Meise

Zitting van 16 12 2025

Van 19.30 uur tot 19.45

Aanwezig:

Ilse Spooren, voorzitter;

Gerda Van den Brande, burgemeester;

Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe en Diana Tierens, schepenen;

Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy, raadsleden;

Caroline De Ridder, algemeen directeur.

Verontschuldigd:

Roger Heyvaert, Jozef Emmerechts, Valère Lauwers, Frédéric Maes en Isabelle Van Den Brande, raadsleden;

 

 

 

Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Goedkeuring notulen

BESLUIT

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 november 2025 goed.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031

MOTIVERING

Feiten en context
Artikel 254 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen bepaalt dat in het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan dient te worden vastgesteld.

Het nieuwe meerjarenplan gaat van start in 2026 en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen, dus tot 2031. Als gevolg van de integratie van gemeente en OCMW Meise heeft het decreet over het lokaal bestuur ook bepaald dat gemeente en OCMW één meerjarenplan opstellen.

Het bestuur maakte een meerjarenplan op dat voldoet aan het regelgevend kader over de beleids- en beheerscyclus voor de lokale besturen (BBC). Die regelgeving bepaalt de samenstelling en de minimale inhoud van het meerjarenplan. Voor de opmaak van dit meerjarenplan 2026-2031 gelden er aangepaste regels, schema's en rekeningstelsels. Dit is het gevolg van twee uitvoeringsbesluiten over de BBC, die in 2023 zijn goedgekeurd om de lees- en bruikbaarheid van de beleidsrapporten voor gemeenteraadsleden te verbeteren.

De administratie maakte een ambtelijk memorandum dat diende als inspiratienota voor het bestuur.

Er werd door de mandatarissen een bestuursakkoord opgemaakt.

De omgevingsanalyse voor onze gemeente werd gefinaliseerd. Zowel de interne als de externe omgevingsanalyse werden als bijlage gevoegd. De bekomen resultaten zijn hierin terug te vinden.

Alvorens met de participatiemarkten van start te gaan, werkte het college in samenwerking met het managementteam, een aantal thema's/verschillende speerpunten uit.

Er werd participatie georganiseerd naar onze inwoners toe. Gedurende de maand april trokken de medewerkers van gemeente en OCMW Meise met vier participatiemarkten naar verschillende locaties in onze gemeente.

De thema’s die werden bevraagd tijdens de participatiemarkten, waren een vervolg en synergie op het bestuursakkoord, voorgedragen door het bestuur, en het ambtelijk memorandum, voorgedragen door de administratie.

Onderstaande thema’s vormden de speerpunten van de participatiemarkt.

Speerpunt 1: Vlot onderweg in een veilige buurt

Speerpunt 2: Een groene en nette/aangename omgeving

Speerpunt 3: Een bloeiende lokale economie

Speerpunt 4: Een bruisende gemeente

Speerpunt 5: Zorgen voor iedereen

Speerpunt 6: Financieel gezond, klantgericht en efficiënt

Het doel van de participatiemarkt bestond eruit om in contact te komen met de inwoners en ervoor te zorgen dat de verschillende thema's gevoed werden met ideeën om Meise in de toekomst mooier, beter, aangenamer te maken. Op basis van deze ideeën en voorstellen gingen de leden van het schepencollege en de leden van het managementteam aan de slag.

Deze gaven het bestuur en het managementteam inspiratie om deze speerpunten concreet uit te werken. In de budgetconclaven die doorgingen op 17 en 18 september 2025 werd gebrainstormd en werden deze voorstellen meegenomen als inspiratie voor de opmaak van een doelstellingenboom. Hierin werden de speerpunten, beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties bepaald, alsook hun prioriteiten. De acties en actieplannen werden duidelijk en zeer concreet geformuleerd.

Uiteindelijk werd een doelstellingenboom gecreëerd die verder werd verfijnd en bekeken. Hierop geënt kwam het meerjarenplan 2026-2031 tot stand.

Het meerjarenplan zelf bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

A. Strategische nota:
De minimale inhoud van de strategische nota is gewijzigd.

Deze omvat voortaan ook:

1) een beleidsverklaring met beknopte omschrijving van het geplande beleid en de financiële kerncijfers voor elk jaar waarop het meerjarenplan betrekking heeft;

De beleidsverklaring vertrekt vanuit de politieke visie van het bestuur en plaatst de beleidskeuzes die het bestuur maakt, op de voorgrond.

De kerncijfers in de beleidsverklaring waarvoor minimaal de absolute waarde per jaar moet weergegeven worden, zijn:

a) de autofinancieringsmarge

b) het beschikbaar budgettair resultaat

c) de financiële schuld

d) de investeringsuitgaven voor materiële en immateriële vaste activa en de toegestane investeringssubsidies;

e) de uitgaven voor toegestane werkings- en investeringssubsidies aan de politiezone;

f) de uitgaven voor toegestane werkings- en investeringssubsidies aan de hulpverleningszone;

g) de personeelsuitgaven;

h) de aanslagvoet en de ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting;

i) de aanslagvoet en de ontvangsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing;

j) de ontvangsten uit algemene en specifieke werkingssubsidies;

k) het aantal inwoners op 1 januari 2025.

2) het overzicht met een beschrijving van alle beleidsdoelstellingen (doelstellingenboom).

Aan elke beleidsdoelstelling zijn ook meerdere actieplannen gekoppeld. Een actieplan is de verzameling van de acties die het bestuur binnen een welbepaalde tijd uitvoert om een beleidsdoelstelling te realiseren.

3) de omschrijving van de prioritaire acties en de bijhorende verwachte ontvangsten en uitgaven voor elk jaar waarop het meerjarenplan betrekking heeft, met een verwijzing naar de beleidsdoelstelling waarbij ze aansluiten.

4) een verwijzing naar de plaats waar het overzicht ter beschikking is met de omschrijving van alle beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties, en de bijbehorende ramingen van ontvangsten en uitgaven.

B. Financiële nota:
De financiële nota bestaat net als voorheen uit de volgende 3 schema's:

        Het financiële doelstellingenplan (schema M1);

        De staat van het financiële evenwicht (schema M2);

        Het overzicht van de kredieten (schema M3).

