoefte te verminderen, maar focust hierbij op een collectieve aanpak (collectieve renovaties) eerder dan individuele.

Dankzij de ondertekening van een protocolovereenkomst (beslissing van 21 oktober 2024), ontvangt de gemeente de persoonsgebonden gegevens van MijnVerbouwPremie (eigenlijk van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap) in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

De voornaamste veranderingen kunnen als volgt samengevat worden:
Er wordt niet langer een subsidie voorzien voor de hogere inkomenscategorie en de middelste inkomens, enkel voor de lagere inkomensklasse zal nog subsidie verleend worden. De begrenzing van de categorieën is gelinkt aan deze van de Vlaamse "MijnVerbouwPremie".
• Er wordt bij dak- en muurisolatie niet langer een onderscheid gemaakt tussen plaatsing door een aannemer of eigen plaatsing, de oppervlakte telt. In de praktijk worden complexe plaatsingen steeds uitgevoerd door een aannemer. Dit stemt dus overeen met de praktijk.

De milieuraad verleende op 25 november 2025 een gunstig advies met als voornaamste opmerking dat door het wegvallen van ondersteuning door de middelste en hogere inkomenscategorie bepaalde verhuurders mogelijk niet zullen overgaan tot investeringen, al wordt dit wel enigszins ondervangen door de EPC-verplichtingen. Wel wordt betreurd dat subsidie voor vloerisolatie ontbreekt. Ook wordt voorgesteld de controletermijn te verlengen en de afbakening van de categorieën te verduidelijken.

Vloerisolatie werd in het verleden ook nooit gesubsidieerd.
De categorieafbakening gebeurt niet door de gemeente, maar het is wel wenselijk deze te communiceren. De controletermijn wordt verlengd.

Financiële gevolgen
Globaal kan gesteld worden dat het totale subsidiebedrag zal afnemen van gemiddeld € 46.000,00 naar € 20.000,00 of dus neerkomt op een jaarlijkse besparing van € 26.000,00.

Het krediet voor 2026 en volgende jaren is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026-2031/64910000/03900

Rechtstreekse premies gezinnen (dak- en muurisolatie, beglazing, ...) en verenigingen

 

€ 33.500

€ 33.500,00 (26/11/2025)

BESLUIT

Artikel 1
De gemeenteraad stelt het subsidiereglement voor het duurzaam (ver)bouwen, zoals toegevoegd als bijlage, vast.

Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3
Het gemeentelijk subsidiereglement voor duurzaam (ver)bouwen vastgesteld bij gemeenteraadsbeslissing van 21 oktober 2024, wordt bij inwerkingtreding van dit reglement opgeheven.

Artikel 4
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het lokaal decreet.

Met 16 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 2 stemmen tegen (Roel Anciaux en Billie Kawende), 5 onthoudingen (Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het subsidiereglement voor hemelwaterinstallaties

MOTIVERING

Feiten en context
Het huidige subsidiereglement voor hemelwaterinstallaties, infiltratievoorzieningen en groendaken voor woningen en lokalen van verenigingen werd vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 24 juni 2024.

Het stimuleren van de opvang van hemelwater met hergebruik, infiltratie, buffering en vertraagde afvoer is opgenomen in de beleidsengagementen: hemelwater- en droogteplan, klimaatactieplan, lokaal energie- en klimaatpact.

De plaatsing van een hemelwaterput is bij nieuwbouw en herbouw reeds verplicht sedert 7 september 1999 en de plaatsing van een infiltratievoorziening sedert 1 februari 2005 zodat aanvragen voor installaties bij gebouwen van na deze datum niet in aanmerking komen voor subsidie. Voor gebouwen die dateren van voor deze data en die niet wijzigen, geldt geen verplichting, maar is de vrijwillige plaatsing van een hemelwaterinstallatie of infiltratievoorziening bijzonder nuttig.

De voornaamste wijzigingen aan het huidige subsidiereglement betreffen het stopzetten van de subsidie voor de plaatsing van groendaken en voor infiltratievoorzieningen. Ook wordt de indexering van de subsidiebedragen geschrapt.

Juridische gronden
Het waterwetboek van 30 september 2018.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

Het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending en latere wijzigingen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

De gewestelijke hemelwaterverordening 2023 van 10 februari 2023.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement.

Het besluit van de Vlaamse regering van 28 juni 2011 betreffende de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer.

Het ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerpen en de aanleg van rioleringssystemen.

De provinciale stedenbouwkundige verordening van 26 september 2023 met betrekking tot de afvoer van hemelwater.

Het reglement voor de lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de openbare riolering en de afkoppeling van hemelwater, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 15 april 2024.

De beslissing van de gemeenteraad van 24 juni 2024 houdende vaststelling van het subsidiereglement voor hemelwaterinstallaties, infiltratievoorzieningen en groendaken.

Advies/argumentatie
Het lokaal bestuur hanteert sedert 1999 een subsidie voor de plaatsing van een hemelwaterput. In totaal werden sedert 1999 ruim 180 dossiers voor de plaatsing van een hemelwaterput betoelaagd.

Er werden geen dossiers ingediend voor infiltratievoorzieningen. Infiltratievoorzieningen zijn ingevolge de cascade rond waterbeheersing verplicht zodat deze zelden vrijwillig worden geplaatst.

De subsidie voor groendaken bestaat sedert 2007. Tot op heden werden 10 dossiers betoelaagd voor een totaalbedrag van ruim € 52.000,00. Een deel van de subsidie kon aanvankelijk gerecupereerd worden, maar deze mogelijkheid is intussen al enkele jaren weggevallen. Het voorzien van een groendak wordt steeds vaker opgenomen als verplichting of mogelijke maatregel om te voldoen aan de EPC-normen.

De milieuraad verleende op 25 november 2025 een unaniem gunstig advies om voor hemelwaterinstallaties en infiltratievoorzieningen dezelfde regels te hanteren: indien verplicht: niet subsidiëren, indien niet verplicht: wel subsidiëren.
Ook wordt geadviseerd om net als bij belastingen, ook bij subsidies de bedragen te indexeren.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse uitgave voor de gezamenlijke subsidieuitgaven bedragen momenteel € 6.500,00. Met deze aanpassing wordt een besparing van € 3.000,00 beoogd.

Het krediet is voorzien in het budget GE/2026/03100/64910000.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/64910000/03100
subsidie voor afkoppeling aan gezinnen

 

€ 10.000,00

€ 10.000,00(25 november 2025)

BESLUIT

Artikel 1
De gemeenteraad stelt het subsidiereglement voor hemelwaterinstallaties, zoals toegevoegd in bijlage, vast.

Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3
Het subsidiereglement voor hemelwaterinstallaties, infiltratievoorzieningen en groendaken zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 24 juni 2024 wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Artikel 4
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het lokaal decreet.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het subsidiereglement aankoop natuurgebied

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeente beschikt sedert 2001 over een subsidiereglement voor ondersteuning van de aankoop van natuur- en bosgebieden en voor beheers-, beschermings- en educatieve projecten binnen of aansluitend bij deze natuur- en bosgebieden.
Het subsidiereglement werd sedertdien niet gewijzigd.

Behoud, bescherming en ontwikkeling van natuur en natuurwaarden is als beleidsvisie opgenomen in verschillende beleidsplannen, zoals het gemeentelijk natuurontwikkelingsplan (artikel 4.1 en 4.2), het klimaatactieplan en het bomenbeleidsplan.

Sedert de invoering werden 28 subsidiedossiers behandeld.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

Het gemeentelijk subsidiereglement voor de aankoop van natuur- en bosgebieden en beheers-, beschermings- en educatieve projecten binnen of aansluitend bij deze natuur- en bosgebieden, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 30 augustus 2001 en aangepast door de gemeenteraad in zitting van 26 februari 2004.

Advies/argumentatie
Het subsidiereglement werd sedert de invoering niet gewijzigd. Intussen is de regelgeving gewijzigd, zodat sommige verwijzingen niet meer actueel zijn.

De voornaamste wijzigingen kunnen als volgt samengevat worden:
• de aan te leveren informatie wordt geactualiseerd, informatie die eerder reeds werd aangeleverd, hoeft niet opnieuw aangeleverd te worden (administratieve vereenvoudiging)
• subsidieaanvragen van minder dan 1.000,00 euro hoeven niet langer voor advies voorgelegd te worden aan de milieuraad
• het maximumbedrag van de aankoopsubsidie wordt beperkt tot 6.250,00 euro in plaats van 12.500,00 euro
• het totaal aan subsidies van alle instanties samen mag 97,5 % niet overschrijden, desgevallend wordt de subsidie gereduceerd (in het verleden diende de aanvrager minstens 5 % zelf te betalen)
• de aanvraag kan reeds ingediend worden op basis van een globale kostenraming, maar de subsidie wordt pas uitbetaald na voorlegging van een kopie van de notariële aankoopakte
• de uitbetaling gebeurt in 1 keer en niet in 2 keer (iets wat in de praktijk reeds lang het geval is)
• ruimtelijk wordt subsidie enkel mogelijk in bepaalde "groene" bestemmingen.
• de verwijzing naar de landschapscategorieën van het gemeentelijk natuurontwikkelingsplan vallen weg
• er wordt geen subsidie verleend voor aankopen in herbevestigd agrarisch gebied en agrarisch gebied na opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan
• er wordt geen subsidie verleend in agrarisch gebied, al zijn hier uitzonderingen op.

De milieuraad formuleerde een advies tijdens de zitting van 25 november 2025.
Inzake het plafond en de subsidie per vierkante meter adviseren 4 leden om deze aan te passen zoals voorgesteld, 2 leden onthouden zich (onvoldoende zicht op het geheel kostenplaatje), 9 leden bevestigen de opmerkingen: er wordt op gewezen dat de subsidiebedragen niet meer werden geïndexeerd sedert 2001 zodat de vermindering eigenlijk neerkomt op een vermindering met factor 4, dit terwijl de grond steeds duurder wordt.

Financiële gevolgen
De uitgave bedraagt jaarlijks gemiddeld 7.500,00 euro. Dit gemiddelde varieert sterk in functie van het aantal ingediende dossiers. Met deze aanpassing wordt een besparing van 3.500,00 euro per jaar beoogd.

Het krediet voor 2026 en volgende jaren is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/64910000/03900

Rechtstreekse premies gezinnen (dak- en muurisolatie, beglazing, ...) en verenigingen

 

€ 33.500,00

€ 33.500,00 (25/11/2025)

BESLUIT

Artikel 1
De gemeenteraad stelt het subsidiereglement voor de aankoop van natuur- en bosgebieden en beheers-, beschermings- en educatieve projecten binnen of aansluitend bij deze natuur- en bosgebieden, zoals toegevoegd in bijlage, vast.

Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3
Het gemeentelijk subsidiereglement voor de aankoop van natuur- en bosgebieden en beheers-, beschermings- en educatieve projecten binnen of aansluitend bij deze natuur- en bosgebieden zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 30 augustus 2001, wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Artikel 4
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het lokaal decreet.

Met 16 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 4 stemmen tegen (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Billie Kawende en Sofie Van Assche), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Opheffing van het subsidiereglement grondontledingen

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeente hanteert sedert 2000 een subsidiereglement voor grondontledingen.
Standaard grondanalyses alsmede N-analyses worden gesubsidieerd.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

De beslissing van de gemeenteraad van 28 september 2000 houdende invoering van een subsidiereglement voor grondontledingen, zoals gewijzigd in gemeenteraadszittingen van 20 december 2001 en van 27 maart 2003.

Advies/argumentatie
De subsidie heeft tot doel de bemesting af te stemmen op de behoefte van de grond en betekent bijgevolg een meerwaarde voor de grond.

Het uitvoeren van grondanalyses werd binnen de landbouwsector verplicht gesteld. Sedert 2002 werden op heden 249 gewone standaardanalyses en 46 N-analyses gesubsidieerd voor een totaalbedrag van ruim 5.000,00 euro. De meeste werden ingediend in de beginperiode.

Het uitvoeren van grondanalyses is intussen grotendeels verplicht. Het lokaal bestuur wenst deze verplichtingen niet standaard te subsidiëren, maar voorziet wel ondersteunende maatregelen ten aanzien van de landbouwsector.

De milieuraad verleende op 25 november 2025 een unaniem gunstig advies bij de afschaffing, maar verzoekt de gemeente wel om iets te doen voor de landbouw, bijvoorbeeld initiatieven rond ecologische en regeneratieve landbouw.

Financiële gevolgen
De uitgave bedraagt jaarlijks gemiddeld 250,00 euro. Met deze opheffing wordt een besparing van 250,00 euro per jaar beoogd.

BESLUIT

Enig artikel
De gemeenteraad heft het subsidiereglement voor grondontledingen van 28 september 2000, zoals gewijzigd in gemeenteraadszittingen van 20 december 2001 en van 27 maart 2003 , op met ingang van 1 januari 2026.

Met 18 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 onthoudingen (Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Opheffing van het subsidiereglement beheerovereenkomst

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeenteraad keurde op 24 februari 2005 een visie op erosiebestrijding goed, waarbij strategie 3 voorzag in het aanzetten en ondersteunen van grondgebruikers om maatregelen te nemen om bodemerosie maximaal aan de bron te beperken. Als gevolg hiervan engageerde de gemeente zich ertoe een subsidiereglement op te stellen ter aanvulling van de bestaande subsidies, welke voor beheersovereenkomsten kunnen afgesloten worden met de Vlaamse Landmaatschappij. Deze visie werd tevens bevestigd in het gemeentelijk milieubeleidsplan 2005-2009 en het gemeentelijk milieujaarprogramma 2007. Deze visie werd bevestigd in het gemeentelijk milieubeleidsplan 2005-2009 en het gemeentelijk milieujaarprogramma 2007.

Sedert 2007 werden 8 dossiers ingediend voor een totaalbedrag van nagenoeg 2.000,00 euro.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

Het besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober 2005 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten in uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling.

Het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten in uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling.

Het besluit van de Vlaamse regering van 13 april 1999 betreffende de toekenning van subsidies om landbouwproductiemethoden toe te passen en het sluiten van beheersovereenkomsten ter uitvoering van de verordening (EEG) 2078/92 van de Raad van 30 juni 1992 betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer.

Het ministerieel besluit van 21 oktober 2005 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling.

Het ministerieel besluit van 18 december 2003 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten in uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling.

Het ministerieel besluit van 4 juni 1999 betreffende het sluiten van beheersovereenkomsten ter uitvoering van de Verordening (EEG) nr. 2078/92 van de Raad van 30 juni 1992.

De beslissing van de gemeenteraad van 13 december 2006 houdende toekenning van bijkomende vergoedingen voor beheersovereenkomsten.

Advies/argumentatie
Sedert 2007 konden bijkomende vergoedingen verkregen worden voor beheersovereenkomsten van maximaal 20 % van de vergoeding die verleend wordt door het gewest.

Het verlenen van een bijkomende subsidie is intussen reeds geruime tijd niet meer mogelijk en ook de laatste herziening van het Europees landbouwbeleid voorziet dit niet meer. Aanvragen kunnen bijgevolg niet meer ingediend worden, zodat het past dit reglement af te schaffen.

Financiële gevolgen
Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Enig artikel
De gemeenteraad heft de beslissing van de gemeenteraad van 13 december 2006 houdende toekenning van bijkomende vergoedingen voor beheersovereenkomsten op met ingang van 1 januari 2026.

Met 18 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 onthoudingen (Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Opheffing van het subsidiereglement ter ondersteuning van milieu- en natuurgerichte educatieve en sensibiliserende acties

MOTIVERING

Feiten en context
Door ondertekening van de deelname aan de provinciale biodiversiteitscampagne 'je hebt meer buren dan je denkt' heeft de gemeente zich ertoe verbonden om een aantal natuurontwikkelingsinitiatieven te nemen welke draagvlakverbredend en/of natuurontwikkelend werken en om de acties kenbaar te maken via de website en ter kennis te geven aan de provincie. Deze actie paste binnen de samenwerkingsovereenkomst milieu 2008-2013, het gemeentelijk milieubeleidsplan 2005-2009 en actie H2.6 van het milieujaarprogramma 2010.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 2010 houdende de vaststelling van het gemeentelijk subsidiereglement ter ondersteuning van milieu- en natuurgerichte educatieve en sensibiliserende acties.

Advies/argumentatie
Het reglement voorzag dat acties die gericht zijn op de bevordering van natuurvriendelijk, milieuverantwoord en/of duurzaam gedrag, door de gemeente financieel of logistiek ondersteund worden of dat er prijzen en/of bons kunnen aangeboden worden. De acties kunnen door de gemeente georganiseerd worden of het kunnen acties zijn die particulieren, verenigingen of scholen uitvoeren en die ondersteund worden.

De eerste jaren werden geen aanvragen ingediend, zodat het reglement uiteindelijk in de vergetelheid is geraakt. Recent zouden enkele initiatieven in principe wel in aanmerking gekomen zijn (zoals een fotowedstrijd), maar deze werden niet gekoppeld aan het reglement, zodat uiteindelijk geen enkel dossier werd ingediend en behandeld.

Aangezien er geen aanvragen werden ingediend, past het dit reglement te schrappen.

De milieuraad verleende op 25 november 2025 een unaniem gunstig advies bij de intrekking, maar formuleerde wel als belangrijkste opmerking dat het loont om inspanningen rond sensibilisering en educatie te ondersteunen. Door het gepaste gedrag te promoten, dient minder ingezet te worden op handhaving. Sensibilisering dient dus wel blijvend ondersteund te worden.

Financiële gevolgen
Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Enig artikel
De gemeenteraad heft het subsidiereglement van 28 mei 2009, zoals gewijzigd door de gemeenteraad in zitting van 23 december 2010, ter ondersteuning van milieu- en natuurgerichte educatieve en sensibiliserende acties op met ingang van 1 januari 2026.

Met 18 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 onthoudingen (Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Opheffing van het retributiereglement compostvaten en compostbakken

MOTIVERING

Feiten en context
Het lokaal bestuur ondersteunt initiatieven gericht op afvalpreventie, waaronder thuiscompostering en het principe van kringlooptuinieren. Dit gebeurt onder andere door de inzet van compostmeesters en sedert 2000 door het aanbieden van compostvaten en compostbakken aan sterk verminderde prijs.

Het subsidiereglement dateert van 24 augustus 2000 en werd laatst gewijzigd op 24 juni 2024.
Compostvaten met beluchtingsstok worden aangeboden aan € 15,00, compostbakken (zowel basis als aanbouw) aan €25,00.

Op 2 september 2025 ontving de gemeente een beleidsnota van afvalintercommunale Incovo met nieuwe afvaltarieven 2026. De afvaltarieven werden goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 18 november 2025. Er werd evenwel geen beslissing genomen met betrekking tot de compostvaten en compostbakken.

In de beleidsnota meldt Incovo dat gemeenten sinds 1 januari 2025 rechtstreeks compostbakken en compostvaten kunnen aankopen bij Ecowerf.

Incovo beveelt volgende verkoopprijs aan: (inclusief btw):
compostbak: 100,00 euro (momenteel is dit 25,00 euro)
aanbouwelement compostbak: 75,00 euro (momenteel is dit 25,00 euro)
compostvat: 65,00 euro (momenteel is dit 15,00 euro, inclusief beluchtingsstok)
beluchtingsstok: 8,50 euro.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, en artikel 288 betreffende de inwerkingtreding van reglementen en verordeningen.

De wet van 14 november 1983 betreffende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (materialendecreet)

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema)

De gemeenteraadsbeslissing van 24 juni 2024 houdende de vaststelling van het retributiereglement compostvaten en compostbakken.

Advies/argumentatie
Navraag leert dat binnen het werkingsgebied van Incovo  het lokaal bestuur Londerzeel de verkoop stopzet, Zemst wellicht de voorgestelde prijzen zal hanteren, Machelen haar prijzen heeft behouden (compostvat 10,00 euro, compostbak of aanbouwmodule 20,00 euro) en Vilvoorde geen rechtstreekse verkoop voorziet.

De verkoop wordt stopgezet omdat dit geen basisopdracht is van het lokaal bestuur, de administratieve en uitvoerende diensten belast en een besparing oplevert.

De milieuraad formuleert een verdeeld advies:
1 stemgerechtigd lid is voorstander van afschaffing.
1 stemgerechtigd lid is voor het behoud van de huidige prijs.
13 stemgerechtigde leden zijn voorstander om de verkoopprijs aan te passen zoals voorgesteld door Incovo. Ook de mogelijkheid van verkoop op het recyclagepark wordt voorgesteld.

Financiële gevolgen
Met de stopzetting van de verkoop van compostvaten en compostbakken wordt een jaarlijkse besparing van 3.000,00 tot 5.000,00 euro beoogd.

BESLUIT

Enig artikel
De gemeenteraad heft het retributiereglement compostvaten en compostbakken zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 24 juni 2024, alsmede alle voorgaande retributie- of subsidiereglementen voor compostvaten en/of compostbakken, op met ingang van 1 januari 2026.

Met 16 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 4 stemmen tegen (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Billie Kawende en Sofie Van Assche), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het belastingreglement inzake de activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen voor de aanslagjaren 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeenteraad stelde op 20 december 2021 het belastingreglement vast inzake de activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen (ROP) voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025.

De gemeenteraad keurde op 22 april 2025 een wijziging van voormeld belastingreglement goed waardoor de aangifteplicht voor 2024 en 2025 werd bepaald.

Juridische gronden
De Grondwet, artikel 170§4.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 40§3.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010, 17 februari 2012 en 19 december 2019.

Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.

Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, hierna afgekort als DGPD, in het bijzonder artikel 3.2.5.§1 waarin vermeld staat dat de gemeenten potentiële woonlocaties vrij moeten maken en grondspeculaties tegengaan.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, afgekort als VCRO.

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

De gemeenteraadsbeslissingen van 20 december 2021 en 22 april 2025 houdende de vaststelling van het belastingreglement inzake de activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.

Advies/argumentatie
Het blijft wenselijk om realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de gemeente. De activeringsheffing laat de gemeente toe om diegenen die een beslissingsmacht hebben over deze gronden en kavels daartoe aan te sporen.

Deze belasting heeft tot doel:

        Betaalbaar wonen: Eigenaars worden gestimuleerd om hun percelen effectief te bebouwen of te verkopen, waardoor het woningaanbod sneller gerealiseerd wordt wat een temperend effect heeft op de woningprijzen.

        Tegengaan van grondspeculatie: Door een jaarlijkse heffing wordt het langdurig aanhouden van bouwgronden zonder bebouwing ontmoedigd.

        Ondersteunen van kernversterking en ruimte-efficiëntie: Bebouwing op bestaande kavels voorkomt bijkomende aansnijding van open ruimte en draagt bij aan verdichting in woongebieden.

        Bijdrage aan gemeentelijke lasten: Eigenaars van onbebouwde gronden dragen mee bij aan de kosten van gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening.

Financiële gevolgen
De kredieten worden voorzien voor 2026 en de volgende jaren in het meerjarenplan 2026-2031.

 

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/73710000/00200

Activeringsheffing - Niet-bebouwde gronden

    /

 

     146 366,00

     146 366,00  (voor 2026, dit bedrag wordt nadien jaarlijks geïndexeerd)

BESLUIT

Artikel 1
Het belastingreglement inzake de activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen voor de aanslagjaren 2026-2031 wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het belastingreglement inzake de activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen, vastgesteld in de gemeenteraadszitting van 20 december 2021, gepubliceerd op de website op 24 december 2021 en aangepast in de gemeenteraadszitting van 22 april 2025, gepubliceerd op de website van 28 april 2025, worden opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 18 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 onthoudingen (Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het belastingreglement op verwaarloosde woningen/gebouwen

MOTIVERING

Feiten en context
Het Lokaal Bestuur is belast met het houden van een reglement betreffende verwaarloosde woningen en gebouwen.

In zitting van 16 november 2020 werd door de gemeenteraad een reglement  opname verwaarloosde woningen/gebouwen vastgesteld.

Juridische gronden

Artikel 170, §4 van de Grondwet.

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen

Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Boek 2, Deel 2, Titel 4, artikels 2.15 - 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid.

Besluit van de gemeenteraad van 16 november 2019 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement verwaarloosde woningen/gebouwen.

Besluit van de gemeenteraad van 16 november 2020 houdende de vaststelling van het reglement opname verwaarloosde woningen/gebouwen.

Advies/argumentatie
Verwaarlozing van woningen en gebouwen moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

Verwaarlozing kan het onveiligheidsgevoel doen toenemen. Onderhouden woningen zorgen voor een levendigere omgeving, voor meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.

Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn makkelijker het mikpunt van vandalisme en sluikstorters.

Verwaarloosde woningen die bovendien leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijkertijd is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede betaalbare woning geraakt.

Gezien de hoge woningnood, is het bovendien wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt.

Verwaarloosde panden vormen één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of stadskern en omliggende straten. Het beïnvloedt op negatieve wijze de aantrekkelijkheid van een gemeente doordat een desolate indruk wordt gecreëerd. De aantrekkingskracht van een gemeente wordt mede bepaald door het pakket aan voorzieningen inzake detailhandel en horeca, alsook de kwaliteit ervan.

De verwaarlozing van gebouwen kan aldus een sneeuwbaleffect teweegbrengen, vooreerst bij de aantrekkelijkheid van de winkelgebieden en aldaar een toename van de verwaarlozing, en aldus bij de aantrekkelijkheid van de gemeente in het algemeen.

Verwaarlozing van woningen en gebouwen in de gemeente moet  voorkomen en bestreden worden omdat verwaarloosde woningen en gebouwen leiden tot meer opdrachten voor de gemeenten.

In het algemeen sluiten de vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.

Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de leegstand kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij verblijf in een psychiatrische instelling of ouderenvoorziening, bij beperking van de handelingsbekwaamheid, bij allerlei vormen van onteigening, beschadiging door plotse ramp, verzegeling.

Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de leegstand: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, bij de uitvoering van al dan niet vergunningplichtige werken, de verkrijging van meerdere woningen met het oog op gelijktijdige sloop, verbouwing of renovatie. Bij sociale woningen dienen de betrokken eigenaars vaak te wachten op subsidies of totdat alle woningen van een project tegelijkertijd kunnen worden gerenoveerd. Bovendien zou het niet redelijk zijn dat de gemeente zichzelf of haar eigen OCMW zou gaan belasten.

Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen. Leegstand en verwaarlozing kunnen met elkaar gepaard gaan maar zijn niet noodzakelijk beiden aanwezig: een perfect onderhouden pand kan leegstaand zijn terwijl een verwaarloosd pand kan bewoond zijn. 

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst voor de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen wordt geraamd op € 1 500,00.

 

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

«GE/2026/73750000/00200

Belasting op de verwaarloosde woningen en gebouwen

    /

 

      € 0,00

€ 0,00

BESLUIT

Artikel 1
Het gemeentelijk belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het gemeentelijk belastingreglement van 16 december 2019 op verwaarloosde woningen en gebouwen, wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

(Retributie) reglement tot vaststelling van de vergoeding voor een conformiteitsonderzoek en het beperken van de geldigheidsduur van het conformiteitsattest

MOTIVERING

Feiten en context
Een conformiteitsattest geeft aan dat een woning of kamer, die verhuurd wordt of te huur gesteld wordt als hoofdverblijfplaats, voldoet aan de veiligheids-, gezondheids- en kwaliteitsnormen, vastgesteld in de Vlaamse Codex Wonen.

Om na te gaan of een woning conform, veilig en gezond is, voert een erkend woningcontroleur  een conformiteitsonderzoek uit. Hij controleert de woning aan de hand van een technisch verslag.

De woning krijgt een conformiteitsattest als ze niet ongeschikt of onbewoonbaar is en voldoende rookmelders heeft. Het conformiteitsattest vermeldt ook het maximum aantal toegelaten bewoners.

Conformiteitsattesten zijn in principe 10 jaar geldig, ook als de woning ondertussen van eigenaar verandert (tenzij de gemeente een kortere geldigheidsduur heeft bepaald). De gemeenteraad heeft in zitting van 24 juni 2024 bepaald dat een conformiteitsattest een geldigheidsduur heeft van 10 jaar indien het conformiteitsattest maximaal 3 gebreken van categorie I vermeldt en een geldigheidsduur van 5 jaar indien het minimaal 4 en maximaal 6 gebreken van categorie I vermeldt.  Het conformiteitsattest vervalt sowieso als aan de woning grondige renovatiewerken worden gedaan of de woning ongeschikt of onbewoonbaar wordt verklaard of de wooninspectie een proces-verbaal voor de woning opmaakt.

Vanaf de inwerkingtreding van het reglement van 24 juni 2024 wordt een retributie aangerekend voor:

a)de uitvoering van een gemeentelijk conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen.

b) in kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen: vanaf het eerste onderzoek en bij elke eventuele hercontrole

c) in kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen: vanaf de eerste hercontrole.

d) in kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen: vanaf de eerste hercontrole.

Juridische gronden
Artikel 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie-en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Vlaamse Codex Wonen 2021, in het bijzonder boek 3.

Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2023 over de minimale energievorm voor woningen.

Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2023 over de vergoeding van het conformiteitsonderzoek.

Besluit van de gemeenteraad van 16 september 2025 houdende het verderzetten van de deelname van de gemeente Meise in de Interlokale Vereniging “Woonwinkel KLM”.

Besluit van de gemeenteraad van 24 juni 2024 houdende vaststelling van het (retributie) reglement op de uitvoering van een gemeentelijk conformiteitsonderzoek.

Afsprakenkader d.d. 29 juli 2020 over het onderzoeken van woningen die te huur worden aangeboden aan de woonmaatschappij, rechtsopvolger van het sociaal verhuurkantoor, door een eigenaar met de oog op een nieuwe inhuurname.

Advies/argumentatie

 

2020

2021

2022

2023

2024

Aantal afgeleverde CA’s

2

8

9

6

6

Aantal vooronderzoeken op vraag eigenaar/verhuurder

0

1

3

1

9

Aantal hercontroles

12

16

9

5

9

Aantal controles woningen woonmaatschappij (WM)

1

1

0

1

2

Aantal besluiten bij WM

0

1

0

1

0

Conclusie cijfergegevens: Het aantal aanvragen conformiteitsonderzoek op vraag van de eigenaar-verhuurder ligt laag maar dat is veelal bij gemeenten waar er geen verplichting voor het beschikken over een conformiteitsattest is ingesteld.

De gemeente mag een retributie heffen per onderzoek per individuele woning. Een hercontrole geldt als een afzonderlijk onderzoek en een kamer geldt als een individuele (niet-zelfstandige) woning.

De retributie is beperkt tot de werkelijke kost van het onderzoek en bedraagt maximaal 200 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en mocht voor de eerste maal op 1 januari 2025.

De werkelijke kostprijs ligt hoger dan het maximumtarief, aangezien elk onderzoek een volledige controle omvat, inclusief administratieve verwerking. Gemiddeld neemt dit proces zes uur in beslag.

Voorgesteld wordt om, zoals in het verleden, de woonmaatschappij vrij te stellen van vergoeding bij nieuwe inhuurnames, zoals voorzien in het afsprakenkader. Gezien hun publieke opdracht en beperkte middelen is het niet wenselijk hen financieel te belasten voor conformiteitsonderzoeken. Het opleggen van een vergoeding zou hun sociale werking niet ten goede komen. Het feit dat er een vrijstelling voor de woonmaatschappij wordt ingevoerd in het reglement, impliceert geenszins dat het Lokaal Bestuur niet aandringt op het zorgen voor kwaliteitsvolle woningen door de woonmaatschappij. 

Beperkte geldigheidsduur conformiteitsattesten

De gemeente Meise maakt deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel KLM. Het activiteitenpakket van het project bevat het conformiteitsattest (CA) beperken in tijd als aanvullende activiteit (2020-2025) zoals vermeld in artikel 2.13 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Door het voeren van een preventief woningkwaliteitsbeleid streeft de gemeente naar een kwaliteitsvoller patrimonium dat zich aanpast aan de wijzigende regelgeving. De gemeente kan de geldigheidsduur van het conformiteitsattest – standaard tien jaar – beperken. Hierin kan de gemeente gaan differentiëren naar keuze. Wonen in Vlaanderen past de beperking van de geldigheidsduur ook toe als zij een CA aflevert op het grondgebied van de gemeente.

De gemeenteraad bepaalde in zitting van 24 juni 2024 dat een conformiteitsattest een geldigheidsduur heeft van 5 jaar indien het technisch verslag minimaal 4 en maximaal 6 gebreken van categorie I vermeldt.  Hoewel het zelden voorkomt dat een woning vier tot zes gebreken van categorie I heeft, blijft een beperkte geldigheidsduur van vijf jaar aangewezen. Dergelijke gebreken kunnen immers evolueren naar ernstigere problemen. Door het CA te beperken in duur, wordt de woningkwaliteit beter opgevolgd. Eigenaars worden tijdig aangeschreven om een nieuw attest aan te vragen.

Vochtproblemen komen vaak voor en worden niet altijd grondig aangepakt. Vocht kan structurele schade veroorzaken en vormt een gezondheidsrisico voor bewoners. Daarom wordt de geldigheidsduur beperkt tot maximaal vijf jaar wanneer het technisch verslag een gebrek van categorie I vermeldt in één van de volgende onderdelen:

- 101: dak(en) of (hellende en vlakke) plafonds – insijpelend vocht

- 111: buitenmuren (en gemeenschappelijke scheidingsmuren) – opstijgend vocht/doorslaand vocht

- 131: onderste (draag)vloer(en) – vochtschade

- 151: binnenwanden – opstijgend vocht

Ook bij de aanwezigheid van kachels en verwarmingstoestellen type B wordt de geldigheidsduur beperkt tot vijf jaar. Deze toestellen brengen een verhoogd risico op CO-vergiftiging met zich mee, zeker wanneer verluchtingsopeningen worden afgesloten of onderhoud uitblijft.