C. De toelichting:
De toelichting is een integraal onderdeel van het meerjarenplan en bevat minstens volgende schema's en overzichten:

        het overzicht van geraamde ontvangsten en uitgaven volgens functionele indeling in beleidsdomeinen die de raad bepaalt (schema T1);

        het overzicht van verwachte ontvangsten en uitgaven volgens economische indeling naar soort (schema T2);

        het overzicht met de verwachte evolutie van de financiële schulden (schema T3);

        het overzicht van de geplande investeringen;

        het overzicht van de personeelsinzet (schema T2);

        het overzicht van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en andere verbonden entiteiten;

        Een overzicht van de financiële risico’s: een omschrijving van de financiële risico’s die het bestuur loopt en van de middelen en mogelijkheden waarover het bestuur beschikt of kan beschikken om die risico’s te dekken;

        een beschrijving van de grondslagen en assumpties die gehanteerd werden voor de raming van de ontvangsten en uitgaven die in het meerjarenplan zijn opgenomen;

        Een verwijzing naar de plaats waar de documentatie bij het meerjarenplan beschikbaar is.

Het ontwerp van het  meerjarenplan 2026-2031 werd uitvoerig besproken door het college van burgemeester en schepenen/vast bureau in samenwerking met de algemeen directeur en financieel directeur. Ook het managementteam verleende advies over het meerjarenplan 2026-2031.

Minstens een keer per jaar zal het meerjarenplan worden aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld. Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Daarnaast kan het meerjarenplan, als dat nodig is, ook worden aangepast om alleen de kredieten voor het lopende boekjaar aan te passen.

Bij elke aanpassing van het meerjarenplan zal het resultaat van de intussen vastgestelde jaarrekeningen worden verwerkt. De periode van het meerjarenplan blijft altijd de periode, vermeld in artikel 254, tweede lid, van het decreet lokaal bestuur maar de financiële nota zal altijd de financiële consequenties voor ten minste drie toekomstige boekjaren beschrijven.

Een aanpassing van het meerjarenplan zal minstens een aangepaste financiële nota, een toelichting en de eventuele wijzigingen van de strategische nota omvatten.

Het vast bureau zal, voor 1 maart van het lopende boekjaar, bepalen welk gedeelte van de kredieten voor de gemeente voor investeringen en financiering, die voor het vorige boekjaar opgenomen waren in het meerjarenplan maar nog niet zijn aangewend, overgedragen worden naar het lopende boekjaar.

Het decreet over het lokaal bestuur heeft een specifieke wijze van goedkeuren opgesteld voor het vaststellen van het meerjarenplan 2026-2031. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen elk over hun deel van elk beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn. Elke raad stemt telkens over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport. In afwijking daarvan kan elk raadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de betrokken raad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming. Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de raad. Als de andere raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt die raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.

Juridische gronden
Artikel 77 van het decreet lokaal bestuur: de raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt het beleid van het OCMW en kan daarvoor algemene regels vaststellen.

Artikel 78 4° van het decreet lokaal bestuur: de volgende bevoegdheden worden uitdrukkelijk aan de raad toevertrouwd: het vaststellen van de beleidsrapporten van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 249.

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen deel 2 Titel 4 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.

Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

Advies
Het LOK en de jeugdraad hebben hierover advies uitgebracht.

Financiële gevolgen
De financiële gevolgen, onder meer in de financiële nota en toelichting zijn opgenomen als bijlage.

Het meerjarenplan 2026-2031 is financieel in evenwicht indien het geraamde beschikbaar budgettair resultaat voor 2026-2031 groter is dan of gelijk aan nul. Het structureel evenwicht wordt bepaald door de autofinancieringsmarge. Wanneer de gezamenlijke autofinancieringsmarge 2026-2031 en de geconsolideerde autofinancieringsmarge 2026-2031 groter dan 0 is, dat is het meerjarenplan 2026-2031 financieel in evenwicht.

BESLUIT

Artikel 1
De samenstelling van de beleidsdomeinen, alsook de beleidsvelden die er deel van uitmaken, vast te stellen.

Artikel 2
De prioritaire acties vast te stellen.

Artikel 3
Het deel van het OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 bevattende de strategische nota, de financiële nota en de toelichting vast te stellen.

Artikel 4
Het geconsolideerd financieel evenwicht van het meerjarenplan 2026-2031 vast te stellen.

Met 15 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 5 stemmen tegen (Roel Anciaux, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes en Rathi Goovaerts), 2 onthoudingen (Thomas Goethals en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Goedkeuring Globaal preventieplan 2026-2031 en Jaaractieplan 2026

MOTIVERING

Feiten en context

Het welzijn van de medewerkers vormt een essentiële pijler binnen het personeels- en organisatiebeleid van de gemeente. Een veilige en gezonde werkomgeving draagt niet alleen bij tot het welzijn van elke medewerker, maar versterkt ook de kwaliteit en de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening.

Om dit welzijnsbeleid op een gestructureerde en planmatige wijze vorm te geven, is de gemeente wettelijk verplicht om een Globaal Preventieplan (GPP) en een Jaaractieplan (JAP) op te stellen.

Het Globaal Preventieplan is een strategisch meerjarenplan voor de periode van zes jaar:

        Het brengt de belangrijkste risico’s binnen de organisatie in kaart.

        Het bepaalt de algemene doelstellingen, de prioriteiten en de preventiemaatregelen die moeten bijdragen tot het bevorderen van veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk.

De opbouw van het plan is gebaseerd op de Codex over het Welzijn op het Werk.
Ter voorbereiding stelde de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk een basisdocument op. Dit document diende als uitgangspunt voor de verdere uitwerking door de beleidsmedewerker organisatie in nauw overleg met de algemeen directeur, de directeur grondgebiedszaken en de HR-teamcoördinator.

Het Jaaractieplan is de praktische uitwerking van het Globaal Preventieplan voor het komende jaar.

Het heeft een dynamisch karakter: de lijst wordt aangevuld met specifieke acties, verantwoordelijken en termijnen in functie van prioriteiten enzovoort.

Dit plan maakt het mogelijk om het welzijnsbeleid systematisch op te volgen, te evalueren en waar nodig bij te sturen.

Samen zorgen het Globaal Preventieplan en het Jaaractieplan voor een integraal, duurzaam en beleidsmatig onderbouwd preventiebeleid, waarmee de gemeente haar wettelijke verplichtingen nakomt en haar engagement voor het welzijn van alle medewerkers bevestigt.

De plannen werden opgemaakt voor de gemeente en het OCMW samen.