Sinds 1 januari 2025 wordt in technische verslagen rekening gehouden met de nieuwe energienorm, die vanaf 2030 stapsgewijs wordt aangescherpt. Woningen die tegen de deadlines niet voldoen aan het vereiste EPC-label, krijgen een gebrek van categorie II en kunnen ongeschikt verklaard worden. In dat geval kan geen conformiteitsattest worden afgeleverd. Voor rijwoningen en appartementen gelden strengere normen, gezien hun lagere warmteverliesoppervlakte.

Elke open en halfopen woning moet vanaf 2030 minimum label E,  vanaf 2035 minimum label D en vanaf 2040 minimum label C halen. Elke rijwoning en appartement moet vanaf 2030 minimum label D en vanaf 2035 minimum label C halen. Om te anticiperen op deze verstrengde energienorm wordt de geldigheidsduur van het CA afgestemd op het jaartal waarin een beter EPC-label verplicht wordt. De beoordeling gebeurt op basis van het meest recente EPC –attest in VLOK (Vlaams Loket Woningkwaliteit). Indien geen attest beschikbaar is, wordt dit opgevraagd bij de houder van het zakelijk recht.

De vergoeding wordt gevraagd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag. Voor een kamerwoning is dit een vergoeding per kamer.

Artikel 3.3/1 van de Vlaamse Codex Wonen bepaalt het volgende: "De gemeente kan bij verordening de gevallen bepalen waarin ze een vergoeding vraagt voor de uitvoering, op verzoek, van een conformiteitsonderzoek dat verloopt volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3.
De vergoeding, vermeld in het eerste lid, kan alleen gevraagd worden aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, vermeld in artikel 3.7, §1.
De volgende gevallen zijn altijd een verzoek als vermeld in het eerste lid:
1° een melding van herstel als vermeld in artikel 3.10, derde lid; Dit betreft het uitvoeren van een hercontrole binnen de waarschuwingsprocedure.
2° het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid; Dit betreft het uitvoeren van een onderzoek op vraag van de houder van het zakelijk recht of onderverhuurder.
3° een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12. Dit betreft het uitvoeren van een hercontrole binnen de procedure ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring.

Financiële gevolgen
Volgens artikel 6 van het Besluit van de Vlaamse regering van 8 december 2023 kan de vergoeding, vermeld in artikel 3.3/1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, maximaal 200 euro per onderzochte woning bedragen en dient deze vergoeding in ieder geval beperkt te worden tot de werkelijke kosten.

Voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek van een woonentiteit wordt momenteel een basisretributie van 62,5 euro aangerekend. Gezien de stijgende kost verbonden aan de opmaak van het verslag wordt voorgesteld om dit bedrag te verhogen naar 75 euro per entiteit voor een eerste onderzoek en naar een bedrag van 100 euro voor een hercontrole. 

De budgetsleutel voor 2026 en de volgende jaren is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70002000/06000
Retributie op conformiteitsattesten

 

€ 0,00

€ 0,00

BESLUIT

Artikel 1
Het (retributie)reglement tot vaststelling van de vergoeding voor een conformiteitsonderzoek en het beperken van de geldigheidsduur van het conformiteitsattest voor de aanslagjaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.

Artikel 3
Het gemeentelijk (retributie) reglement  van 24 juni 2024 op de uitvoering van gemeentelijke conformiteitsonderzoeken, wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement 2026_2031 op het parkeren in een blauwe zone

MOTIVERING

Feiten en context

De gemeente Meise wenst een gedifferentieerd parkeerbeleid te voeren i.f.v. het aanbieden van parkeerplaatsen voor zijn inwoners en bezoekers en i.f.v. het sturen van het autogebruik. Ter uitvoering van dit beleid wordt in verschillende delen van het grondgebied de parkeertijd beperkt door het invoeren van zogenaamde ‘blauwe zones’. In deze zones is het conform de wegcode verplicht om de parkeerschijf te gebruiken. Indien niet nader bepaald, kan men maximaal 2 uur parkeren. Het doel van het invoeren van de blauwe zone is om door de rotatie meer parkeergelegenheid te creëren.

Het retributiereglement op het parkeren in een blauwe zone, vastgesteld in de gemeenteraad van 24 juni 2024, loopt af op 31 december 2025.

Juridische gronden
Artikel 173 van de Grondwet.

Artikel 40 § 3 , artikel 41 ° 14, artikelen 177 en 369 van het Decreet over het lokaal bestuur.

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019.

Artikelen 10/1 tot en met 10/03 van het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.

Artikel 27 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Wegcode).

Het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap.

Het retributiereglement op het parkeren in een blauwe zone, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 24 juni 2024.

Advies/argumentatie
Het retributiereglement op het parkeren in een blauwe zone dient opnieuw te worden vastgesteld.

Het aanleggen en verbeteren van de parkeermogelijkheden brengt voor de gemeente aanzienlijke lasten met zich mee. De inkomsten uit het parkeerbeleid kunnen hiervoor aangewend worden.

Een retributiereglement moet ervoor zorgen dat de inname van deze parkeerplaatsen beperkt blijft in de voorziene tijd.

Het onderhouden van de parkeerplaatsen brengt kosten met zich mee.

De retributie moet gezien worden als een vergoeding voor een geleverde dienst, namelijk het beschikbaar stellen van een parkeerplaats door de gemeente.

Financiële gevolgen
Het krediet voor 2026 en de volgende jaren is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Beschikbaar budget

GE/2026/70058000/02200
Inkomsten OPC: retributie parkeercontrole

_

€ 5 000,00

BESLUIT

Artikel 1

Het retributiereglement op het parkeren in een blauwe zone, zoals toegevoegd in bijlage,  wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3

Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 4
Het retributiereglement op het parkeren in een blauwe zone, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 17 mei 2021 en laatst gewijzigd in de gemeenteraadszitting van 24 juni 2024, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Definitieve vaststelling tot gedeeltelijke vrijgave woonreservegebied omwille van een historisch bebouwd perceel in een ruimtelijke afzonderbaar onderdeel - Hasseltbergstraat 19

MOTIVERING

Feiten en context

Het college van burgemeester en schepenen ontving op 24 juni 2024 een verzoek van een zakelijk gerechtigde tot vrijgave van een perceel in woonreservegebied.

De aanvraag heeft betrekking op het perceel met als adres Hasseltbergstraat 19, kadastraal gekend als afdeling 1 sectie F nummer 46S.

Op 3 december 2024 vond een overleg tot vrijgave plaats in het Administratief Centrum te Wolvertem. Het verslag werd als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag verder onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het uitvoeringsbesluit over de nadere regels voor aanvragen over de vrijgave van woonreservegebieden en de facq van het departement Omgeving met toelichting en antwoord op veel gestelde vragen betreffende de toepassing van de nieuwe decretale regeling voor woonreservegebieden.

Op 21 januari 2025 besloot de gemeenteraad tot de gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied voor het perceel (afdeling 1 sectie F nummer 46S).

Aangezien het onderzoek tot milieueffectenrapportage niet werd opgenomen in het gemeenteraadsbesluit van 21 januari 2025  en de beslissing van het Team Omgevingseffecten tot ontheffing van de plan-MER ontbrak, diende de gemeenteraad zijn besluitvorming van 21 januari 2025 houdende de gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied voor het desbetreffend perceel te hernemen.

Op 15 juli 2025 besloot de gemeenteraad tot de gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied voor het perceel (afdeling 1 sectie F nummer 46S).

Het college werd gelast met de organisatie van het openbaar onderzoek en de inwinning van adviezen overeenkomstig de decretale bepalingen (artikel 5.6.12 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).

Juridische gronden

        Het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) van 5 april 1995 en latere wijzigingen, in het bijzonder hoofdstuk II betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s.

        Het decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 5.6.10 tot en met 5.6.15 met betrekking tot de woonreservegebieden.

        Het decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 23 mei 2023 betreffende de woonreservegebieden (Decreet Woonreservegebieden DWRG).

        Het besluit van de Vlaamse regering van 23 september 1997 houdende de definitieve vaststelling van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en het besluit van de Vlaamse regering van 12 december 2003 en 17 december 2010 houdende de definitieve vaststelling van een herziening van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.

        Het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels voor aanvragen, adviezen en beslissingen over de vrijgave van woonreservegebieden van 15 september 2023.

        Het gemeentelijk structuurplan Meise, goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 4 januari 2007, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 16 januari 2007.

        Het provinciaal Beleidsplan Ruimte Vlaams-Brabant, definitief vastgesteld door de provincieraad op 19 september 2023.

Advies/argumentatie
Planningscontext

        Volgens het vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse situeert de aanvraag zich in de rechterhoek aan de straatzijde voor een uiterst klein gedeelte in het woongebied met landelijk karakter en voor het overige gedeelte volledig in het woonuitbreidingsgebied.
In deze zone gelden de stedenbouwkundige voorschriften van artikel 5.1. van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

        Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan.

        Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

        Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

        Het eigendom is niet getroffen door een rooilijn.

Historiek
Stedenbouwkundige vergunningen
Op 8 augustus 1964 werd een stedenbouwkundige vergunning verkregen voor het bouwen van een villa. (intern nummer 1964/0063)

Omgevingsvergunningen
Er is een omgevingsaanvraag lopende voor het herbouwen van een door een vreemde oorzaak gedeeltelijk vernielde zonevreemde eengezinswoning bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (intern nummer VS2023/151)

Beschrijving van de omgeving
De site is gelegen in de Hasseltbergstraat, een relatief smalle straat in asfalt die de verbinding maakt tussen de Kardinaal Sterckxlaan en de Sint-Elooiweg. Deze laatste weg loopt ongeveer evenwijdig aan de Nieuwelaan.

De site is gelegen binnen het woonuitbreidingsgebied Manke Vos, ten noordwesten van de dorpskern van Meise. Het woonuitbreidingsgebied is reeds gedeeltelijk ingevuld met woningen. Het gebied kent een duidelijk waarneembaar reliëf. De omgeving heeft een residentieel karakter met in hoofdzaak eengezinswoningen zowel in gesloten, halfopen als open verband. De aanpalende percelen zijn bebouwd met vrijstaande eengezinswoningen. Het straatbeeld wordt gekenmerkt door groene ingerichte voortuinen.

Beschrijving van de aanvraag
Het goed was bebouwd met een eengezinswoning in open verband.

De aanvraag beoogt een vrijgave van het woonreservegebied beperkt tot het perceel van de aanvraag met het oog op de bebouwing met een vrijstaande eengezinswoning met 2 bouwlagen en met een bouwdiepte van 13m, afgewerkt met een plat dak. De inplanting wordt voorzien op minimum 3m van de zijdelingse perceelsgrenzen en met een voorbouwlijn afgestemd op die van de naburige bebouwde percelen.

De aanvraag behelst een bijzondere situatie in die zin dat het perceel sinds 1964 bebouwd was met een vergunde doch zonevreemd gelegen woning, die echter volgens de aanvrager is ingestort tijdens verbouwingswerken in het voorjaar van 2023. De woning werd vervolgens grotendeels afgebroken, met uitzondering van de nieuw gegoten vloerplaat en enkele muren van de oorspronkelijke inpandige garage.

Onderzoek tot milieueffectenrapportage (screening)
De aanvraag heeft betrekking op de vrijgave van een kleinschalig ruimtelijk afzonderbaar onderdeel binnen de bebouwde rand van een woonreservegebied aan een uitgeruste weg. Het programma is dermate beperkt tot één individueel woongebouw met de verweving van functiemogelijkheden overeenkomstig de geldende gewestplanvoorschriften voor woongebied. De schaalgrootte van het programma is beperkt tot een individuele woning binnen een bestaande aangesneden residentiële omgeving en komt niet voor op de lijst van bijlage III van het project-MERbesluit, meer bepaald rubriek 10b. De aanvraag omvat een MER-screening.

De locatie Hasseltbergstraat 19 te Meise, met als Capakey 23050F0046/00S000, stroomt af naar de Molenbeek (B6013), onbevaarbare waterloop van tweede categorie, die beheerd wordt door de dienst waterlopen van de provincie Vlaams-Brabant. Het perceel ligt volgens de kaarten met overstromingsgevoelige gebieden niet in een pluviaal en/of fluviaal overstromingsgevoelig gebied met een kleine tot middelgrote overstromingskans.
Er zal een beperkte vrije ruimte ingenomen worden door bebouwing en verharding wat minder plaats geeft aan water om natuurlijk te infiltreren en af te stromen. Het schadelijk effect wordt voorkomen, beperkt, gecompenseerd met de voorwaarde tot verplichte toepassing van de gewestelijke hemelwaterverordening en de provinciale verordening inzake de afvoer van hemelwater. De doelstellingen en beginselen van het decreet integraal waterbeleid kunnen worden gewaarborgd. Er worden  geen aanzienlijke effecten op het watersysteem verwacht.

Het perceel is op de bodemkaart gesitueerd middenin een gebied met droge leembodem. Gezien er door de vrijgave van het woonreservegebied een woning op het perceel zal kunnen worden opgericht zoals tot voor kort op het perceel stond, kan worden verondersteld dat er zich geen aanzienlijke effecten zullen voordoen op het vlak van bodemverontreiniging. 

De aanvraag is gelegen op ruime afstand van natuurwaarden. Bijgevolg worden er geen significante effecten verwacht op natuurwaarden in de omgeving.

De aanvraag betreft een enkel perceel dat door de vrijgave zal geschikt worden voor de bebouwing met een woongebouw en verweving van beperkte nevenfunctie(s) verwant aan het wonen. Rekening houdende met de kenmerken van het perceel (oppervlakte) en de inpassing van de nieuwbouw in de bestaande bebouwde residentiële omgeving wordt de omvang en schaalgrootte van deze vrijgave beperkt tot een individueel woongebouw met mogelijks een complementaire functie. Er zal slechts een beperkte hoeveelheid bijkomende verkeersbewegingen kunnen worden veroorzaakt. De site is goed ontsloten zodat er geen aanzienlijke effecten worden verwacht met betrekking tot mobiliteit of verkeershinder.

De aanvraag werd getoetst aan de criteria van de bijlage van het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM). Er wordt geoordeeld dat in het licht van de kenmerken van het programma, de plaatselijke omstandigheden en de kenmerken van zijn potentiële effecten er geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn zodat bijgevolg het project niet MER-plichtig is.
Op 18/06/2025 werd de definitieve plan-MER-screening door het Team Omgevingseffecten goedgekeurd en ontheven van de plan-MER plicht.

Adviezen voorlopige vaststelling

Tijdens de fase van voorlopige vaststelling adviseerden de instanties volgend advies:

        De Deputatie adviseerde op 14 november 2024 de aanvraag gunstig.

        Het Departement Omgeving adviseerde op 3 december 2024 de aanvraag ongunstig.

        De gemeentelijke omgevingsambtenaar adviseerde op 10 december 2024 de aanvraag ongunstig.

Openbaar onderzoek

De aanvraag werd openbaar gemaakt van 2 september 2025 tot en met 1 november 2025.

Bezwaarschriften

Er werden geen bezwaarschriften ingediend.

Adviezen definitieve vaststelling

Gedurende de loop van het openbaar onderzoek werd advies gevraagd aan het Departement en de Deputatie.

        Op 9 oktober 2025 verleende de Deputatie een gunstig advies. Dit advies luidt als volgt:

"Uw adviesvraag werd behandeld door de provinciale dienst Ruimtelijke Planning. Uw  dossier geeft geen aanleiding tot specifieke opmerkingen en wordt gunstig geadviseerd."

        Op 3 november 2025 verleende het Departement een ongunstig advies. Dit advies luidt als volgt:

"Er kan geconcludeerd worden dat voorliggende aanvraag niet voldoet aan de decretale randvoorwaarden en vormvereisten zoals bepaald in artikel 5.6.11 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). De voorliggende aanvraag voorziet immers in de ontwikkeling van één kadastraal perceel, enkel ten behoeve van een private woning. Er wordt geen vermenging van functies nagestreefd. Bijkomend kan niet ontegensprekelijk worden vastgesteld dat de aanvraag enerzijds betrekking heeft op een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar onderdeel van het woonreservegebied en anderzijds in overeenstemming is met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS). Om die redenen geeft het Departement Omgeving een ongunstig advies op het voorliggende besluit van de gemeenteraad tot gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied ter hoogte van de Hasseltbergweg 19 in Meise."

Het bestuur sluit zich niet aan bij de adviezen van de omgevingsambtenaar en het departement Omgeving omwille van:

a) De feiten en de specifieke ingesloten ligging aan de bebouwde rand van het WUG
De situering van het perceel werd binnen het WUG aangeduid met een blauwe kader binnen de bestaande bebouwde omgeving. De bebouwde omgeving omvat residentiële woningen met hun bijhorende tuinzone.

Op het perceel stond tot voor kort een woning. Deze woning is bij het uitvoeren van niet-vergunningsplichtige werken ingestort. De eigenaar legt de oorzaak bij een fout van de aannemer.

Op heden ligt er nog enkel een vloerplaat op het perceel zoals geïllustreerd op onderstaande luchtfoto:

Het perceel dient op heden aldus te worden beschouwd als onbebouwd.

Alle omliggende percelen zijn op heden bebouwd, zoals geïllustreerd op hogervermelde luchtfoto met afbakening van de grenslijn van het WUG en de bebouwde percelen met bijhorende tuinen. Op het linker en rechter aangrenzende perceel staan woningen, terwijl op het achterliggende perceel serres staan en het daarachter gelegen perceel de tuinzone vormt bij de woning gelegen Sint-Elooiweg 20. Het perceel te Hasseltbergstraat 19 betreft aldus een onbebouwde enclave ten midden van bebouwde percelen.

b) Vervulling van de voorwaarden voor vrijgave van woongebied
Conform de bepalingen opgenomen in de VCRO kan een woonreservegebied enkel gedeeltelijk worden vrijgegeven indien:

        De vrijgave gebeurt voor wonen
De vrijgave van het woonreservegebied te Hasseltbergstraat heeft de oprichting van een eengezinswoning tot doel. De vrijgave staat bijgevolg ten dienste van wonen.

Artikel 5.6.11, § 1 voorziet enkel in een mogelijkheid om een woonreservegebied vrij te geven voor wonen en daarnaast ook voor activiteiten die ermee verwant zijn en ermee verweefbaar zijn. Uit deze bepaling kan niet worden afgeleid dat er steeds met wonen verweefbare functies moeten worden voorzien in een vrijgavebesluit. Het is enkel verplicht een woonreservegebied vrij te geven voor wonen. De decreetgever voorziet dat er kan worden besloten dat ook verweefbare functies worden voorzien met het oog op een ruimtelijk kwalitatieve ontwikkeling.

Deze intentie blijkt ook uit de algemene toelichting bij het Decreet Woonreservegebieden, dat het huidige artikel 5.6.11, § 1 VCRO heeft ingevoerd:

“De regie over het ontwikkelen van woonreservegebieden moet bij de gemeen­telijke overheid gelegd worden. Zolang de gemeentelijke overheid niet over de ontwikkeling of de ordening heeft beslist, worden woonreservegebieden als reservegebied beschouwd.

In dat kader wordt als hoofdprincipe voorgesteld dat stedenbouwkundige hande­lingen of de verkaveling van gronden in woonreservegebied pas kunnen worden toegestaan op grond van een voorafgaand gemeenteraadsbesluit tot de vrijgave van een woonreservegebied (of een samenhangend deel ervan), als die handelin­gen of verkavelingen leiden tot een ordening van het gebied in de zin van artikel 5.1.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972, wat woonuitbreidingsge­bieden betreft, via het aanwijzen van toegestane functies binnen de bestemming ‘wonen’ en regelingen inzake inrichting en beheer. Zo kan naast woonfuncties ook worden voorzien in verweefbare functies, publieke ruimte en groenvoorzieningen. Uit het koninklijk besluit van 28 december 1972 volgt immers niet dat, als over de ordening van (een deel van een) woonuitbreidingsgebied wordt beslist, dat gebied uitsluitend moet worden bestemd als (woning)bouwzone (RvS, 5 mei 1994, nr. 47.229, TBP 1994, 842). De gemeente garandeert daarbij een kwalitatieve en duurzame inrichting van het gebied vanuit de kernkwaliteiten voor ruimtelijke ontwikkeling die zijn opgenomen in de strategische visie van het BRV. Het vooront­werp maakt heel duidelijk dat voorstellen tot aansnijding conform de meest actuele ruimtelijke visie moeten zijn: dat kan een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, een gemeentelijk beleidsplan ruimte of een gewenste ruimtelijke ontwikkeling zijn, naargelang van het geval. De bepalingen van de omzendbrief RO 2002/03 ‘Woon­behoeftestudies en woonuitbreidingsgebieden’ die betrekking heeft op de opmaak van een gemeentelijke woonbehoeftestudie in kader van het gemeentelijk ruim­telijk structuurplan zijn niet langer van toepassing. Er worden geen decretale ver­plichtingen over de woonbehoefte opgelegd voor de eventuele vrijgave van een (deel van een) woonreservegebied.” (Parl. St. Vl. Parl, 2020-2021, nr. 577/1, 5.)

Ook de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant meent dat een vrijgave enkel ten dienste van wonen tot de mogelijkheid behoort om te voldoen aan de voorwaarde bepaald in artikel 5.6.11 van de VCRO. Het provinciaal advies citeert dienaangaande:

“Volgens dit artikel kan een vrijgave van een (deel van) woonreservegebied enkel overwogen worden:

• Voor wonen, en voor activiteiten en voorzieningen die aan het wonen verwant en ermee verweefbaar zijn, op maat van en inpasbaar in het woonreservegebied en de omgeving;

• Voor een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar onderdeel van het woonreservegebied voor zover de gedeeltelijke aansnijding geen hypotheek legt op de latere invulling of herbestemming van de overige delen van het woonreservegebied;

• Voor zover in overeenstemming met het geldende gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) of het gemeentelijk of intergemeentelijk ruimtelijk beleidsplan.

Inzake de toepassing van deze drie vereisten zijn volgende kanttekeningen te maken:

- Aan het eerste criterium wordt voldaan.

- Aan het tweede criterium wordt voldaan: er is dan wel geen bebouwing aanwezig op de achterliggende percelen, ze kunnen wel beschouwd worden als ontwikkeld ruimtebeslag en als dusdanig is het perceel van de aanvraag te beschouwen als ‘samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar’.

- Aan het derde criterium wordt voldaan. De specifieke uitspraken in het GRS aangaande het betrokken woonuitbreidingsgebied, maar ook de algemene beleidslijnen in het GRS, hebben enkel betrekking op de delen ervan die ten tijde van de opmaak van het GRS onbebouwd waren. Het perceel in deze aanvraag werd door het GRS (logischerwijs) beschouwd als ‘reeds bebouwd’, en kan aangenomen worden dat het GRS, zowel in de gebiedsgerichte afweging als in de algemene beleidslijnen, geen uitspraken deed over de eventuele ontwikkeling ervan.”

In dit geval is ook duidelijk dat functies andere dan wonen weliswaar verweefbaar zijn met de omgeving, maar dat de gehele omgeving bestaat uit eengezinswoningen. Eerder een beperkte nevenbestemming zoals bv. een in het woongebouw geïntegreerde kantoorfunctie van een beoefenaar van een vrij beroep kan wel als verweefbaar worden beschouwd. Indien het perceel te Hasseltbergstraat 19 wordt bestemd voor wonen, blijven zulke beperkte verweefbare activiteiten steeds mogelijk. Dit kan ook uitdrukkelijk worden voorzien in het uiteindelijke vrijgavebesluit. Bovendien, in het kader van de concrete planning van de eigenaar, is het perceel bedoeld voor de huisvesting van zijn zoon en diens echtgenote. De echtgenote is arts en zou een kleinschalig medisch kabinet verweven met de woonfunctie integreren.

De vrijgave van het woonreservegebied te Hasseltbergstraat 19 voor de oprichting van een eengezinswoning is bijgevolg in overeenstemming met artikel 5.6.11. VCRO.

        De gedeeltelijke vrijgave heeft betrekking op een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar onderdeel van het woonreservegebied
Het perceel dat het voorwerp uitmaakt van de vrijgave, is een onbebouwd perceel op het noordelijke uiteinde van het woonreservegebied dat wordt omringd door ontwikkelde percelen.

Het onbebouwde perceel wordt aldus geheel afgezonderd van de rest van het woonreservegebied door de omliggende reeds ontwikkelde percelen. Bijgevolg is er duidelijk sprake van een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar onderdeel van het woonreservegebied.

Ook de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant oordeelt dat de ontwikkeling van de omliggende percelen ertoe leidt dat het perceel een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar onderdeel van het woongebied is:

Volgens dit artikel kan een vrijgave van een (deel van) woonreservegebied enkel overwogen worden:

• Voor wonen, en voor activiteiten en voorzieningen die aan het wonen verwant en ermee verweefbaar zijn, op maat van en inpasbaar in het woonreservegebied en de omgeving;

Voor een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar onderdeel van het woonreservegebied voor zover de gedeeltelijke aansnijding geen hypotheek legt op de latere invulling of herbestemming van de overige delen van het woonreservegebied;

• Voor zover in overeenstemming met het geldende gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS) of het gemeentelijk of intergemeentelijk ruimtelijk beleidsplan.

Inzake de toepassing van deze drie vereisten zijn volgende kanttekeningen te maken:

- Aan het eerste criterium wordt voldaan.

- Aan het tweede criterium wordt voldaan: er is dan wel geen bebouwing aanwezig op de achterliggende percelen, ze kunnen wel beschouwd worden als ontwikkeld ruimtebeslag en als dusdanig is het perceel van de aanvraag te beschouwen als ‘samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar’.

- Aan het derde criterium wordt voldaan. De specifieke uitspraken in het GRS aangaande het betrokken woonuitbreidingsgebied, maar ook de algemene beleidslijnen in het GRS, hebben enkel betrekking op de delen ervan die ten tijde van de opmaak van het GRS onbebouwd waren. Het perceel in deze aanvraag werd door het GRS (logischerwijs) beschouwd als ‘reeds bebouwd’, en kan aangenomen worden dat het GRS, zowel in de gebiedsgerichte afweging als in de algemene beleidslijnen, geen uitspraken deed over de eventuele ontwikkeling ervan.

Het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid meent dat dit niet het geval zou zijn. Het perceel zou aan de achterzijde aansluiten bij niet-ontwikkelde percelen die heden in actief landbouwgebruik zijn. Het Departement miskent met deze stelling dat op het achterliggend perceel reeds serres staan, zoals geïllustreerd door onderstaande afbeelding:

Het achterliggende perceel is dus wel degelijk ontwikkeld.

Daarenboven is het perceel achter de serres op heden een tuin van de woning Sint-Elooiweg 20, zoals geïllustreerd op bovenstaande afbeelding.

Aldus is er geen sprake van enige rechtstreekse aansluiting bij gronden die niet ontwikkeld zijn en/ of in actief landbouwgebruik zijn. Het perceel te Hasseltbergstraat 19 is wel degelijk een samenhangend en ruimtelijk afzonderbaar geheel.

        De gedeeltelijke vrijgave mag geen hypotheek leggen op de latere invulling of herbestemming van de overige delen van het woonreservegebied.
Hierboven is reeds aangetoond dat het perceel te Hasseltbergstraat 19 een ruimtelijk afzonderbaar geheel vormt en zelfs nog afgescheiden is door ‘tussenpercelen’ van de rest van het woonreservegebied. Daarenboven ligt het perceel aan het noordelijk uiteinde van het woonreservegebied. Hierdoor is er geen risico dat de ontwikkeling van de andere percelen binnen het woonreservegebied wordt belemmerd. Enige voorzienbare ontwikkeling zal immers steeds plaatsvinden op percelen die niet grenzen aan het perceel te Hasseltbergstraat 19.

De op heden voorliggende gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied kan de latere invulling of herbestemming van de overige delen van het woonreservegebied geenszins hypothekeren.

        De gedeeltelijke vrijgave is in overeenstemming met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS)
Het woonuitbreidingsgebied waar het perceel te Hasseltbergstraat 19 deel van uitmaakt, wordt in het GRS van de gemeente Meise aangeduid als het woonuitbreidingsgebied “Manke Vos”.

In het richtinggevend deel van het GRS wordt de ontwikkeling van het woonuitbreidingsgebied uitgewerkt tot en met 2012. Conform het GRS dient er voor een eventuele verdere ontwikkeling na 2012 een woningbehoeftestudie te worden uitgevoerd die aantoont dat er behoefte is aan meer woningen:

3) Ontwikkeling woonuitbreidingsgebieden tot 2012:
De gemeente ontwikkelt op eigen initiatief, in overleg met de sociale huisvestingsmaatschappij een aantal woonuitbreidingsgebieden en stuurt private investeerders een aantal woonuitbreidingsgebieden te ontwikkelen voor de realisatie van woningbouw.

Aangezien blijkt dat 30 woongelegenheden van de beoogde programmatie van de woonbehoeftestudie gerealiseerd zijn, worden de resterende 60 woongelegenheden van de vooropgestelde 90 overgenomen in de woonprogrammatie tot 2012. Latere ontwikkeling van woonuitbreidingsgebied (andere dan de 60 woningen tot 2012) kan enkel indien uit een eventuele nieuwe woningbehoeftestudie blijkt dat hiertoe behoefte aanwezig is.

Prioritaire gebieden:

- Woonuitbreidingsgebied n° 3: “De Vlieten” (Wolvertem) te bebouwen met gegroepeerde huurwoningen. Het huidige speelterrein dient voorlopig bestendigd gezien de samenstelling van de bevolking met jonge kinderen in deze woonwijk.
Voorziene hoeveelheid aan nieuwe woningen: ±10 eenheden

- Woonuitbreidingsgebied n° 5: “Manke Vos” (Meise): Eigendom van Providentia, langs de Zerlegem: gefaseerde bebouwing d.m.v. terrasbouw voor sociale huurwoningen (sociale huur- en koopwoningen)
Voorziene hoeveelheid huurwoningen: ±15 eenheden

- Woonuitbreidingsgebied n° 6: “St. Martinus” - Kapellelaan (Meise) komt in aanmerking voor gefaseerde ontwikkeling. Hiervoor dient vooreerst een uitvoeringsplan opgemaakt (vroeger BPA) teneinde een samenhangende ruimtelijke ordening voor de verschillende uitvoeringsstappen te garanderen en in functie van de resterende behoefte en voldoende gebufferd tegen de impact van de A12;
Voorziene hoeveelheid nieuwe woningen: ±25 eenheden

- Woonuitbreidingsgebied n° 7: “Eversem” (St.-Brixius-Rode)

Voorziene hoeveelheid nieuwe woningen: ±10 eenheden door ontwikkeling van sociale huur- of koopwoningen op restpercelen Algemeen aandachtspunt bij de ontwikkeling van de woonuitbreidingsgebieden: Verdeelsleutel: 1/3 woongelegenheden met residentieel karakter + 2/3 woongelegenheden sociale huisvesting met een mengeling van huur- en koopwoningen.

Latere ontwikkeling van vrijliggend woonuitbreidingsgebied (andere dan de 60 woningen tot 2012) kan enkel indien uit een eventuele nieuwe of geüpdate woningbehoeftestudie blijkt dat hiertoe behoefte aanwezig is en in te passen binnen de kernhiërarchie. Alle vrijliggende woonuitbreidingsgebieden komen daarbij in aanmerking:

        Woonuitbreidingsgebied Wolvertem Vlieten

        Woonuitbreidingsgebied Meise-Sint Martinus-Kapellelaan

        Woonuitbreidingsgebied Meise Manke Vos

        Woonuitbreidingsgebied Westrode

        Woonuitbreidingsgebied Westrode Pollareveld

        Woonuitbreidingsgebied Oppem

        Woonuitbreidingsgebied Sint-Brixius-Rode

Dit kan eventueel samengaan met een evaluatie en bijsturing van het volledige GRS.
(Bron: GRS Meise, richtinggevend deel, p. 115)

Het perceel te Hasseltbergstraat 19 was ten tijde van de opmaak van het GRS bebouwd. Het GRS werd immers goedgekeurd bij besluit van de deputatie van 4 januari 2007. Onderstaande luchtfoto van deze periode toont dat er bij de goedkeuring van het GRS een woning op het perceel stond:
 

In haar advies merkt de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant – terecht - op dat het GRS zich enkel uitspreekt over de ontwikkeling van percelen binnen het woonuitbreidingsgebied die op het moment van de opmaak van het GRS onbebouwd waren. Ten tijde van de opmaak van het GRS was het perceel te Hasseltbergstraat 19 bebouwd.

De in het GRS ontwikkelde richtlijnen voor de verdere ontwikkeling van het woonuitbreidingsgebied kunnen dus niet zonder meer worden toegepast op het perceel te Hasseltbergstraat 19. Het GRS kon een ontwikkeling van dit perceel immers niet voorzien omwille van de reeds bestaande bebouwing.

Het Departement Omgeving meent echter dat de richtlijnen voor de verdere ontwikkeling van het woonuitbreidingsgebied “Manke Vos” wel van toepassing zijn op het perceel te Hasseltbergstraat 19, omdat dit perceel op heden onbebouwd is. Ook de gemeentelijke omgevingsambtenaar meent dat deze richtlijnen uit het GRS gelden voor het perceel.

De adviezen van het Departement Omgeving en de gemeentelijke omgevingsambtenaar kunnen op dit punt niet worden bijgetreden.

Er kan niet worden verwacht dat een GRS richtlijnen bepaalt voor de ontwikkeling van percelen die ten tijde van de opmaak van het GRS reeds ontwikkeld waren. De richtlijnen van het GRS dienen op zulke wijze te worden geïnterpreteerd dat ze in overeenstemming zijn met de intenties ten tijde van de opmaak van het GRS.