Juridische gronden

Het decreet lokaal bestuur van 22 dec ember 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 84 betreffende de bevoegdheden van het vast bureau en artikelen 77 en 78 betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.

De plannen zijn gebaseerd op de volgende wettelijke en reglementaire bepalingen:

        Welzijnswet van 4 augustus 1996, refererende naar het dynamisch risicobeheersingssysteem (DRBS).

        Het Koninklijk Besluit van 27 maart 1998, betreffende het welzijnsbeleid.

        De wet van 28 februari 2014 tot aanvulling van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk wat de preventie van psychosociale risico's op het werk betreft, waaronder inzonderheid geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

        De wet van 28 maart 2014 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk wat de gerechtelijke procedures betreft.

        Het Koninklijk Besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico's op het werk. Dit nieuwe uitvoeringsbesluit heft het voorgaande KB van 17 mei 2007 op.

        De codex over het welzijn op het werk.

        Op 15 mei 2024 publiceerde het Belgisch Staatsblad een Koninklijk Besluit over ergonomie op het werk en preventie van musculoskeletale aandoeningen (MSA) op het werk. Dit Koninklijk Besluit trad in werking op 25 mei 2024 en vormt een onderdeel van de codex over het welzijn op het werk.

Advies/argumentatie

De voorliggende plannen sluiten aan bij het wettelijk kader inzake het welzijn van werknemers bij de uitvoering van hun werk. Zij beogen een geïntegreerde en preventieve aanpak van de risico’s op het vlak van veiligheid, gezondheid, psychosociaal welzijn en ergonomie, conform de bepalingen van de Welzijnswet en de uitvoeringsbesluiten.

Het Globaal Preventieplan 2026-2031 loopt over 6 jaar en dient als basis voor het Jaaractieplan 2026.

De plannen werden opgesteld door leden van de hiërarchische lijn in overleg met de interne preventieadviseur.

Het globaal preventieplan 2026-2031 en het jaaractieplan 2026 werden voor advies voorgelegd aan het HOC en BOC van 27 november 2025.

Financiële gevolgen

Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Artikel 1

Het globaal preventieplan 2026-2031 wordt goedgekeurd.

Artikel 2

Het jaarlijks actieplan 2026 wordt goedgekeurd.

Artikel 3

De beleidsmedewerker organisatie en de betrokken diensthoofden zijn verantwoordelijk voor de opvolging van de uitvoering van dit globaal preventieplan en dit jaaractieplan.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van de definitie van het begrip dagelijks bestuur en bevoegdheidsbepaling voor daden van beheer, daden van beschikking, het aangaan van leningen en de goedkeuring van aanpassing van de ramingen

MOTIVERING

Feiten en context

De raad heeft in zitting van 17 januari 2022 het begrip “dagelijks bestuur” en de bevoegdheidsbepaling voor daden van beheer, daden van beschikking, het aangaan van leningen en de goedkeuring van interne kredietaanpassingen goedgekeurd.

De raad heeft op 20 december 2021 het afsprakenkader “kredietbewaking” goedgekeurd.

Het vast bureau heeft op 20 december 2021 de procedure "aanpassing van de ramingen" goedgekeurd.

Het is noodzakelijk de beslissing van de raad van 17 januari 2022 aan te passen.

A. Delegatie van bevoegdheden bij overheidsopdrachten

De OCMW-raad beslist in het kader van het budget over de opportuniteit om een bepaalde overheidsopdracht uit te voeren (artikel 78, 4° Decreet Lokaal Bestuur). Artikel 78, 10° van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat in beginsel de OCMW-raad de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vastlegt. De OCMW-raad kan dit delegeren aan het vast bureau.

Het bestuur wenst in te zetten op meer flexibiliteit bij het in de markt zetten en het doorlopen van een plaatsingsprocedre inzake overheidsopdrachten.

 Een eerste delegatie betreft de opdrachten van dagelijks bestuur. De OCMW-raad bepaalt wat onder het begrip "dagelijks bestuur" inzake overheidsopdrachten moet worden verstaan (artikel 78, 9° Decreet Lokaal Bestuur). Deze opdrachten van dagelijks bestuur kunnen aan het vast bureau worden toegewezen en het vast bureau kan de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vastleggen. Deze opdrachten van dagelijks bestuur kunnen bij delegatie aan de algemeen directeur worden toegewezen (artikel 85 Decreet Lokaal Bestuur).

 Een tweede delegatie betreft de opdrachten die nominatief aan het vast bureau worden toevertrouwd. In dat geval is het vast bureau bevoegd om de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht vast te leggen.

Het vast bureau blijft bevoegd voor het eigenlijke voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (artikel 84, §3, 4° Decreet over het Lokaal Bestuur).

Inzake opdrachten van dagelijks bestuur is ook het vast bureau bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht (artikel 84, §3, 5° Decreet Lokaal Bestuur).

Het vast bureau is ook bevoegd:

 voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht die nominatief aan het vast bureau werd toevertrouwd (artikel 84, §3, 6° Decreet Lokaal Bestuur).

 om beslissingen te nemen op eigen initiatief in gevallen van dwingende en onvoorziene omstandigheden (art. 84, §4 Decreet Lokaal Bestuur)

Samengevat geeft dit volgend schematisch overzicht voor de delegatiemogelijkheden van bevoegdheden bij overheidsopdrachten:

 

Het is wenselijk om te bepalen wat onder het begrip "dagelijks bestuur" moet worden verstaan.

De bevoegdheden die worden opgenomen in het begrip "dagelijks bestuur" worden door de OCMW-raad gedelegeerd aan het vast bureau.

De OCMW-raad stelt de definitie van het begrip "dagelijks bestuur" vast voor overheidsopdrachten.

B. Daden van beheer / daden van beschikking

Het vast bureau is bevoegd voor daden van beheer over de inrichtingen en eigendommen van het OCMW (artikel 84§3, 1° DLB) en daden van beschikking (artikel 84§3, 8° DLB).

“Daden van beheer” zijn alle handelingen die betrekking hebben op het in stand houden, onderhouden, exploiteren en normaal beheren van gemeentelijke of OCMW eigendommen, inclusief de daarmee verband houdende inkomsten en uitgaven. Dit kan gaan over verhuur van een onroerend goed, inkomsten innen, facturen betalen, geld beleggen en alle rechtshandelingen die kaderen binnen het normaal beheer van een goed, uitgezonderd voor het aangaan van dadingen.

“Daden van beschikking” zijn handelingen waarbij een eigendom of zakelijk recht uit het vermogen van het lokaal bestuur verdwijnt of een nieuw zakelijk recht wordt gevestigd (verkoop, schenking, erfpacht, opstal, hypotheek, ...).

Om de inhoud van deze bevoegdheden duidelijker af te bakenen is het wenselijk dat de OCMW-raad een paar concrete bevoegdheden expliciet toewijst aan het vast bureau, inzonderheid inzake contracten, verkoop van goederen en tarieven.

 

C. Leningen

Het aangaan van leningen valt niet meer onder de wetgeving overheidsopdrachten van 17 juni 2016. De bevoegdheid om te bepalen of en hoe een leningsovereenkomst tot stand moet komen, behoort toe aan de OCMW-raad. Overeenkomstig artikel 78, 1ste lid, kan de OCMW-raad deze bevoegdheid bij reglement toewijzen aan het vast bureau.

De basisbeginselen van het overheidsonderhandelen moeten hierbij evenwel gerespecteerd worden, inzonderheid het gelijkheidsbeginsel, de werking van de vrijemarkteconomie, het principe van behoorlijk bestuur, …

 

D. Interne kredietaanpassingen

Deze werden opgenomen in het afsprakenkader “kredietbewaking” en de procedure “aanpassing van de ramingen”.

Juridische gronden

Artikel 78, 9° van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 geeft aan de OCMW-raad de bevoegdheid om vast te stellen wat onder het begrip dagelijks bestuur moet worden verstaan.

Het vast bureau is conform artikel 78, 10°, a van het Decreet over het Lokaal Bestuur bevoegd voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van de overheidsopdracht, wanneer de opdracht past binnen het begrip dagelijks bestuur.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald de artikels 78, 84, 85, 217 tot 220, 592 en de artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen

Advies/argumentatie

Overwegende dat de continuïteit en de vlotte werking van de OCMW diensten dient te worden verzekerd;

Overwegende dat een goed afgewogen definitie van het begrip “dagelijks bestuur” op maat van onze organisatie van enorm belang is en onverwijld dient genomen te worden om de bevoegdheidsregeling (OCMW-raad– vast bureau) binnen ons bestuur duidelijk af te lijnen en de administratieve procedures te kunnen bijsturen;

Overwegende dat het ook wenselijk is om, in functie van een soepele werking van de organisatie, de bevoegdheid tot goedkeuring van de lastvoorwaarden en gunningswijze van overheidsopdrachten van “beperkte waarde” en voor meerjarige verbintenissen tot het drempelbedrag (actueel 143.000 €, excl. BTW) van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking te delegeren aan het vast bureau;

Financiële gevolgen

Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Artikel 1

Voor het dienstjaar 2026 en tot herroeping worden als opdrachten van dagelijks bestuur, in de zin van artikel 78, 9°, artikel 84§3, 5°-6° en artikel 84§4 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, beschouwd:

• alle opdrachten/ handelingen en beslissingen die betrekking hebben op het aangaan van een verbintenis waarvan de financiële impact is voorzien op het exploitatiebudget van het meerjarenplan en voor zover de verbintenissen die eruit voortvloeien in normale omstandigheden binnen het boekjaar uitvoerbaar zijn of, al dan niet met inachtneming van een opzegtermijn, jaarlijks opzegbaar zijn.

Deze bepaling geldt ook voor alle opdrachten zoals voornoemd waarvoor in het lopende budgetjaar reeds kredieten werden voorzien in het exploitatiebudget, maar die uitdrukkelijk verlengd of hernieuwd moeten worden in het daaropvolgende boekjaar.

• alle opdrachten waarvan de financiële impact is voorzien op het investeringsbudget van het meerjarenplan en het bedrag van de opdracht het drempelbedrag van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking niet overschrijdt.

• alle meerjarige verbintenissen waarvoor de kredieten zijn voorzien op het exploitatie- en investeringsbudget en het bedrag van de opdracht het drempelbedrag van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking niet overschrijdt.

• alle beheersdaden zonder financiële impact die niet expliciet tot de bevoegdheid van de OCMW-raad horen.

• de bevoegdheid om, binnen de grenzen van het goedgekeurde budget, wijzigingen aan te brengen aan overeenkomsten.

 beslissingen op eigen initiatief in geval van dringende en onvoorziene omstandigheden.

 vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten die nominatief aan het vast bureau worden toevertrouwd.

Artikel 2

Als “daden van beheer” over de inrichtingen en eigendommen van het OCMW, gesteld met toepassing van artikel 84§3, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur, worden beschouwd:

• de vestiging en verbreking van pacht-, huur- en concessiecontracten betreffende onroerende goederen met een maximale duur van 9 jaar.

• Het vaststellen van de tarieven voor evenementen en/of uitbatingen van het OCMW, zoals:

o Inkomgelden

o Deelnameprijs

o Verkoopprijs drank, versnaperingen, brochures, kaarten, vlaggen, …..

o ……

• Het vaststellen van de bedragen van toelagen, subsidies, premies, werkingsmiddelen,…, voor zover die op basis van een reglement van het OCMW, goedgekeurd door de raad, eenduidig kunnen bepaald worden.

Voor subsidies, toelagen, premies, werkingsmiddelen,…., waarvoor op basis van het beschikbare budget nog een verdeelsleutel en/of verdeling moeten worden goedgekeurd, blijft de raad bevoegd.

Artikel 3

Als “daden van beschikking” over de inrichtingen en eigendommen van het OCMW door het vast bureau, gesteld met toepassing van artikel 84§3, 1° van het Decreet Lokaal Bestuur, worden beschouwd:

• De verkoop of afvoer van roerende goederen, die niet (meer) worden gebruikt, afgeschreven zijn of moeten afgevoerd worden, zoals: wagens, materieel, meubilair, gevonden en verloren voorwerpen (fietsen/bromfietsen/…. ) , goederen die eigendom zijn geworden van het bestuur (uitdrijvingen, inbeslagname), ICT-materiaal, toestellen, ….

Ingeval van verkoop dient een bekendmaking conform de vigerende regelgeving te gebeuren. Een openbare verkoop wordt minimaal gepubliceerd op de gemeentelijke website.

• de vestiging en verbreking van pacht-, (ver)huur- en concessiecontracten betreffende onroerende goederen van meer dan 9 jaar, behalve het vaststellen van de contractvoorwaarden waarvoor de raad voor maatschappelijk welzijn bevoegd blijft.