In het voormalige artikel 2.1.2, § 3, tweede lid VCRO (versie voor 05/05/2018) werd ook uitdrukkelijk bepaald dat het richtinggevend deel van een ruimtelijk structuurplan een beschrijving van de gewenste ruimtelijke structuur uitgaande van de bestaande ruimtelijke structuur dient te bevatten:

Dit deel bevat ten minste :

1° de doelstellingen en de prioriteiten inzake ruimtelijke ontwikkeling;

een beschrijving van de gewenste ruimtelijke structuur uitgaande van de bestaande ruimtelijke structuur en van behoeften en gevolgen op economisch, sociaal, cultureel en agrarisch gebied, en op gebied van mobiliteit, natuur en milieu, met inbegrip van veiligheid, in het bijzonder vermeld in artikelen 2 en 24 van het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaamse, het Waalse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn;

3° de maatregelen, middelen, instrumenten en acties tot uitvoering van het ruimtelijk structuurplan.

Deze bepaling betreffende de opmaak van ruimtelijke structuurplannen blijft gelden zolang een ruimtelijk structuurplan van kracht is.

Dit leidt tot het besluit dat het GRS geen uitspraak doet over de ontwikkeling van het woonreservegebied op dit perceel. De bestaande ruimtelijke structuur was voor het perceel te Hasseltbergstraat 19 immers anders dan vandaag.

Gezien het GRS geen concrete richtlijnen bepaalt voor het op heden onbebouwde (historisch bebouwd) perceel uit deze aanvraag, is de vrijgave van het woonreservegebied te Hasseltbergstraat 19 met het oog op het oprichten van een woongebouw met beperkte nevenfunctie(s) verwant aan het wonen in overeenstemming met het GRS.

        De gedeeltelijke vrijgave is in overeenstemming met het Beleidsplan Ruimte van de provincie Vlaams-Brabant
Het Beleidsplan Ruimte van de provincie Vlaams-Brabant duidt Meise aan als een “strategische dorpskern”. Dit begrip wordt als volgt toegelicht:

 “Dorpskernen met een relatief hoge knooppuntwaarde en/of voorzieningenniveau noemen we ‘strategische dorpskernen’. Deze kernen scoren sterker op multimodale bereikbaarheid en/of aanwezigheid van diverse types voorzieningen. Ze hebben een relatief (ten opzichte van de omliggende kernen) hogere knooppuntwaarde en/of voorzieningenniveau. Deze kernen kunnen in het toekomstig ruimtelijk beleid een strategische rol spelen. Belangrijk is om deze kernen in beeld te brengen omdat de potentiële ontwikkelingslocaties inzake wonen, werken en voorzieningen binnen deze kernen zullen moeten gezocht worden. Als provincie erkennen we dus dat deze ‘strategische dorpskernen’ ontwikkelingsmogelijkheden hebben op diverse vlakken.Deze kernen kunnen verhoudingsgewijs meer bijkomende groei opvangen dan de andere dorpskernen. Buiten de stedelijke kernen zijn het dus deze ‘strategische dorpskernen’ die hoofdzakelijk de dynamiek (wonen, bedrijvigheid, voorzieningen) dienen op te vangen.” (Bron: Beleidsplan Ruimte provincie Vlaams-Brabant, p. 222

Conform het Beleidsplan Ruimte kan Meise meer bijkomende groei opvangen dan andere dorpskernen. In huidig geval is enige “groei” echter beperkt, gelet op de historische toestand van het perceel. Bijgevolg is de vrijgave van het woonreservegebied te Hasseltbergstraat 19 voor de oprichting van een woongebouw met beperkte nevenfunctie(s) verwant aan het wonen in ieder geval in overeenstemming met het Beleidsplan Ruimte van de provincie Vlaams-Brabant.

        De gedeeltelijke vrijgave is in overeenstemming met de principes en doelstellingen vermeld in artikel 1.1.4 VCRO
Artikel 1.1.4. VCRO luidt als volgt:

De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.

De gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied op het perceel te Hasseltbergstraat 19 draagt bij aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Op heden betreft dit een onbebouwd perceel ten midden van een volledig ontwikkelde woonwijk met eengezinswoningen, zoals geïllustreerd door onderstaande afbeelding:

Door de gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied met het oog op de bouw van een woongebouw met beperkte nevenfunctie(s), wordt de straat vervolledigd. Het perceel in een onbebouwde toestand behouden zorgt enkel voor een merkbare afwijking van de in de omgeving bestaande toestand. Voor dit perceel is bijgevolg enkel de bouw van een woning met (een) beperkte nevenfunctie(s) ruimtelijk wenselijk, mede gelet op het feit dat op dit perceel tot voor kort een eengezinswoning stond.

De vrijgave van het woonreservegebied te Hasseltbergstraat 19 zal aldus bijdragen aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling.

        De gedeeltelijke vrijgave heeft geen negatief effect op de lokale waterhuishouding

Het perceel te Hasseltbergstraat 19 is niet gelegen binnen overstromingsgevoelig gebied, zoals geïllustreerd door onderstaande afbeelding:

Enige vrijgave van het woonreservegebied zal geen negatieve impact hebben op de lokale waterhuishouding. Het woongebouw zal immers worden gebouwd op de bestaande vloerplaat. Enige bijkomende verharding zal beperkt blijven tot de noodzakelijke toegangen tot de woning, nevenfunctie(s) en een terras bij de woning.

Tevens zal enige vergunning voor de bouw van de woning met de nevenfunctie(s) enkel kunnen worden afgeleverd mits overeenstemming met de strikte bepalingen van de Hemelwaterverordening.

        De gedeeltelijke vrijgave is in overeenstemming met het bindend sociaal objectief

Gezien de vrijgave van het woonreservegebied te Hasseltbergstraat 19 een enkel perceel betreft, kan dit geen afbreuk doen aan de doelstellingen van het bindend sociaal objectief (BSO) van de gemeente Meise. Het perceel is immers in private eigendom en was tot voor kort bebouwd met een eengezinswoning. De hoeveelheid beschikbare sociale woningen wordt door de vrijgave niet gewijzigd.

        Lopende procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen

In het advies van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant d.d. 14 november 2024 wordt verwezen naar de lopende procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen betreffende de weigeringsbeslissing van de deputatie d.d. 6 juni 2024 in het dossier met referte OMV_2023087833. Met deze beslissing weigerde de deputatie in toepassing van de VCRO, meer bepaald de basisrechten voor zonevreemde constructies, een vergunning voor de herbouw van de ingestorte woning te Hasseltbergstraat 19.

De deputatie stelt voor dat de afloop van de procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen eerst wordt afgewacht alvorens er wordt overgegaan tot de gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied. Dit wordt in het advies als volgt toegelicht:

De VCRO voorziet in artikel 4.4.21 een mogelijkheid om herstelwerken te vergunnen aan zonevreemde woningen die vernield of beschadigd werden ten gevolge van een vreemde oorzaak die de eigenaar niet kan worden toegerekend. Er is een vergunningsaanvraag voor de herbouw van de woning lopende in toepassing van dit artikel. Deze aanvraag werd zowel door het college van burgemeester en schepenen van Meise (dd. 18 december 2023) als door de deputatie in beroep geweigerd (dd. 6 juni 2024) wegens gebrek aan bewijs dat de instorting een oorzaak kende die de eigenaar niet kan worden toegerekend; gestoeld op het ontbreken van o.a. de overeenkomst met de aannemer, verbouwingsplannen, fotomateriaal van tijdens de (geleidelijke) instorting, ingebrekestelling, een verzekeringsdossier,…

Het dossier is heden in behandeling bij de Raad Voor Vergunningsbetwistingen.

Het dossier is op dit moment dus nog te beschouwen als de herbouw van een woning die is ingestort ten gevolge van een vreemde oorzaak die de eigenaar niet kan worden toegerekend. Daarvoor is de omgevingsvergunningsprocedure zoals hierboven beschreven de enige juiste, en dient de uitspraak van de RVVB als definitief uitsluitsel te worden afgewacht.

Indien de Raad hetzelfde oordeel velt als de gemeente en de deputatie, dient het dossier beschouwd te worden als een aanvraag tot bebouwing van een onbebouwd (maar historisch bebouwd) perceel. In dit geval wordt de historische bebouwing van het perceel in overweging genomen, maar wordt abstractie gemaakt van de oorzaak van de afbraak. In dergelijke situatie kan de procedure tot vrijgave van het woonreservegebied overeenkomstig artikel 5.6.11 van de VCRO worden gevolgd.”

Een lopende procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen sluit de gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied niet uit. Er is geen decretale bepaling die de samenloop van deze procedures uitsluit.

Ook is een lopende procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen of een voorgaande vergunningsprocedure geen criterium waar rekening mee moet/kan worden gehouden bij een besluit tot vrijgave van een woonreservegebied.

De afloop van de procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen verandert niets aan de bestaande feitelijke toestand van een perceel. Het perceel is en blijft onbebouwd gezien de woning die erop stond is ingestort. De hierboven uiteengezette toegelichte vervulling van de voorwaarden voor de vrijgave van het woonreservegebied blijft dus gelden, ondanks de lopende procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Om bovenstaande redenen beslist het college om over te gaan tot het vrijgeven van het perceel.

Beoogde voorwaarden voor een ruimtelijk kwalitatieve ontwikkeling voor de vrijgave van het gebied

        Woningtypologie en woningdichtheid
Vrijstaande woningtypologie
Woningdichtheid: max 15 woningen/ha

De plaatsing en het basisvolume van het gebouw spelen in belangrijke mate een rol in het behoud van het bestaand open, aaneengesloten residentieel gebied. Daarnaast heeft dit ook invloed op de ruimtelijke context van het gebouw. Door te veel te bouwen (te hoog, te diep) in verhouding tot de terreinoppervlakte van het perceel en de gevels van het gebouw komt de beschikbaarheid van (zon) licht, lucht en tuinzones voor de gebruikers en de omgeving in het gedrang. Het harmonieprincipe met de omgeving is van toepassing voor wat betreft de inplanting en afstand ten opzichte van het openbaar domein en de naburige percelen, de bouwdiepte vanaf de voorgevel, de bouwhoogte ten opzichte van het maaiveld ter hoogte van de rooilijn, de vormgeving en afwerking van dakverdiepingen en dakvlakken.

        Verweving van functies
De toegelaten functies zijn die van het gewestplanvoorschrift woongebied, opgenomen in artikel 5.1.0 van het koninklijk besluit van 28 december 1972:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De ontwikkeling van niet-residentiële functies moet “bestaanbaar en verenigbaar” zijn met de residentiële functie.

        Groenvoorzieningen
Open, aaneengesloten en groene (binnen)gebieden zijn zeer belangrijk voor de woon- en leefkwaliteit, voor de ecologische kwaliteiten en klimaatrobuustheid van een wijk. Zij brengen niet enkel licht en lucht in de aangrenzende bebouwing, zij zorgen ook voor speelruimte, voor infiltratiemogelijkheden van het regenwater, voor een grotere groene oppervlakte in de bebouwde omgeving en staan in voor afkoeling van de lucht in tegenstelling tot bebouwde oppervlakten en wegen.

Daarom wordt een voldoende ruime tuinzone als een eerste leidend principe gesteld. Minimaal 25% van de oppervlakte van het perceel op het niveau van het maaiveld wordt of blijft ingericht als aaneengesloten en niet-overbouwde zijtuin en/of achtertuin. Dit aandeel geldt als een minimum, afhankelijk van het uitgewerkt voorstel zal een groter aandeel wenselijk en haalbaar zijn.

Dit minimaal aandeel aan aaneengesloten en niet-overbouwde tuinzone kan gerealiseerd worden in de voortuin en/of de zijtuin en/of de achtertuin. Een dergelijke met groen ingerichte tuinzone bij de functies wonen en/of anders dan wonen heeft onder meer de volgende voordelen:

        een doordachte locatie van de tuinzone zal zorgen voor een betere ruimtelijke inpassing van de functie in dit woonweefsel (aaneensluitende tuinzones) en de beplanting kan de activiteiten van de functie enigszins bufferen naar de omliggende woongelegenheden;

        deze functies kunnen (op termijn) makkelijker voldoen aan de vereisten van de gewestelijke hemelwaterverordening (bijvoorbeeld bovengrondse infiltratie van hemelwater).

Daarnaast dient waardevol groen (o.a. bestaande hoogstambomen) in deze tuinzone zoveel mogelijk te worden bewaard.

        Waterhuishouding
De locatie Hasseltbergstraat 19 te Meise, met als capakey 23050F0046/00S000, stroomt af naar de Molenbeek (B6013), onbevaarbare waterloop van tweede categorie, die beheerd wordt door de dienst waterlopen van de provincie Vlaams-Brabant. Het perceel ligt volgens de kaarten met overstromingsgevoelige gebieden niet in een pluviaal en/of fluviaal overstromingsgevoelig gebied met een kleine tot middelgrote overstromingskans.
Er zal vrije ruimte ingenomen worden door bebouwing en verharding wat minder plaats geeft aan water om natuurlijk te infiltreren en af te stromen. Om te voldoen aan de doelstellingen en beginselen van het decreet integraal waterbeleid moet men maatregelen nemen om het schadelijk effect te voorkomen, te beperken, te compenseren of te herstellen. Hierbij vormen de GSVH en PSVH de basis.
De toekomstige omgevingsaanvraag moet voldoen aan:

        de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSVH) inzake hemelwater (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023, Belgisch Staatsblad van 21 juni 2023);

        de provinciale stedenbouwkundige verordening C (PSVH), inzake de afvoer van hemelwater, goedgekeurd door de provincieraad van Vlaams-Brabant op 26 september 2023.

Aan het vergunningsdossier moeten minimum volgende plannen of documenten wordentoegevoegd om het dossier te kunnen beoordelen:

        Inventaris van de afwaterende oppervlakten: aan het dossier moet een voldoende uitgewerkte tabel worden toegevoegd met aangesloten verharde (dakoppervlaktes, verhardingen) en onverharde oppervlaktes;

        De aanvrager moet een gedetailleerd rioleringsplan indienen met aanduiding van minimaal onderstaande elementen op het rioleringsplan:

- de exacte locatie van de hemelwaterput en de bovengrondse infiltratievoorziening met vermelding van: het volume in liter, de infiltratieoppervlakte, de berekening van de totale aangesloten horizontale dakoppervlaktes en verhardingen;

- de aanvoerleidingen voor het hergebruik van het hemelwater;

- de afvoeren van de daken naar de infiltratievoorziening.

        De aanvrager moet een gedetailleerd inplantingsplan indienen met een duidelijke weergave en aanduiding per verharding op welke wijze deze voldoen aan de hemelwaterverordeningen (onder  andere  met  vermelding  van  de  waterdoorlatendheid,  hellingsgraad, afwateringsrichting en (deel)oppervlakte in m² per type verharding), rekening houdend met de hieronder beschreven voorwaarden.

Specifieke voorwaarden en/of maatregelen

Hemelwaterverordeningen

        Overeenkomstig de provinciale stedenbouwkundige verordening met betrekking tot de afvoer van hemelwater, mag het hemelwater dat op een verharding of op een andere constructie valt niet van het terrein worden afgevoerd naar een oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater, naar een regenwaterafvoerleiding in de straat of naar de openbare riolering, noch mag het van de verharding of de andere constructie afstromen naar een naburig terrein of naar het openbaar domein;

        Ondergrondse infiltratievoorzieningen zijn niet toegestaan;

        Een groendak wordt volledig meegeteld voor de berekening van de afwaterende oppervlakte, behalve indien de aanvrager bewijst dat de buffercapaciteit van het groendak groter of gelijk is aan 50 l/m². Dan telt het groendak mee voor 50 %;

        De aanvrager moet maximaal inzetten op het gebruik van hemelwater en dit aantonen op de plannen. Toiletten, wasmachines, buitenkranen, uitgietbakken moeten worden aangesloten op de hemelwaterputten.

Aanleg verhardingen

        Bij de aanleg van een waterdoorlatende verharding moet zowel de toplaag als de (onder)fundering voldoende waterdoorlatend zijn. De details van de opbouw van de waterdoorlatende verharding moeten worden toegevoegd. Er moet worden aangetoond dat elke laag van de verharding (zowel de fundering als de toplaag) even waterdoorlatend is dan de bodem door middel van principesnedes;

        Waterdoorlatende verhardingen mogen een maximale hellingsgraad hebben van 2 %. De hellingsgraad moet worden vermeld op de toekomstige inplantingsplannen. Indien dit niet mogelijk is, worden ze als niet-waterdoorlatend beschouwd;

        Om naast de verharding in de bodem te kunnen infiltreren:

        moet de oppervlakte van de onverharde zone naast de verharding waar het hemelwater in de bodem infiltreert, minstens 25 % bedragen van de oppervlakte van de verharding zelf;

        worden geen slikkers, noch afvoergoten voorzien (expliciet te vermelden op het bouwplan);

        wordt de verharding zo aangelegd dat het afstromend hemelwater in de onverharde zone naast de verharding terechtkomt (expliciet te vermelden op het bouwplan d.m.v. afstroomlijnen);

        zijn borduren en keerwanden die verhinderen dat het hemelwater naar de onverharde zone kan afstromen, niet toegelaten;

        Het hemelwater dat op de verhardingen valt, mag niet rechtstreeks afstromen naar het openbaar domein of naburige percelen;

        Afwatering van ondoorlatende verharding moet altijd naar onverharde zones gebeuren. Ook waterdoorlatende verharding wordt hierbij beschouwd als een verharde zone.