Artikel 4

De bevoegdheid om te bepalen of en hoe een leningsovereenkomst tot stand moet komen wordt, overeenkomstig artikel 78, 1ste lid, van het decreet Lokaal Bestuur toegewezen aan het vast bureau. Deze bevoegdheid is beperkt tot de kredieten, opgenomen in het goedgekeurd meerjarenplan.

De basisbeginselen van het overheidsonderhandelen moeten hierbij gerespecteerd worden, inzonderheid het gelijkheidsbeginsel, de werking van de vrijemarkteconomie, het principe van behoorlijk bestuur, …

Artikel 5

Het vast bureau rapporteert aan de OCMW-raad omtrent deze toegewezen bevoegdheden:

• Opdrachten van dagelijks bestuur: jaarrekening

• Daden van beheer: jaarrekening

• Leningen: jaarrekening

• Aanpassing van de ramingen: jaarrekening

Artikel 6

Dit delegatiebesluit treedt in werking op 1 januari 2026. Het delegatiebesluit, goedgekeurd door de raad op 17 januari 2022, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 7

Deze beslissing op te nemen in het organisatiebeheersingssysteem.

Met 15 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 7 onthoudingen (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Instappen raamovereenkomst Creat: aankoop voeding voor OCMW Meise (1/12/2025-30/11/2029) - Goedkeuring gunning en lastvoorwaarden

MOTIVERING

Feiten en context

Op 21 januari 2025 is het OCMW Meise als openbaar aankoper lid geworden van Creat Services dv. Hierdoor kan het lokaal bestuur te allen tijde toetreden tot alle raamovereenkomsten die bij hen op dat moment lopende zijn.

Aangezien hun huidige raamovereenkomst “Voeding april 2023” afloopt op 30 november 2025 en de keuken de continuïteit voor de leveringen van voedingswaren wil garanderen, kan het OCMW Meise hierdoor beroep doen op hun volgende raamovereenkomst “Voeding december 2025”.

Creat services dv treedt hierbij enkel op als aankoopcentrale voor het OCMW Meise. Meer informatie aangaande dit dossier is in bijlage terug te vinden.

De uitgave voor de opdracht wordt geraamd op € 500 000,00 (excl. btw) of € 530 000,00 (incl. 6% btw).

De aankoopdienst stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, in te stappen op de raamovereenkomst “Voeding december 2025 voor OCMW Meise (1/12/2025-30/11/2029)”, in de markt gezet door Creat Services dv en gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van prijs), zijnde Sligro, Java foodgroup Wingepark 10, te 3110 Rotselaar. Het OCMW Meise stapt in tegen het ramingsbedrag van € 500 000,00 (excl. btw) of € 530 000,00 (incl. 6% btw).

Juridische gronden

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 36, en meer bepaald artikelen 2, 6° en 47 §2 die de aanbestedende overheden vrijstelt van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren wanneer ze een beroep doen op een aankoopcentrale.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

Advies/argumentatie

De directeur van het woonzorgcentrum Residentie Van Horick en de centrumleider van De Spil verlenen een gunstig advies.

Financiële gevolgen

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2025, op budgetcodes 60000000/01195 en 60000000/09510.

Een aanvraag tot het verkrijgen van het vereiste visum werd ingediend op 10 november 2025. De financieel directeur verleende op 14 november 2025 visum met nummer 2025470.

Budgetsleutel

Acties

Initieel budget

Beschikbaar budget

OC/2025/60000000/01195
Voeding en Dranken WZC en dienstencentrum

//

 249 452,93

 966,32(10/11/2025)

OC/2025/60000000/09510
Voeding en Dranken DC De Spil

//

 26 595,63

 1 954,12(10/11/2025)

In het meerjarenplan 2026-2031 zal er in de exploitatiebudgetten 2026-2029 voldoende krediet voorzien worden op de volgende budgetsleutels:

OC/60001000/09510 - Voeding en dranken LDC De Spil - 30.000,00 euro

en

OC/60001000/01195 - Voeding en dranken WZC en dienstencentrum - 250.000,00 euro.

BESLUIT

Artikel 1

Het dossier met nr. 2025452 en de raming voor de opdracht aankoop voeding voor OCMW Meise voor de periode van 1/12/2025 tot en met 30/11/2029, opgesteld door de aankoopdienst van lokaal bestuur Meise, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het dossier en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 500 000,00 (excl. btw) of € 530 000,00 (incl. 6% btw).

Artikel 2

Er wordt kennisgenomen van de omschrijving van de opdracht en de technische bepalingen die terug te vinden zijn in bijlage.

Artikel 3

De instap in de raamovereenkomst “Voeding december 2025 (1/12/2025-30/11/2029)”, dat in de markt werd gezet door Creat Services dv en door hen gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van prijs), zijnde Sligro, Java foodgroup Wingepark 10, te 3310 Rotselaar, tegen de voorwaarden vermeld in de offerte van de inschrijver, wordt goedgekeurd.

Artikel 4

De afname door het OCMW Meise die zal geplaatst worden via bovenstaande raamovereenkomst tegen het maximum bestelbedrag van € 500 000,00 (excl. btw) of € 530 000,00 (incl. 6% btw), wordt goedgekeurd.

Artikel 5

Creat services dv heeft deze opdracht in de markt gezet met een openbare procedure en een looptijd van 48 maanden, de termijn start vanaf de goedkeuring van de toetreding en loopt tot 30 november 2029.

Artikel 6

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het dossier met nr. 2025452. Iedere afroep maakt deel uit van een aparte bestelling. Afname kan uitsluitend door  OCMW Meise.

Artikel 7

De betaling zal gebeuren met de kredieten ingeschreven in het exploitatiebudget van 2025, op budgetcodes 60000000/01195 en 60000000/09510 en op budgetcodes 60001000/09510 en 60001000/01195 voor de volgende jaren (2026-2029).

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Raamovereenkomst: Aankoop speelgoed lokaal bestuur Meise (1/1/2026-31/12/2029) - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze

MOTIVERING

Feiten en context
In het kader van de opdracht “Raamovereenkomst: Aankoop speelgoed lokaal bestuur Meise (1/1/2026-31/12/2029)” werd een bestek met nr. 2025439 opgesteld door de aankoopdienst van lokaal bestuur Meise.