BESLUIT

Artikel 1
De gemeenteraad stelt de gedeeltelijke vrijgave van het woonreservegebied voor het perceel, Hasseltbergstraat 19, kadastraal gekend als afdeling 1 sectie F nummer 46S, definitief vast.

Artikel 2
De voorwaarden voor een ruimtelijke kwalitatieve ontwikkeling van het vrijgegeven gebied worden als bijlage gevoegd bij dit besluit.

Artikel 3
Een afschrift van deze beslissing met bijlagen worden:

        opgeladen in het DSI-platform van de Vlaamse overheid

        overgemaakt aan de aanvrager.

Met 16 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 7 onthoudingen (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Goedkeuring van addendum aan het kerkenbeleidsplan

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeenteraad heeft in zitting van 18 november 2025 het kerkenbeleidsplan goedgekeurd

Het aartsbisdom verbindt zich ertoe dit kerkenbeleidsplan uiterlijk op 24 december 2025 goed te keuren onder de volgende voorwaarden:

  1. De kerken van Sint-Martinus Meise en Sint-Brixius blijven in dit kerkenbeleidsplan bestemd als gebouw voor de eredienst, met mogelijkheid tot valorisatie.
  2. Voor de kerk Sint-Laurentius Wolvertem kunnen mogelijke herbestemmingen onderzocht worden. Indien er een in alle aspecten gefundeerd voorstel van herbestemming uitgewerkt wordt, dan kan dit voorgelegd worden aan de aartsbisschop van Mechelen-Brussel, voor goedkeuring.
  3. De andere kerken en kapellen blijven in dit kerkenbeleidsplan bestemd als gebouw voor de eredienst, met mogelijkheid tot nevenbestemming.
  4. Beide partijen verbinden zich ertoe om gesprekken te beginnen, met het oog op het uitklaren van het eigendomsrecht van de betrokken kerken en kapellen, en de bijhorende pastorieën, met de intentie hierover tegen uiterlijk 31 december 2026 een dading af te sluiten, waarbij alle eigendomsrechten definitief vastgesteld worden.

Juridische gronden
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten en latere wijzigingen.

Advies/argumentatie
Gunstig advies.

Financiële gevolgen
Geen directe financiële gevolgen.

BESLUIT

Artikel 1
Het addendum aan het kerkenbeleidsplan goed te keuren.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het belastingreglement leegstand en tweede verblijven

MOTIVERING

Feiten en context
Op basis van de artikelen 2.9 tot en met artikel 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen en het gemeentelijk reglement opname leegstandregister woningen/gebouwen en tweede verblijven, houdt de gemeente een register van leegstaande woningen en gebouwen bij.

Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. De leegstandsbelasting dient als instrument om leegstand en verloedering tegen te gaan en opwaardering van de buurt te stimuleren. De strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen zal immers een groter effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

Daarom stelde de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019 een belastingreglement op de leegstaande woningen vast. Dit reglement werd reeds een aantal malen gewijzigd, de laatste maal op 19 september 2022.

De opname van een pand in het leegstandsregister of het register van tweede verblijven gebeurt op basis van een afzonderlijk reglement, dat vastgesteld werd door de gemeenteraad in zitting van 17 juni 2025.

De gemeentelijke belastingreglementen dienen te worden vernieuwd.

Juridische gronden
Artikel 170 § 4 van de Grondwet.

Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, met latere wijzigingen, en meer specifiek de artikelen 40 en  41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Boek 2, Deel 2, Titel 3, artikels 2.9 - 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid.

Besluit van de gemeenteraad van 16 september 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel KLM”.

Besluit van de gemeenteraad van 18 november 2019 houdende de vaststelling van het belastingreglement op tweede verblijven 2020-2025.

Besluit van de gemeenteraad van 19 september 2022 houdende de vaststelling van het belastingreglement leegstandsheffing.

Besluit van de gemeenteraad van 17 juni 2025 houdende de vaststelling van het reglement opname leegstandsregister woningen/gebouwen en tweede verblijven.

Advies/argumentatie

Om tegemoet te komen aan de actuele noden en het beleid van de gemeente, werd reeds een wijziging van het gemeentelijk reglement aangenomen waarin de indicaties van leegstand en tweede verblijven en de procedure tot vaststelling van de leegstand/ tweede verblijven werden vastgesteld. Naar analogie met deze wijzigingen wordt met huidige beslissing voorgesteld om de te vernieuwen belastingreglementen ook aan te passen. Gemeenten beschikken over fiscale autonomie om deze verblijven te registreren en te belasten. Er worden ten aanzien van de vorige reglementen een aantal vrijstellingen aangepast.

Aangezien de gemeenteraad op 17 juni 2025 één reglement inzake opname in het leegstandsregister en het register van tweede verblijven heeft goedgekeurd, is het aangewezen om ook de belastingreglementen te integreren in één gezamenlijk reglement.

Langdurige leegstand is vaak de voorbode van verwaarlozing en verkrotting, en soms zelfs van de verloedering van een straat of buurt.

Langdurige leegstand kan, zeker in buurten waar veel leegstand voorkomt, het onveiligheidsgevoel doen toenemen. Bewoonde woningen en gebruikte gebouwen zorgen voor een levendigere omgeving, voor meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.

Leegstaande woningen en gebouwen zijn makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.

Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijkertijd is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede betaalbare woning geraakt. Gezien de hoge woningvraag in de gemeente dient leegstand dan ook vermeden te worden en dient het woningaanbod zo veel mogelijk gestimuleerd te worden.

Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich meebrengt.

Leegstaande woningen en gebouwen verhogen het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.

Leegstand vormt één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of stadskern en omliggende straten. Het beïnvloedt op negatieve wijze de aantrekkelijkheid van een gemeente doordat een desolate indruk wordt gecreëerd. De aantrekkingskracht van een gemeente wordt mede bepaald door het pakket aan voorzieningen inzake detailhandel en horeca, alsook de kwaliteit ervan.

De leegstand bij woningen wordt aldus ook sterk bepaald door dit (kwalitatief) aanbod aan detailhandel, horeca en andere activiteiten uitgeoefend in de gebouwen.

De leegstand van gebouwen kan aldus een sneeuwbaleffect teweegbrengen, vooreerst bij de aantrekkelijkheid van de winkelgebieden en aldaar een toename van de leegstand, en aldus bij de aantrekkelijkheid van de gemeente in het algemeen, die dan weer een toename creëert van de leegstand bij de woningen. Zodoende hebben leegstaande gebouwen een grotere negatieve impact op de aantrekkelijkheid van de gemeente dan leegstaande woningen en is het verantwoord om voor leegstaande gebouwen een hoger belastingtarief te hanteren dan voor woningen.
Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet  voorkomen en bestreden worden omdat leegstaande woningen en gebouwen leiden tot meer opdrachten voor de gemeenten.

Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt omdat leegstand leidt tot verloedering wat extra taken met zich meebrengt voor de gemeente.

In het algemeen sluiten de vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf. De vrijstellingen die in het reglement zijn opgenomen spelen in op (onvoorziene) situaties en sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Ze zijn verantwoord aangezien ze objectief, controleerbaar en tijdelijk zijn. Ze houden rekening met redelijke uitzonderingssituaties waarin het opleggen van een belasting niet proportioneel zou zijn.

Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de leegstand kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij verblijf in een psychiatrische instelling of ouderenvoorziening, bij beperking van de handelingsbekwaamheid, bij allerlei vormen van onteigening, beschadiging door plotse ramp, verzegeling.

Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de leegstand: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, bij de uitvoering van al dan niet vergunningplichtige werken, de verkrijging van meerdere woningen met het oog op gelijktijdige sloop, verbouwing of renovatie. Bij sociale woningen dienen de betrokken eigenaars vaak te wachten op subsidies of totdat alle woningen van een project tegelijkertijd kunnen worden gerenoveerd. Bovendien zou het niet redelijk zijn dat de gemeente zichzelf of haar eigen OCMW zou gaan belasten.

Ten aanzien van de vorige reglementen, worden de tarieven aangepast: na een vergelijking van de gehanteerde bedragen in omliggende gemeenten wordt de belasting op leegstaande woningen wat verlaagd en wordt de heffing voor tweede verblijven verhoogd.

Ook tweede verblijven, woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt, kunnen een impact hebben op de lokale woonmarkt. Daarom worden deze verblijven ook onderworpen aan een belasting: deze belasting ligt iets hoger dan in het verleden omwille van het feit dat het houden van een tweede verblijf een vaak bewustere keuze is van de houder en om te vermijden dat er, niettegenstaande de duidelijke regels voor de opname in het ene of andere register, getracht wordt via het tweede verblijf een omzeiling te doen van de opname als /belasting op leegstaande woning.

Financiële gevolgen
De jaarlijkse opbrengst voor de belasting op leegstaande woningen en gebouwen wordt voor 2026 geraamd op 150.000€ en wordt voor de volgende jaren geïndexeerd. Dit is opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 onder AR 73740000/00200.

De jaarlijkse opbrengst voor de belasting op tweede verblijven wordt voor 2026 geraamd op 75.000€  en wordt voor de volgende jaren geïndexeerd. Dit is opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 onder AR 73770000/00200.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/73740000/0200

Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

 

€ 150 000,00

€ 150,000,00

GE/2026/73770000/0200

Belasting op tweede verblijven

 

€ 75 000,00

€ 75 000,00

BESLUIT

Artikel 1
Het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen en tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026-2031, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Alle voorafgaande belastingreglementen op leegstaande woningen en gebouwen en tweede verblijven, worden opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 stemmen tegen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Aankoop voertuigen uitvoerende diensten 2025 - 2025457 - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze

MOTIVERING

Feiten en context
In het kader van de opdracht “Aankoop voertuigen uitvoerende diensten 2025” werd een bestek met nr. 2025457 opgesteld door de Uitvoerende Diensten.

Deze opdracht is opgedeeld in volgende percelen:
* Perceel 1 (Bedrijfswagen), raming: € 70 500,00 excl. btw of € 85 305,00 incl. 21% btw;
* Perceel 2 (Lichte vrachtwagen voor OCMW), raming: € 35 500,00 excl. btw of € 42 955,00 incl. 21% btw;
* Perceel 3 (Gesloten lichte vrachtwagen), raming: € 47 500,00 excl. btw of € 57 475,00 incl. 21% btw.

De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 153 500,00 excl. btw of € 185 735,00 incl. 21% btw.

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

Juridische gronden
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Advies/argumentatie
Na inventarisatie van het huidig wagenpark wordt door de uitvoerende diensten voorgesteld om volgende voertuigen aan te kopen als vervanging/aanvulling:

        2 bedrijfswagens voor de ploegbazen. Momenteel zijn er reeds twee bedrijfswagens voor de ploegbazen aanwezig voor hun controletaken en aansturing van de ploegen. Gezien er vier ploegen zijn, ontbreken we hier twee voertuigen. Tegelijkertijd zou de terreinwagen Toyota Hilux met bouwjaar 2006 uit dienst worden genomen.

        Vervanging van de lichte vrachtwagen Opel Movano, bouwjaar 2016 van het OCMW. Dit voertuig zou vervangen worden door een kleinere lichte vrachtwagen.

        Vervanging van de lichte vrachtwagen Renault Traffic, bouwjaar 2010, van de loodgieter door een gelijkaardig type.

De nieuwe voertuigen zouden allen elektrische voertuigen worden.

Financiële gevolgen
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2025, op budgetcode 24200000/02000-INVESTERING-U.

De uitgave is voorzien in het budget. 

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2025/24200000/02000/(BV 01196) Centrale sleutel aankoop voertuigen uitvoerende diensten (incl milieu) - Investeringsproject

 

€ 597 783,36

€ 201 219,30(12/11/2025)

BESLUIT

Artikel 1
Het bestek met nr. 2025457 en de raming voor de opdracht “Aankoop voertuigen uitvoerende diensten 2025”, opgesteld door de Uitvoerende Diensten, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 153 500,00 excl. btw of € 185 735,00 incl. 21% btw.

Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

Artikel 3
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

Artikel 4
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2025, op budgetcode 24200000/02000-INVESTERING-U.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het huishoudelijk reglement jeugdraad

MOTIVERING

Feiten en context
Het huishoudelijk reglement jeugdraad Meise dat werd vastgesteld in de gemeenteraadszitting van 21 oktober 2019 is toe aan vernieuwing.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 304 §3 en §5 betreffende adviesraden.

De gemeenteraadsbeslissing van 21 oktober 2019 houdende de vaststelling van het huishoudelijk reglement jeugdraad Meise.

Advies/argumentatie
Voor de jeugdraad van Meise werd een nieuw huishoudelijk reglement opgesteld. Het reglement werd daarbij vereenvoudigd om de regels duidelijker en toegankelijker te maken. Daarnaast werden verschillende formuleringen aangepast zodat ze eenvoudiger te begrijpen zijn en beter aansluiten bij de praktijk.

De jeugdraad gaf op 17 november 2025 advies dat als bijlage werd gekoppeld.

Financiële gevolgen
Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Artikel 1
Het huishoudelijk reglement jeugdraad Meise, zoals toegevoegd in bijlage, wordt vastgesteld.

Artikel 2
Het huishoudelijk reglement jeugdraad Meise wordt bekendgemaakt en treedt in voege overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt gemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het huishoudelijk reglement van de Jeugdraad van Meise, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 21 oktober 2019, gepubliceerd op de website op 29 oktober 2019 wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het toelagereglement ter ondersteuning van topsporters

MOTIVERING

Feiten en context
Lokaal bestuur Meise heeft de voorgaande jaren reeds tweemaal een topsportsubsidie uitgereikt, dit echter zonder reglement. Er is nood aan een duidelijk reglement zodat de sportdienst hierover kan communiceren en dit kan toepassen bij de uitreiking van de subsidies.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De collegebeslissing van 11 oktober 2021 houdende goedkeuring van de aanvraag subsidie voor een individuele topsporter .

De gemeenteraadsbeslissing van 15 november 2021 houdende goedkeuring van de aanvraag subsidie voor een individuele topsporter .

De collegebeslissing van 6 mei 2024 houdende goedkeuring van de aanvraag topsportsubsidie.

De gemeenteraadsbeslissing van 27 mei 2024 houdende goedkeuring van de aanvraag van een topsportsubsidie.

De collegebeslissing van 15 september 2025 houdende de vaststelling van het topsportreglement.

Advies/argumentatie
Er is momenteel geen reglement voor topsporters. Er kwamen tot op heden enkel aanvragen binnen van één topsporter, met de onterechte kritiek dat anderen geen subsidies kregen. Dit is echter enkel te wijten aan het uitblijven van spontane andere aanvragen van eventuele andere atleten.

Beide aanvragen werden positief geadviseerd vanuit de sportraad, maar ook daar was de opmerking om dit openbaar te maken via een reglement (cfr. advies van de sportraad d.d. 7 mei 2024):

De raad vindt het positief dat de gemeente topsporters ondersteunt, net zoals de verenigingen ondersteund worden.

De raad meent wel dat – zoals voorgesteld - het toekennen van de subsidie gekoppeld moet worden aan een ambassadeursfunctie op bovenlokaal en lokaal vlak. Bovenlokaal doordat deze sporter de gemeente uitstraling geeft buiten de gemeentegrenzen. Lokaal door op evenementen en aan verenigingen en inwoners bepaalde inspiratie, informatie en motivatie te bezorgen door diverse acties of aanwezigheden, bvb ook op de Algemene Vergadering van de Sportraad. De raad wil wel in de toekomst met de volgende legislatuur, net zoals voor de verengingen, een subsidiereglement uitwerken om de aanvragen hiervoor gelijkwaardig en rechtvaardig te behandelen.

Met de vaststelling van een topsportreglement en een duidelijke communicatie hierover wil de gemeente lokale topsporters actief informeren over deze mogelijkheid. Zo krijgen zij de kans om ondersteuning aan te vragen, terwijl hun inzet tegelijk een meerwaarde kan betekenen voor het sportleven in onze gemeente.

 

Er werd hiervoor reeds een extra budget voorzien van € 10.000 op de budgetsleutel 64900000/07400 (algemene werkingssubsidies) en de sportdienst wenst dit bedrag te behouden voor de komende jaren.

Het college heeft in zitting van 15 september 2025 het voorstel van topsportreglement goedgekeurd mits de sportraad zijn advies zou uitbrengen over het maximumbedrag en de doelgroep.

De sportraad heeft in zitting van 16 september 2025 voorgesteld om een maximumbedrag van              € 3.000,00 per jaar per atleet te voorzien en de doelgroep te beperken tot topsporters die in Meise gedomicilieerd zijn.

Het college wenst volgende bepalingen aan het reglement toe te voegen:

        Indien de sporttak op teamniveau bij een erkende vereniging uit Meise wordt beoefend, kan de ondersteuning enkel toegekend worden aan het team en niet individueel;

        Niet onder een contract liggen dat een voltijdse sportbeoefening op topniveau kan verlonen, maar kunnen aantonen dat de ondersteuning nodig is ten opzichte van de totale inkomsten en uitgaven voor het beoefenen van deze sport;

Financiële gevolgen
Het krediet is voorzien in het budget 2025.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2025/64900000/07400
Algemene werkingssubsidies - Algemene en impulssubsidies aan sportverenigingen

/ 

€ 59.250,00

€ 55.821,54 (21/10/2025)


Er wordt bij de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031 krediet voorzien op budgetsleutel GE/64900000/07400 ten belope van 361.500,00 euro. Van het jaarlijks aangevraagde bedrag van 60.250,00 euro wordt er steeds 10.000,00 euro gereserveerd voor het toekennen van topsportsubsidies.

Budgetsleutel

Actie

Aangevraagd budget

Beschikbaar budget

GE/2026-2031/64900000/07400
Algemene werkingssubsidies - Algemene en impulssubsidies aan sportverenigingen

/

€ 60.250,00 (jaarlijks)

€ 60 250,00 (21/10/2025)

BESLUIT

Artikel 1
Het toelagereglement ter ondersteuning van topsporters, zoals toegevoegd in bijlage, vast te stellen.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt en treedt in voege overeenkomstig artikelen 285 tot en met 288 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement zwembad De Wauwer

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeenteraad stelde op 16 december 2019 het retributiereglement voor het zwembad De Wauwer vast. Dit werd gewijzigd in de gemeenteraadszittingen van 20 april 2020 inzake COVID-19 en 24 juni 2024.

Per legislatuur dient de gemeenteraad de belasting- en retributiereglementen vast te stellen.

Juridische gronden
Artikel 173 van de Belgische grondwet.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het retributiereglement voor het zwembad De Wauwer, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 16 december 2019, gewijzigd door de beslissingen van de gemeenteraad van 20 april 2020 inzake COVID-19 en 24 juni 2024 en gepubliceerd op de website op 1 juli 2024.

Het reglement betreffende het gebruik van gemeentelijk zwembad ‘De Wauwer’ te Meise, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 21 juni 2021, gepubliceerd op de website op 29 juni 2021.

Advies/argumentatie
Volgende wijzigingen aan het retributiereglement voor het zwembad De Wauwer worden voorgesteld:
- De opmaak van het retributiereglement wordt aangepast;
- De tarieven voor publiek- en schoolzwemmen worden gewijzigd;
- Er worden tarieftypes geschrapt;
- Er wordt een tarief toegevoegd voor verlies van sleutel van een locker;
- Er wordt voorzien dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd.

Financiële gevolgen
Er wordt bij de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031 krediet voorzien op budgetsleutel 7007100/07420 ten belope van 615.201,51,00 euro.

Budgetsleutel

Actie

Aangevraagd budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70071000/07420
GE/2027/70071000/07420
GE/2028/70071000/07420
GE/2029/70071000/07420
GE/2030/70071000/07420
GE/2031/70071000/07420

Toegangsgelden zwembad (publiek en school)

/
/
/
/
/
/

€ 100.000,00
€ 101.000,00
€ 102.010,00
€ 103.030,00
€ 104.060,00
€ 105.101,01

€ 0,00 (23/10/2025)
€ 0,00 (23/10/2025)
€ 0,00 (23/10/2025)
€ 0,00 (23/10/2025)
€ 0,00 (23/10/2025)
€ 0,00 (23/10/2025)

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement zwembad De Wauwer zoals toegevoegd in bijlage, vast te stellen.

Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het lokaal decreet.

Artikel 3
Dit reglement treedt in voege op 1 maart 2026, uitgezonderd de tarieven vermeld onder artikel 3.2. (schoolzwemmen), die van toepassing zijn vanaf 1 september 2026.

Artikel 4
Het retributiereglement voor het zwembad De Wauwer, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 16 december 2019, gewijzigd door de beslissingen van de gemeenteraad van 20 april 2020 inzake COVID-19 en 24 juni 2024 en gepubliceerd op de website op 1 juli 2024 wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Gebruikersovereenkomst tennis: uitstel betalingen

MOTIVERING

Feiten en context
De voorzitter van TC De Nekker meldt per mail op 7 juli 2025 dat hij bezwaar neerlegt tegen de laatste facturen vanuit het lokaal bestuur gericht aan zijn club. Dit gelet de niet-naleving van het huurcontract en het onevenwicht in gemaakte kosten/baten voor de tennisinfrastructuur.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De huurovereenkomst tennisaccommodatie De Nekker afgesloten tussen vzw sport en recreatie Meise en Tennisclub De Nekker van 31 maart 2000.

De wijziging van deze huurovereenkomst van 14 november 2005.

De overeenkomst tussen vzw sport en recreatie Meise en Tennisclub De Nekker betreffende de aankoop van 4 units als cafetaria en sanitaire ruimte voor TC De Nekker van 30 mei 2006.

De collegebeslissing van 17 maart 2025 houdende de gebruikersovereenkomst TC De Nekker.

Advies/argumentatie
In de collegebeslissing van 17 maart 2025 werd reeds goedgekeurd om de gebruikersovereenkomst van TC De Nekker te herzien en alvast de huurprijs te halveren en de mogelijkheid tot plaatsing van padelterreinen en de uitbreiding van de clubwerking te onderzoeken.

De tennisclub heeft de openstaande factuur van 2024 betaald, maar kreeg voor het jaar 2025 nog een volledige factuur en geen gehalveerde zoals hierboven vermeld en kreeg nadien in 2025 nog laattijdig een openstaande factuur van 2023 bezorgd. Daarnaast zijn er ook nog wat kleinere openstaande bedragen voor indexering en een aanmaningskost.

De voorzitter van de TC De Nekker nam dan contact op met het gemeentebestuur met de melding dat hij geen betalingen meer wil doen aan de gemeente zolang er geen nieuwe gebruiksovereenkomst werd opgemaakt. Hij bezorgde hiervoor argumentatie alsook een overzicht van zijn betalingen aan de gemeente en de exploitatiekost van de gemeente voor onderhoud van de terreinen.

De sportdienst begrijpt de mening van de tennisclub, stipulaties in het nog steeds geldende contract worden inderdaad niet nageleefd door de gemeente. Daarnaast zijn de kosten/baten voor deze tennisclub tegenover investeringen/exploitatie vanuit de gemeente niet evenwaardig met andere sportinfrastructuren- of verenigingen op ons grondgebied.

Het snel uitwerken van een nieuwe gebruikersovereenkomst was in het najaar van 2025 niet aan de orde, aangezien er onzekerheid is over de toekomst van de Nekker en dit mogelijks pas richting krijgt bij de goedkeuring van de meerjarenplanning.

De sportdienst argumenteert daarom positief om de tennisclub uitstel van betaling te geven tot de opmaak van een nieuwe overeenkomst.

Na goedkeuring van de meerjarenplanning en meer duidelijkheid over de toekomstige invulling van de site kan er in 2026 werk worden gemaakt van een nieuwe overeenkomst.

Financiële gevolgen
Het krediet is voorzien in het budget 2025.

Het uitblijven van betaling van de openstaande facturen resulteert in een minderopbrengst op onderstaande budgetsleutel:

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2025/70530000/07420
Verhuringen andere sportinfrastructuur (voetbal, tennis, LRV, frituur, visclub)

 

€ 142.460,00

€ 120.381,94 (18/11/25)

BESLUIT

Enig artikel
Uitstel van betaling te geven aan TC De Nekker voor de facturen ten belope van € 12.371,17 tot de goedkeuring van een nieuwe gebruikersovereenkomst.

Met 16 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Thomas Goethals, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 onthoudingen (Roel Anciaux, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Wijziging van het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise

MOTIVERING

Feiten en context
Het gebruikersreglement regiobib Noordrand werd door de deelnemende bibliotheken regiobib Noordrand aangepast gezien 2 tarieven aan herziening toe waren. Deze tarieven worden vastgelegd voor deze legislatuur en tevens opgenomen in het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise.

De tarieven voor de kopies en prints werden besproken door de adviesraad van de bibliotheek.

Het tarief 'aanvragen van werken uit een universiteitsbibliotheek, wetenschappelijke bibliotheek of documentatiecentrum' wordt vanaf 2026 door CultuurConnect elk jaar geïndexeerd.

De dienst financiën heeft het retributiereglement gecontroleerd om dit conform te maken met de andere reglementen binnen het lokaal bestuur. Er werden aanpassingen voorgesteld.

Juridische gronden
Artikel 173 van de Belgische grondwet.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het besluit van de gemeenteraad van 17 januari 2022 houdende de vaststelling van de definitie van het begrip 'dagelijks bestuur' en bevoegdheidsbepaling voor daden van beheer, daden van beschikking, het aangaan van leningen en goedkeuring van interne kredietaanpassingen’.

Het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise, vastgesteld door de gemeenteraadszitting van 18 maart 2025 en gepubliceerd op de website op 24 maart 2025.

Het gebruikersreglement regiobib Noordrand, vastgesteld door de gemeenteraadszitting van 18 maart 2025 en gepubliceerd op de website op 24 maart 2025.

Advies/argumentatie
Onderstaande wijzigingen aan het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise worden voorgesteld:

        De tarieven voor kopie en prints, aanvragen van materialen uit een andere openbare bibliotheek buiten de regiobib Noordrand en het versturen van een brief via de post worden gewijzigd;

        Er wordt voorzien dat het tarief voor aanvragen van werken uit een universiteitsbibliotheek, wetenschappelijke bibliotheek of documentatiecentrum vanaf 2026 elk jaar wordt geïndexeerd;

        De nieuwe budgetsleutel wordt toegevoegd;

        Artikels worden toegevoegd om conform te zijn met andere reglementen binnen het lokaal bestuur;

De wijzigingen aan het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise werden voorgelegd aan de adviesraad van de bibliotheek op maandag 24 november 2025 en door hen gunstig geadviseerd.

Financiële gevolgen
Het krediet wordt voorzien bij de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031. 

Budgetsleutel

Actie

Aangevraagd budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70081000/07030
Retributieopbrengsten bibliotheekdiensten

/

€ 14.000,00

€ 00,00 (21/11/2025)

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 18 maart 2025, wordt gewijzigd zoals aangeduid in de bijgevoegde bijlage 'rood-groenversie', waarbij de rode en doorhaalde tekst geschrapt wordt en de groene tekst toegevoegd wordt.

Artikel 2
Het gecoördineerde retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise treedt in voege op 1 januari 2026.

Artikel 4
Het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 18 maart 2025, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 21 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Wijziging van het gebruikersreglement regiobib Noordrand

MOTIVERING

Feiten en context
'Deel 1: Algemene bepalingen' van het gebruikersreglement regiobib Noordrand werd door de deelnemende bibliotheken regiobib Noordrand aangepast zodat artikels verduidelijkt worden naar de leners toe en minder voor interpretatie vatbaar zijn. Daarnaast werden 2 tarieven herzien.
Deze tarieven worden vastgelegd voor deze legislatuur en tevens opgenomen in het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise. Eén van deze tarieven 'een aanvraag uit andere bibliotheken' wordt mee opgenomen in het kansentarief UiTPAS.

Het tarief 'aanvragen van werken uit een universiteitsbibliotheek, wetenschappelijke bibliotheek of documentatiecentrum' wordt vanaf 2026 door CultuurConnect elk jaar geïndexeerd.

Juridische gronden
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het besluit van de gemeenteraad van 17 januari 2022 houdende de vaststelling van de definitie van het begrip 'dagelijks bestuur' en bevoegdheidsbepaling voor daden van beheer, daden van beschikking, het aangaan van leningen en goedkeuring van interne kredietaanpassingen’.

Het retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek Meise, vastgesteld door de gemeenteraadszitting van 18 maart 2025 en gepubliceerd op de website op 24 maart 2025.

Het gebruikersreglement regiobib Noordrand, vastgesteld door de gemeenteraadszitting van 18 maart 2025 en gepubliceerd op de website op 24 maart 2025.

Advies/argumentatie
Onderstaande wijzigingen aan het gebruikersreglement regiobib Noordrand worden aangebracht:

        'Artikel 10 - Leentermijn en verlengen' en 'artikel 18 - Aanvragen uit andere bibliotheken' waren onderhevig aan interpretaties door de leners. Er wordt verduidelijkt dat vanaf de dag van de verlenging de lener eenmalig 4 weken extra leentermijn krijgt.

        'Artikel 16 - Financieel dossier' wordt samengevoegd met 'artikel 17 - Blokkering lidmaatschap' waardoor ook de nummeringen van de andere artikels aangepast wordt. Het overige uit het artikel 'financieel dossier' wordt overgeheveld naar het tweede deel met de bepalingen specifiek voor bibliotheek Meise.

        'Artikel 22 - UiTPAS met kansentarief' wordt aangevuld met een bepaling over aanvragen uit een andere bibliotheek.

        De tarieven werden in de desbetreffende artikels aangepast.

Financiële gevolgen
Het krediet wordt voorzien bij de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031. 

Budgetsleutel

Actie

Aangevraagd budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70081000/07030
Retributieopbrengsten bibliotheekdiensten

/

€ 14.000,00

€ 0,00 (21/11/2025)

BESLUIT

Artikel 1
Het gebruikersreglement regiobib Noordrand, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 18 maart 2025, wordt gewijzigd zoals aangeduid in de bijgevoegde 'rood-groenversie', waarbij de rode en doorgehaalde tekst geschrapt wordt en de groene tekst toegevoegd wordt.

Artikel 2
Het gecoördineerde gebruikersreglement regiobib Noordrand wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 3
Het gebruikersreglement regiobib Noordrand treedt in voege op 1 januari 2026.

Artikel 4
Het gebruikersreglement regiobib Noordrand, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 18 maart 2025 wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Convenant toeristische werking 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
Van 2020 tot 2025 had de gemeente een convenant met vzw Toerisme Vlaams-Brabant over de toeristische werking in de regio Groene Gordel. Door de integratie van de toeristische werking binnen Toerisme Vlaams-Brabant vzw en de nauwere samenwerking met de gemeenten, werd met de afgelopen convenanten een nieuwe stap gezet in de toeristische ontwikkeling van de Groene Gordel.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Advies/argumentatie
Om in de periode 2026-2031 verder te bouwen op de resultaten van de voorbije jaren, is het nodig om het convenant met vzw Toerisme Vlaams-Brabant opnieuw te ondertekenen.

Aan elke deelnemende gemeente wordt een bijdrage van € 0,35 per inwoner gevraagd, berekend op basis van het inwonersaantal van januari 2024. Voor Meise komt dit neer op € 7.104,70 voor 2026, te indexeren met 2% vanaf 2027.

Met deze middelen zet het Toeristisch Overlegplatform (TOP) Groene Gordel in op langetermijnengagementen en een jaarlijks programma. Vanaf 2026 worden de thema’s op een nieuwe manier uitgewerkt: men werkt met vier bouwstenen binnen de acht sprekende landschappen, waaronder ook de Brabantse Kouters, waarin Meise valt.

Het basispakket voor de gemeente omvat onder meer:

        gratis distributie van toeristische en verkopende publicaties,

        korting als wederverkoper op betalende publicaties,

        ondersteuning bij bovenlokale toeristische productontwikkeling.

Het regiobudget wordt gebruikt voor regiowerking toerisme en voor thematische of clustergerichte projecten.
Specifiek voor de gemeenten binnen de Brabantse Kouters wordt een verbindend toeristisch hefboomproject uitgewerkt onder de voorlopige titel “Tussen grijs en groen”.

Om dit project verder vorm te geven, vond er een gebiedsoverleg plaats met alle betrokken gemeentelijke toerismeambtenaren, schepenen van toerisme en gedeputeerde Tom Dehaene. Dit overleg ging door op vrijdag 7 november 2025 om 14u in het administratief centrum van Meise.

Financiële gevolgen
Er wordt bij de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031 krediet voorzien op budgetsleutel GE/64990000/05200 - toerisme - gemeentelijke bijdrage.

De financieel directeur verleende op 3 november 2025 een visum met nummer 2025466. Dit visum is als bijlage toegevoegd.

Budgetsleutel

Actie

Benodigd budget

Aangevraagd budget

GE/2026/64990000/05200
GE/2027/64990000/05200
GE/2028/64990000/05200
GE/2029/64990000/05200
GE/2030/64990000/05200
GE/2031/64990000/05200

 

€ 7.104,70
€ 7.246,02
€ 7.391,73
€ 7.539,56
€ 7.690,36
€ 7.844,16

€ 10.160,80
€ 11.321,60
€ 11.466,53
€ 11.614,36
€ 11.765,16
€ 11.918,96

BESLUIT

Artikel 1
Het convenant betreffende de toeristische werking in de regio Groene Gordel 2026-2031 af te sluiten.