Deze opdracht heeft als doel de aankoop en levering van speelgoed voor diverse diensten, waaronder activiteiten door de dienst animatie in het woonzorgcentrum en activiteiten in De Spil en aankoop gezelschapsspellen binnen het OCMW. Het betreft zowel artikelen uit de bijgevoegde inventaris als bijkomende artikelen uit het volledige aanbod van de inschrijver.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 37 190,08 (excl. btw) of € 45 000,00 (incl. 21% btw) voor gemeente en OCMW samen.

De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 48 maanden.

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.

Gemeente Meise treedt op als aankoopcentrale voor OCMW Meise bij de gunning en de uitvoering van de opdracht.

Juridische gronden
 De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143 000,00 niet), en in het bijzonder artikel 2, 6° en 7°a (de aanbestedende overheid verricht gecentraliseerde aankoopactiviteiten voor de verwerving van leveringen of diensten die bestemd zijn voor aanbesteders) en artikel 43.

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht en artikelen 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 90, 1°.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

Advies/argumentatie
Desbetreffende diensten verlenen een gunstig advies.

Financiële gevolgen
Het krediet voor 2026 en de volgende jaren zal voorzien worden in de exploitatiebudgetten van het meerjarenplan 2026-2031.

Budgetsleutel

Actie

Te voorziene budget MJP

 

OC/2026-2029/61505000/09510
Activiteiten LDC De Spil
 

OC/2026-2029/61505000/09530/WZC
Activiteiten WZC Residentie Van Horick

//

€ 17.000,00 (dient nog te worden goedgekeurd in het MJP)
 

€ 5.520,00(dient nog te worden goedgekeurd in het MJP)

 

BESLUIT

Artikel 1
Het bestek met nr. 2025439 en de raming voor de opdracht “Raamovereenkomst: Aankoop speelgoed lokaal bestuur Meise (1/1/2026-31/12/2029)”, opgesteld door de aankoopdienst van lokaal bestuur Meise, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 37 190,08 (excl. btw) of € 45 000,00 (incl. 21% btw) voor gemeente en OCMW samen.

Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Artikel 3
In toepassing van artikel 2, 6°a en 7°a van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, zal gemeente Meise optreden als aankoopcentrale in die zin dat ze leveringen en/of diensten verwerft die bestemd zijn voor aanbestedende overheden of aanbestedende entiteiten, meer bepaald voor OCMW Meise.

Artikel 4
De uitgave voor deze opdracht wordt voorzien in de exploitatiebudgetten van 2026-2029, op budgetcodes:

- OC/2026/61505000/09510/Activiteiten De Spil

en

- OC/2026/61505000/09530/WZC/ Activiteiten WZS Residentie Van Horick.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vernieuwing van het personenalarmsysteem in serviceflats 'Ter Wolven' met full onderhoudscontract voor 5 jaar (2/02/2026-1/02/2031) - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze

MOTIVERING

Feiten en context
Het OCMW wil een nieuw personenalarmeringssysteem installeren in serviceflats Ter Wolven om de veiligheid en zelfstandigheid van de bewoners te garanderen. Het huidige systeem is verouderd en voldoet niet meer aan de nodige technische en normatieve eisen.

Met deze opdracht beoogt het bestuur een betrouwbaar, 24/7 functionerend alarmsysteem dat overal in het gebouw werkt, integreert met het bestaande domoticasysteem (PHC/Peha House Control of gelijkwaardig), en voldoet aan de geldende normen inzake veiligheid, privacy en draadloze communicatie.

Het nieuwe systeem moet zorgen voor snelle en correcte alarmdoorgifte, onderhoud en monitoring omvatten en mogelijkheden bieden voor uitbreidingen zoals sensoren of logging. Hierdoor wordt zowel de veiligheid van bewoners als de operationele werking duurzaam verbeterd.

In het kader van bovenstaande werd de overheidsopdracht “Vernieuwing van het personenalarmsysteem in het gebouw van de serviceflats Ter Wolven, met een full-service onderhoudscontract voor de periode 2026–2031”, opgestart. Het bestek, met nummer 2025470, werd opgesteld door de aankoopdienst van het lokaal bestuur Meise

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 65 000,00 (incl. btw).

De opdracht zal worden afgesloten voor een duur van 60 maanden.

Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.

Juridische gronden
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143 000,00 niet) en artikel 43.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 77 en 78, betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 90, 1°.

Advies/argumentatie
De coördinator serviceflats Ter Wolven en Home van Gysel verleent een positief advies.

Financiële gevolgen

De uitgave voor deze opdracht dient te worden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, in de exploitatiebudgetten van 2026-2031, op budgetcode OC/61502000/09520.

Budgetsleutel

Acties

Budget in MJP 2026-2031

 

OC/2026-2031/61502000/09520
Onderhoud personenalarmtoestellen, onderhoud elektrische apparaten, onderhoud lift,...

nvt

 14.000,00 (2026)
(Nog goed te keuren in MJP 2026-2031)

Nadien jaarlijks geïndexeerd

 

BESLUIT

Artikel 1
Het bestek met nr. 2025470 en de raming voor de opdracht “Vernieuwing van het personenalarmsysteem in gebouw van de serviceflats 'Ter Wolven' met full onderhoudscontract voor 5 jaar (2/02/2026-1/02/2031)”, opgesteld door de aankoopdienst van lokaal bestuur Meise, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 65 000,00 (incl. btw).

Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Artikel 3
De uitgave voor deze opdracht dient te worden voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, in de exploitatiebudgetten van 2026-2031, op budgetcode OC/61502000/09520.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Principebeslissing inzake kosten voor bewoners van het lokaal opvanginitiatief

MOTIVERING

Feiten en context
Het OCMW moet kandidaat-vluchtelingen aan kleding helpen.

Een LOI-bewoner ontvangt in principe tweemaal per jaar € 200 om aan kleding (€125) te besteden en aan de aankoop van schoenen (€75).

Zij moeten achteraf steeds kassatickets als bewijs indienen;  bij gebrek aan voldoende bewijs kunnen zij geen geld meer krijgen, tot zij wel kunnen bewijzen dat hun budget voor kleren is opgebruikt.

Dit wordt geregeld door middel van een principebeslissing die één jaar geldig is;

Deze beslissing betreft de regeling voor het jaar 2026 .

Voor de andere kosten (vervoerkosten, schoolkosten Nederlandse les, identiteitsdocumenten, mutualiteitsbijdragen en ontspanningskosten) voor de bewoners van het lokaal opvanginitiatief werd sinds 2020 ook een principebeslissing genomen.

Juridische gronden
Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en latere wijzigingen;

Wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en alle daaropvolgende wijzigingen;

Wet van 12 januari 1993 houdende het urgentieprogramma voor een meer solidaire samenleving en alle daaropvolgende wijzigingen;

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 77 en 78 betreffende de bevoegdheden van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn;

De beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst van 15 december 2020 tot herziening van de principebeslissing inzake de kosten voor de bewoners van het lokaal opvanginitiatief;

Advies/argumentatie
Deze beslissing betreft de goedkeuring van de jaarlijkse herziening van de principebeslissingen. Het Bijzonder Comité voor de sociale dienst gaf op 25 november 2025 een positief advies bij huidig voorstel.

Financiële gevolgen
Het krediet wordt voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031.

BESLUIT

Artikel 1
De vervoerkosten (openbaar vervoer) worden vergoed voor bewoners van het lokaal opvanginitiatief, wanneer het gaat over reductieabonnementen van De Lijn, vervoer naar hun advocaat, vervoer naar ziekenhuizen en - enkel voor transitiedossiers - kosten naar aanleiding van een zoektocht naar een eigen woonst.

Artikel 2
De schoolkosten voor de Nederlandse les van de bewoners van het lokaal opvanginitiatief worden vergoed.

Artikel 3
De identiteitskaarten en immatriculatieattesten van de bewoners van het lokaal opvanginitiatief worden vergoed.

Artikel 4
De mutualiteitsbijdragen van de bewoners van het lokaal opvanginitiatief worden vergoed.

Artikel 5
Ontspanningskosten, met name lidmaatschap van culturele of sportverenigingen, van de bewoners van het lokaal opvanginitiatief worden vergoed, met een maximum van € 150 per jaar.

Artikel 6
Alle bovenvermelde vergoedingen worden betaald aan de bewoner na voorlegging van betaalbewijzen of rechtstreeks aan een schuldeiser na voorlegging van een factuur.

Artikel 7
Voor de bewoners van het lokaal opvanginitiatief wordt tweemaal per jaar € 200 (€ 125 + € 75 per persoon) toegekend voor de aankoop van kleding en schoenen, met een duurtijd van minimum 6 maanden tussen 2 uitbetalingen.

Artikel 8
De bewoners van het lokaal opvanginitiatief dienen de betalingsbewijzen van de kledij en schoenen te bezorgen, anders wordt de 2de betaling niet uitgevoerd.

Artikel 9
Deze principebeslissing wordt jaarlijks herzien. Deze beslissing loopt van 01 januari 2026 tot en met 31 december 2026.

STEMMING OVER HET AMENDEMENT

Met 4 stemmen voor (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Billie Kawende en Sofie Van Assche), 15 stemmen tegen (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

STEMMING OVER HET BESLUIT

Met 15 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 7 onthoudingen (Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Billie Kawende, Sonja Maes, Rathi Goovaerts en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Afsluiten van samenwerkingsovereenkomst met CAW Vilvoorde voor de sociale kruidenier 2026

MOTIVERING

Feiten en context

Het OCMW heeft reeds een jarenlange samenwerking met de sociale kruidenier Idem Dito te Vilvoorde (Mechelsesteenweg 55, 1800 Vilvoorde). Mensen kunnen er voeding bekomen mits ze aan bepaalde financiële voorwaarden voldoen. Vroeger gebeurde de toewijzing uitsluitend via de screeningswijze van het CAW. Sinds 1 januari 2021 moest deze screening van het CAW uitgevoerd worden door het OCMW omdat het CAW dit niet meer (financieel) kon bolwerken. Sinds 1 januari 2022 werd er toegestaan dat het OCMW zelf de screeningswijze mocht bepalen. De werkwijze van de andere, reeds bestaande, huishoudelijke reglementen van lokaal bestuur Meise werd overgenomen. Tot en met 31 december 2024 nam het CAW ook nog screenings op zich volgens hun eigen werkwijze. Vanaf 1 januari 2025 gebeuren de screenings uitsluitend door het OCMW. We willen namelijk streven naar gelijkheid voor alle inwoners van de gemeente.

Juridische gronden

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 84, 77 en 78.

Raadsbeslissing van 20 december 2021 houdende de goedkeuring van de samenwerking 2022 sociale kruidenier.

Raadsbeslissing van 20 december 2021 houdende de vaststelling van het reglement van de sociale kruidenier.

Raadsbeslissing van 5 december 2022 houdende de goedkeuring van de samenwerking 2023 sociale kruidenier.

Raadsbeslissing van 5 december 2022 houdende de vaststelling van het reglement van de sociale kruidenier.

Raadsbeslissing van 4 december 2023 houdende de goedkeuring van de samenwerking 2024 sociale kruidenier.

Raadsbeslissing van 21 januari 2025 houdende de goedkeuring van de samenwerking 2025 sociale kruidenier.

Advies/argumentatie

Het lokaal bestuur Meise wil meer inzetten op het basisrecht rond voedsel.

Concreet zal de maatschappelijk werker de bewijsstukken in het dossier verzamelen om te kunnen staven dat de persoon in kwestie voldoet aan de voorwaarden. Het volstaat om aan het BCSD enkel een oplijsting voor te leggen van de personen die recht openen op het gebruik van de sociale kruidenier. Er hoeft geen sociaal verslag opgemaakt te worden.

Voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 4 november 2025 werden er 337 winkelbeurten van inwoners van Meise geteld.

Financiële gevolgen

Het lokaal bestuur Meise betaalt aan het CAW een vaste bijdrage van € 7,14 per winkelbeurt per gezinslid/inwoner uit Meise, die effectief een “toegangskaart” ontving om te winkelen. De bijdrage wordt vanaf 1 januari 2026 verhoogd van € 7,00 naar € 7,14.

Het lokaal bestuur Meise betaalt de bijdrage, bij akkoord over de berekening, na ontvangst van de facturen die door het CAW worden opgemaakt en doorgestuurd begin januari van het daaropvolgende jaar.

Het krediet zal voor 2026 en volgende jaren ook voorzien worden in de meerjarenplanning 2026-2031 onder dezelfde budgetsleutel.