Artikel 2
De voorzitter van de gemeenteraad en algemeen directeur worden gelast met de ondertekening van het convenant.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Structureel partnerschap Straffe Streek 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
De gemeente Meise is lid van Straffe Streek, een netwerk van Vlaams-Brabantse producenten, verkooppunten, horecazaken, logies, belevingsinitiatieven en gemeenten. Het netwerk wil lokale streek- en hoeveproducten via de korte keten promoten en toegankelijk maken voor het brede publiek.

Voor dit betalend lidmaatschap biedt Straffe Streek in ruil ondersteuning op verschillende vlakken: promotie, acties en evenementen, professionalisering, logistiek netwerk, verkoopstimulering, online zichtbaarheid, netwerking en belangenbehartiging van de leden.

Vanaf 2026 wil Streekproducten Vlaams-Brabant een nieuw partnerschap opstarten om “de kracht van lokaal” nog sterker in de verf te zetten. Daarbij wordt extra ingezet op lokale economie, meer zichtbaarheid, een duidelijke publiekswerking en ontzorging van de gemeenten.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van het college.

Advies/argumentatie
De gemeente Meise wil lokale handelaars en hun streekproducten nog meer in de kijker zetten. Daarbij is het doel om handelaars, logies en horecazaken beter te laten samenwerken, zodat deze producten aangeboden worden aan het brede publiek.

Straffe Streek speelt hierin een belangrijke rol en zet in op vier pijlers:

        Promotie met slagkracht

        Netwerk en kennisdeling

        Ondersteuning van beleid en initiatieven

        Optioneel: evenementen op maat.

Door een samenwerking tussen de diensten Toerisme en Lokale Economie met Streekproducten Vlaams-Brabant kunnen we de lokale producten én handelaars, logies en horecazaken beter ondersteunen. Zo dragen we samen bij aan een sterkere profilering van de gemeente Meise.

Financiële gevolgen
Er wordt bij de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031 krediet voorzien op budgetsleutel GE/05200/6499000.

De financieel directeur verleende op 3 november 2025 visum met nummer 2025467.

Het visum is als bijlage toegevoegd. 

Budgetsleutel

Actie

Benodigd budget

Aangevraagd budget op budgetsleutel 05200/64990000

GE/2026/05200/64990000
GE/2027/05200/64990000
GE/2028/05200/64990000
GE/2029/05200/64990000
GE/2030/05200/64990000
GE/2031/05200/64990000

 

€ 3.056,10
€ 4.074,80
€ 4.074,80
€ 4.074,80
€ 4.074,80
€ 4.074,80

€ 10.160,80
€ 11.320,82
€ 11.466,53
€ 11.614,36
€ 11.765,16
€ 11.918,96

BESLUIT

Enig artikel
Het structureel partnerschap Straffe Streek 2026-2031 af te sluiten.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst tussen Meise, Londerzeel en Kapelle-op-den-Bos omtrent de preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme, terrorisme en schadelijke polarisatie

MOTIVERING

Feiten en context
Eén op drie Vlaamse steden en gemeenten hebben minstens één geradicaliseerde persoon op hun grondgebied. Vlaanderen is van mening dat de gemeenten het dichtst bij de inwoner staat en dus daardoor bevoegd is om de regierol inzake radicalisering op zich te nemen.  De Vlaamse overheid kan gemeenten, indien zij een invulling geven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten voor de lokale regierol, financieel ondersteunen.

De 4 Vlaamse beleidsprioriteiten moeten in de meerjarenplanning worden opgenomen en gemarkeerd met de bijhorende rapporteringscodes:

  1. De gemeente voorkomt gewelddadige radicalisering en terrorisme via tijdige detectie en opvolging. => ABB-RADIC1.
  2. De gemeente werkt aan disengagement van geradicaliseerde burgers, o.a. personeel opleiden, netwerk opbouwen om te ondersteunen. => ABB-RADIC2.
  3. De gemeente voorkomt gewelddadige radicalisering door de bestrijding van schadelijke polarisatie in de samenleving. o.a. Polarisatiestrateeg in de gemeente, omstaanderstrainging, opleiding aan zorgverleners,… => ABB-RADIC3.
  4. De gemeente beschikt over een actieve LIVC R-werking. => ABB-RADIC4

De Vlaamse overheid wil samenwerking tussen gemeenten bij het uitoefenen van de lokale regierol stimuleren. Voor het beleid voor de preventie van gewelddadige radicalisering en schadelijke polarisatie kan in het bijzonder de samenwerking tussen gemeenten binnen eenzelfde lokale politiezone een beleidsvoordeel zijn.

Binnen een samenwerkingsverband kunnen de acties worden gespreid over de meerjarenplanningen van de deelnemende gemeenten, of in het uiterste geval worden opgenomen in het meerjarenplan van één enkele gemeente. Gezamenlijk coveren de betrokken gemeenten wel alle beleidsprioriteiten.

Een gemeente of samenwerking van gemeenten die voldoet aan de voorwaarden, en rekening houdend met het beschikbare krediet, ontvangt een jaarlijkse subsidie van 60.000 euro. De subsidies worden, binnen de perken van het jaarlijks goedgekeurde begrotingskrediet, principieel toegekend voor de hele periode van het meerjarenplan. Het eerste subsidiejaar gaat in op 1 januari 2026.

Een gemeente die subsidie ontvangt, voorziet in een jaarlijkse cofinanciering van 20%, of 12.000 euro met eigen budgetten.

Het lokaal bestuur van Londerzeel, Meise en Kapelle-op-den-Bos wensen samen deze samenwerking aan te gaan.  Gemeente Londerzeel zal optreden als penhouder en zal finaal de subsidieaanvraag indienen.  Gemeente Londerzeel neemt de 4 beleidsdomeinen op in haar meerjarenplanning. 

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen

Het decreet van 22 maart 2024 over het Vlaamse beleid voor de preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme, terrorisme en schadelijke polarisatie en het besluit van 3 mei 2024 dat er uitvoering aan geeft

Advies/argumentatie
Gunstig advies

Financiële gevolgen
Jaarlijks zal er 60.000 euro gesubsidieerd worden aan de deelnemende gemeenten.  De subsidiegelden zullen door de Vlaamse overheid worden gestort aan gemeente Londerzeel. Deze middelen worden ingezet voor de werking binnen de drie gemeenten. Daarnaast zal er een cofinanciering van 12.000 euro per werkjaar worden voorzien, waarvan 4.800 euro ten laste van Londerzeel, 4.800 euro ten laste van Meise en 2.400 euro ten laste van Kapelle-op-den-Bos. De facturatie van deze cofinanciering gebeurt op het einde van elk werkjaar door Londerzeel aan de andere gemeenten. Er dient jaarlijks effectief dus voor 72.000 euro kosten gemaakt te worden. Dit kan door loonkost en werkingskosten bij de uitvoering van de nog te bepalen acties. 

Het krediet werd voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031. 

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/64990000/09020 Samenwerkingsover. inzake preventie van radicalisering, extremisme en polarisatie

 

€ 4 800,00

€ 4 800,00 (25/5/25)

BESLUIT

Artikel 1
De samenwerkingsovereenkomst tussen Meise, Londerzeel en Kapelle-op-den-Bos met betrekking tot de gezamenlijke uitvoering van het Vlaamse beleid inzake preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme, terrorisme en schadelijke polarisatie, zoals toegevoegd in bijlage, wordt goedgekeurd.

Artikel 2
De vier, door Vlaanderen bepaalde, beleidsdoelstellingen worden opgenomen  in de meerjarenplanning. 

Artikel 3
Het budget nodig voor de 20% cofinanciering zal voorzien worden in de meerjarenplanning 2026-2031.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement op de begraafplaatsen

MOTIVERING

Feiten en context
Het verlenen van een concessie op de gemeentelijke begraafplaatsen hoeft niet kosteloos te zijn ingevolge het Decreet van 16 januari 2004.  Het is billijk een vergoeding te vagen voor het ter beschikking stellen van het openbaar domein voor begraving.  Deze tarieven worden vastgelegd in een retributiereglement.  Het lokaal bestuur wenst een aanpassing te doen aan het retributiereglement op de begraafplaatsen. Dit om verschillende redenen:

        Het huidige tariefreglement voor grafconcessies loopt af op 31 december 2025.

        Momenteel zijn er drie verschillende tariefreglementen lopende voor de begraafplaatsen; een tariefreglement voor grafconcessies, een retributiereglement voor het openen van een concessie en een tariefreglement voor een grafkelder en gedenksteen. Het is eenvoudiger om deze samen te voegen tot één reglement. 

        De stijging van prijzen voor goederen en diensten de voorbije jaren maakt het ook verantwoord de tarieven aan te passen. Er is geen indexering meer geweest sinds de vaststelling van het reglement in 2021.

        Er is nood aan een meer logische prijsindeling.  Hoe groter de ruimte die wordt ingenomen, hoe hoger de prijs van de concessie hoort te zijn.  Ook bij het ontruimen van de begraafplaats is de kost voor het weghalen van grote zerken en kelders veel hoger dan het leegmaken van nissen en weghalen van kleine afdekplaten. De verschillen tussen de soorten begravingen zijn op dit moment niet te vinden in de prijszetting.

        De gemeentelijke begraafplaatsen zijn in eerste instantie bestemd voor inwoners.  Voor niet-inwoners is het gerechtvaardigd een hogere retributie te vragen aangezien zij niet hebben bijgedragen tot de instandhouding en onderhoud van de begraafplaatsen door middel van gemeentelijke belastingen. Als Brusselse randgemeente ontvangt het bestuur ook aanvragen tot begraving van niet-inwoners die kiezen voor de intimiteit van een kleinere begraafplaats. Ook naburige gemeenten waar de kostprijs voor een concessie hoger ligt, of de termijnen lager, maakt dat aanvragen van niet-inwoners voor komen. Dit veroorzaakt ruimtelijke problemen. Het verschil tussen inwoners en niet-inwoners mag dus groter zijn om ontradend te werken.

        De concessietarieven worden momenteel aangeduid per perceel, ongeacht of hier één, twee of drie personen in worden begraven. Dit lijkt oneerlijk, zeker wanneer een derde persoon wordt bijgezet naar het einde van een concessie toe. Deze concessie wordt dan automatisch gratis met 20 jaar grafrust verlengd. Indien er maar één persoon in de concessie geplaatst wordt, gaan de nabestaanden in verhouding veel meer betalen dan een concessie die gebruikt wordt voor twee of drie personen.   Bij het aanrekenen van het concessietarief per persoon, wordt de kostprijs van de concessie meer gespreid. Men betaalt telkens bij een nieuw overlijden en niet de gehele kostprijs in één keer wat de financiële last van de nabestaanden kan verlichten. Familiale situaties kunnen met de tijd ook veranderen, dus ook wie er al dan niet in de concessie bij komt en of deze persoon al dan niet inwoner was.

Juridische gronden
Artikel 173 van de Grondwet;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 40, §3, 41, 279, 286 t.e.m. 288 en 326 e.v.;

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en latere wijzigingen, de diverse omzendbrieven en uitvoeringsbesluiten.

Algemeen reglement op de begraafplaatsen vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 20 februari 2018  en gewijzigd in gemeenteraadszittingen van 18 januari 2021 en 15 april 2024.

Het retributiereglement voor het openen van een concessie, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 18 november 2019.

Het tariefreglement voor grafconcessies, vastgesteld in gemeenteraadszitting van 20 april 2020, wijzigingen vastgesteld in gemeenteraadszittingen van 18 januari 2021 en 15 april 2024.

Het tariefreglement voor grafkelders en gedenkstenen, vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019.

Advies/argumentatie
Gunstig advies.

Financiële gevolgen
De kredieten voor 2026 zijn als volgt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/70020000/09900 Begraving, bijzetting, verstrooiing  -  voor de grafconcessies in volle grond, grafkelder, columbarium, bijzetting, asverstrooiing

GE/70021000/09900 Graftekens/ naamplaatjes / ster sterreweide

GE/70210001/09900 Verkoop van grafgoederen (biologisch afbreekbare urnen)

 

 

€ 92 000,00

 

€ 2 500,00

 

€ 800,00

€ 92 000,00

 

€ 2 500,00

 

€ 800,00

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement op de begraafplaatsen, zoals toegevoegd in bijlage, vast te stellen.

Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3

Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 4

Het retributiereglement voor het openen van een concessie zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 18 november 2019, het tariefreglement voor de grafconcessies zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 15 april 2024 en het tariefreglement voor de grafkelders en gedenkstenen zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019, worden opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement voor de procedure voornaamswijziging

MOTIVERING

Feiten en context

Vanaf 1 augustus 2018 werd de bevoegdheid van de minister van Justitie om een voornaamswijziging te doen, overgedragen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van elke gemeente.  De bevoegdheid om een familienaam te wijzigen, blijft wel bij de minister van Justitie.

De indiening van de aanvraag dient hierbij te gebeuren in de gemeente waarin men is ingeschreven (of, bij een verblijf in het buitenland, laatst was ingeschreven).

De ambtenaar van de burgerlijke stand is vanaf 1 augustus 2018 bevoegd voor het beoordelen en aanvaarden/weigeren van verzoeken tot voornaamswijziging.

De registratierechten die door het registratiekantoor van de FOD Financiën geïnd werden op de vergunningen tot verandering van voornamen zijn geschrapt. Het staat de gemeenteraad vrij een vast bedrag vast te stellen of gevallen van korting of vrijstellingen en betalingsmodaliteiten te regelen.

Aan transgenders mag maximaal slechts 10% gevraagd worden van het vastgelegde retributiebedrag.

Aanvragen tot voornaamswijziging voor vreemdelingen die de Belgische nationaliteit aanvragen en niet over een voornaam beschikken (art. 15, 3° lid WBN), dienen gratis te worden behandeld.

Juridische gronden

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

De Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht, wijzigt onder meer de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

De omzendbrief van 11 juli 2018 betreffende de wet van 18 juni 2018, houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, waarbij de bevoegdheid inzake verandering van voornamen wordt overgedragen aan de ambtenaren van de burgerlijke stand en de voorwaarden en de procedure ervan worden geregeld.

Artikel 170, §4 van de grondwet.

De beslissing van de gemeenteraad van 16 december 2019 houdende de vaststelling van het retributiereglement voor de procedure voornaamswijziging.

Advies/argumentatie

Positief advies. De financiële drempel moet zorgen voor een overwogen éénmalige beslissing om impulsieve reacties die een administratieve overlast bezorgen, te beperken.

De inning van het bedrag van de retributie bij het indienen van het verzoekschrift en niet naderhand, heeft een directe invloed op het aantal ingediende verzoeken en zijn van aard om een zekere lichtzinnigheid in hoofde van de verzoeker te vermijden.

Financiële gevolgen

De budgetsleutel voor de opbrengsten is voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/70000000/01301 

Retributieopbr. voor documenten burgerzaken (voornaamswijziging)

  /

 

    0,00

  € 0,00 

BESLUIT

Artikel 1

Het retributiereglement op de procedure voornaamswijziging, zoals toegevoegd in bijlage, vast te stellen.

Artikel 2

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. 

Artikel 3

Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 4

Het retributiereglement voor de procedure voornaamswijziging zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 16 december 2019 wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het reglement gratis huisvuilzakken

MOTIVERING

Feiten en context
In de gemeenteraad van 20 april 2020 werd een gemeentelijk reglement vastgesteld inzake het ter beschikking stellen van gratis huisvuilzakken en het toekennen van subsidies voor herbruikbare luiers.

Dit reglement loopt af op 31 december 2025.  Het is billijk en rechtvaardig om bepaalde categorieën van gezinnen (bij de geboorte van een kind of bij adoptie of om medische redenen) te blijven steunen om de druk van afvalkosten en het verplicht gebruik van huisvuilzakken te verlichten.  In het vorige reglement werd ook als alternatief een subsidie van 50,00 euro aangeboden na voorlegging van een aankoopbewijs van herbruikbare luiers voor ten minste 100,00 euro.  Van deze optie werd echter geen gebruik gemaakt.  Om die reden wordt deze optie niet meer aangeboden.  De restafvalzakken van 30 liter zijn door Incovo vervangen door zakken van 22,5 liter.  Onthaalouders zijn meer gebaat bij grote afvalzakken.  Voor hen werden deze gewijzigd naar 20 zakken van 45 liter.

Juridische gronden
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Het reglement gratis huisvuilzakken - subsidie herbruikbare luiers zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 20 april 2020 .

Advies/argumentatie
Gunstig advies.

Financiële gevolgen
De kredieten voor 2026 en volgende jaren zijn voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

GE/2026/64910000/09492
Algemene werkingssubsidies

 

€ 5 750,00

€ 5 750,00 (26/11/25)

BESLUIT

Artikel 1
Het reglement gratis huisvuilzakken, zoals toegevoegd in bijlage, vast te stellen.

Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3

Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur.

Artikel 4

Het reglement gratis huisvuilzakken - subsidie herbruikbare luiers zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 20 april 2020 wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit reglement.

Met 23 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roger Heyvaert, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.