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

OC/2025/649900000/09000
Samenwerkingsovereenkomsten

 

€ 5.000,00

€ 817,00 (17/11/2025)

BESLUIT

Artikel 1

De samenwerkingsovereenkomst met CAW Vilvoorde die integraal deel uitmaakt van de beslissing af te sluiten met ingang van 1 januari 2026. Deze loopt tot en met 31 december 2026 waarna er mogelijkheid is tot verlenging.

Artikel 2

Akkoord te gaan met de verhoging van de bijdrage per winkelbeurt per inwoner van € 7,00 naar € 7,14.

Met 22 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Aanstelling raadslid voor de Lokale Adviescommissie energie en water

MOTIVERING

Feiten en context

In elke gemeente dient een lokale adviescommissie voor energie en water opgericht te worden. De raad voor maatschappelijk welzijn dient hiervoor één lid af te vaardigen.

De heer Paul Aerts werd tijdens de zitting van het bijzonder comité voor de sociale dienst
dd. 25 oktober 2025 aangesteld als lid van de lokale adviescommissie voor Fluvius  en de Watergroep. Dit als gevolg van het ontslag van mevrouw Isabelle Van den Brande als raadslid van het bijzonder comité voor de sociale dienst op 16 september 2025.

Deze aanstelling dient ter bekrachtiging te worden voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.

Juridische gronden

De Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn en latere wijzigingen.

Artikel 7  §1  van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie.

Het decreet van de Vlaamse regering d.d. 20 december 1996 betreffende:

1) de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water.

2) vaststelling van de minimale levering van elektriciteit en tot regeling van de procedure bij wanbetaling.

Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie.

Het energiedecreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid en latere wijzigingen.

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en latere wijzigingen.

Advies/argumentatie

Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd om de heer Paul Aerts vanaf 1 januari 2026 aan te stellen als lid van de lokale adviescommissie voor respectievelijk energie en water.

Financiële gevolgen

Geen financiële gevolgen.

BESLUIT

Artikel 1

Raadslid Paul Aerts aan te duiden als lid van de lokale adviescommissie voor Fluvius (energie) met ingang vanaf 1 januari 2026.

Artikel 2

Raadslid Paul Aerts aan te duiden als lid van de lokale adviescommissie voor de Watergroep (water) met ingang vanaf 1 januari 2026.

Met 20 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Paul Van Doorslaer, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Sonja Maes, Rathi Goovaerts, Ingrid De Bondt, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 2 onthoudingen (Thomas Goethals en Sofie Van Assche)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Vaststelling van het retributiereglement warme maaltijden in cafetaria De Spil

MOTIVERING

Feiten en context
Er werd door de dienst financiën en de dienst van het lokaal dienstencentrum De Spil vastgesteld dat er tot op heden geen retributiereglement voor de warme maaltijden in de cafetaria voorhanden is. Een retributiereglement is voor deze dienstverlening echter noodzakelijk.

Juridische gronden
Artikel 173 van de Belgische grondwet.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 84 betreffende de bevoegdheden van het vast bureau en artikelen 77 en 78 betreffende de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.

De beslissing van het vast bureau van 3 oktober 2022 houdende "Aanpassing verkooptarieven cafetaria De Spil".

Advies/argumentatie
Tot op heden is er nog geen bestaand retributiereglement voor de warme maaltijden van het lokaal dienstencentrum De Spil. Dit voorstel in bijlage werd opgemaakt in samenwerking met de dienst financiën.

Financiële gevolgen
Het krediet is voorzien in het budget 2025 op budgetcode 70300000/09510 .

Budgetsleutel

Actie

Initieel budget

Beschikbaar budget

OC/2025/70300000/09510
Inkomsten van dranken en maaltijden De Spil

/

€ 188 797,82

€ 22 191,07(23/10/2025)

BESLUIT

Artikel 1
Het retributiereglement warme maaltijden in cafetaria De Spil, zoals bijgevoegd in bijlage, vast te stellen.

Artikel 2
Het gecoördineerde reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 tot en met 287 van het decreet lokaal bestuur en wordt bekendgemaakt aan de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330, 1ste lid van het decreet lokaal bestuur

Artikel 3
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Met 19 stemmen voor (Gerda Van den Brande, Ella De Neve, Jonathan De Valck, Tom Heyvaert, Wim Verbeke, Marie Behaeghe, Diana Tierens, Roel Anciaux, Thomas Goethals, Jorn Lathouwers, Roel Baudewyns, Billie Kawende, Dany Geysels, Ilse Spooren, Ingrid De Bondt, Sofie Van Assche, Viviane Stevens, Karin De Petter en Peter Calluy), 3 onthoudingen (Paul Van Doorslaer, Sonja Maes en Rathi Goovaerts)

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Overzicht punten

Zitting 16 12 2025

Leefloongerechtigden in onze gemeente - Toegevoegd punt

Paul Van Doorslaer stelt volgende vraag:

Vraag

Hoeveel leefloongerechtigden genieten momenteel van een uitkering in onze gemeente?

Kan het college toelichten welke impact de federale beperking van de werkloosheidsuitkering vanaf 1 januari 2026 naar verwachting zal hebben op het aantal leefloongerechtigden in Meise, en of het OCMW hiervoor reeds een concrete raming, voorbereiding of capaciteitsinschatting heeft opgemaakt?

Antwoord

Schepen Diana Tierens antwoordt dat het aantal leefloongerechtigden voor de periode van januari 2025 tot en met november 2025 104  bedraagt. In gans 2024 waren er dat 112.
Het totaal bedrag aan uitbetaald leefloon bedraagt voor 2025 1.936.993 euro.

De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd verloopt in verschillende fasen. Momenteel zijn er in Meise  431 mensen met een werkloosheidsuitkering. In de eerste fase die op 1 januari 2026 start, zijn er 4 personen die eventueel aanspraak zouden kunnen maken op een leefloon.  Als we de verschillende fasen tot juli 2027 optellen, komen we in totaal  aan 123 werklozen in Meise die hun uitkering zouden verliezen. Men verwacht dat 30% hiervan  een leefloon zou kunnen krijgen. Dit komt neer op 36 personen in totaal.

Er zijn al een aantal samenwerkingen rond activering. Er wordt in januari een examen uitgeschreven voor een extra maatschappelijk werker.  Op die manier kunnen we snel schakelen indien de maatschappelijke werkers overbelast zouden geraken. We krijgen hiervoor middelen van de federale overheid.

 

Publicatiedatum: 21/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.